EEN LEIDSE KATHEDRAAL
Hooglandse Kerk al zeven eeuwen godsdienstig centrum
Een recent uitgegeven historisch document geeft informatie over de betekenis en de geschiedenis van de Hooglandse Kerk, die zeven eeuwen lang het godsdienstig centrum vormde van de al even historische stad Leiden.
Dr.ir J. van der Graaf uit Huizen is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.
‘De Hooglandse Kerk verdient dit document. Ze is een van de stijliconen van de stad Leiden, met haar lange veelbewogen historie.
Het houten gebedshuisje van 1315 groeide in de loop der eeuwen uit tot de afmetingen van een kathedraal, maar werd ook meer dan eens rijp geacht voor de sloop. En in de tussentijd gebeurde er van alles in en rond het gebouw, dat beeldenstormen en oorlogen overleefde, zijn grandeur behield en een toevluchtsoord bleef voor gelovigen.’
MIJN KONING’
Ruud Breedveld schrijft deze woorden in het voorwoord van het boek Zeven eeuwen Hooglandse Kerk. De kathedraal van het licht. De achterflap meldt: 'Een bastaardzoon van Willem van Oranje ligt er begraven, Hoeken en Kabeljauwen sloegen er elkaar de schedels in. En ja, er was zelfs een tijd dat het gebouw fungeerde als gevangenis voor soldaten.’
Als bijzonderheid valt ook te vermelden, wat een der redacteuren mij schreef ? dat staat niet in het boek ? namelijk dat de familie Vergunst in de schaduw van Hooglandse Kerk ‘vernachtte’. De ‘tante Marie’ van onze algemeen secretaris vond er decennia lang, tot enige jaren geleden, haar beschutting. Tijdens de restauratie van de kerk riep ze soms mannen op de steiger die ruw in de mond waren vermanend tot de orde. ‘Hé, wil je mijn Koning niet beledigen?’ Maar ze kon hen direct daarna op chocolademelk trakteren.
GESCHIEDENIS
Leiden was halverwege de dertiende eeuw een ‘stad’ waar je in twintig minuten omheen kon lopen. In het centrum stond de Sint Pieterskerk (1121). Op 14 september 1315 werd na veel gekissebis een klein houten gebouwtje ingewijd op Leiderdorps grondgebied, de Sint Pancraskapel. Deze naam gaat terug op de tiener (289) die na zijn bekering vanwege zijn volharding in het geloof onder het bewind van keizer Diocletianus werd onthoofd.
Na de Reformatie ging bij de Pieterskerk de Sint eraf en werd de Sint Pancraskerk omgedoopt tot Hooglandse Kerk. In afzonderlijke hoofdstukken wordt de geschiedenis van het gebouw beschreven: van bijkerk tot beeldenstormen (1315-1572); tijdens de republiek tot de Franse tijd (1572-1813); in een veranderende samenleving (1813-1940) en in een geseculariseerde maatschappij (1940-2015) als ‘multifunctioneel godshuis’. Het laatste hoofdstuk gaat over de bouwgeschiedenis. Verder is het boek gelardeerd met een dozijn kaders, geschreven door Hans Karstens, mederedacteur en secretaris van het huidige Leidse college van kerkrentmeesters.
De Hooglandse Kerk is een van de stijliconen van de stad Leiden
Tal van memorabele momenten zouden uit dit wetenschappelijk onderbouwde maar toegankelijk geschreven boek te vermelden zijn. Ik noem er enkele.
Toen de koster bij een rondleiding met prins Willem-Alexander bij het graf stond van Justinus van Nassau, genoemde bastaardzoon van Willem van Oranje, geboren uit een verhouding met de dochter van de burgemeester van Emmerik, grapte de prins: ‘De goede Oranjes liggen in Delft begraven, de bastaarden elders.’
In de achttiende eeuw werd het avondmaal zes keer per jaar gevierd, waarbij mannen en vrouwen gescheiden aanzaten: de mannentafel recht tegenover de vrouwentafel.
Toen op 12 januari 1807 een buskruitschip ontplofte, raakte dat alle kerken en was de Hooglandse Kerk dermate beschadigd dat sloop werd overwogen.
Door de komst van een ‘kiescollege’ in 1867, dat voortaan de kerkenraad zou kiezen en predikanten beroepen, kwam er in Leiden ‘een duidelijke overwinning voor de meer orthodoxe stroming’, wat het einde betekende van ‘de vrijzinnige dominantie’ in de kerkenraad. Na de Doleantie vertrokken in 1894 wel enkele honderden rechtzinnigen maar de gemeente bleef ‘wars van vrijzinnigheid’. Ds. J.H. Gunning werd de belangrijkste representant van de ethische stroming.
In de negentiende eeuw betaalde men voor een goede zitplaats 25 cent en voor een mindere 10 cent, iets wat deed denken aan ‘een kermistent of schouwburg’, schreef een zekere Mara in de Leidsche Courant.
De Hooglandse Kerk kreeg extra aantrekkingskracht toen Feike Asma er organist werd en concerten gaf. Vooral het aantal huwelijksbevestigingen nam toe. Ds. M. Ottevanger, behorend tot de Gereformeerde Bond, was in zijn dagen de kleinste predikant van Leiden, maar hield de langste preken.
DE TWEEDE WERELDOORLOG
Geboeid las ik de passage over de Tweede Wereldoorlog. Hoe diende men op de bezetter te reageren? Ds. Van Apeldoorn (Gereformeerde Bond) nam ‘een conformerende houding’ aan. Ds. Ottevanger bad voor de spoedige terugkeer van koningin Wilhelmina. Ds. H.C. Touw was een man van ‘het verzet’. Bekend werd zijn tweedelig werk Het verzet der Hervormde Kerk (Boekencentrum, 's- Gravenhage,1946). ‘Jodenhaat is Godshaat’, zei hij in een kerkdienst. En Feike Asma deed er een schepje bovenop door Psalm 33 te spelen: ‘Het briesend paard moet eindelijk sneven’.
Maar dr. Wilhelm Theodor Boissevain, ‘Bosjevan’ in de volksmond, werd lid van de NSB. Hij deed voorbede voor Hitler. Hij feliciteerde Mussert ooit met een ‘nationaal socialistischen groet. Hou zee!’ Hij hield echter geen twintig kerkgangers meer over. Het ‘knetterde’ tussen de predikanten, hoewel de onderlinge vriendschap bleef. Boissevain vluchtte op Dolle Dinsdag (5 september 1944) naar Duitsland, keerde eind januari 1945 naar Nederland terug, maar overleed in het Groningse Marum als gevolg van een val van de trap. Een proces kon er na zijn dood niet meer komen. De geschiedschrijver merkt echter wel op dat na de oorlog het verhaal de ronde deed dat dankzij Boissevains invloed binnen de NSB zijn collegae, ‘Touw voorop’, niet naar de concentratiekampen zijn gevoerd, bijvoorbeeld omdat ze gezamenlijk naar Radio Oranje hadden geluisterd. Toen zo'n ontvoering toch eenmaal had gedreigd, had Boissevain de bezetter laten weten dat ze hem (Boissevain dus) dan eerst zouden moeten doodschieten.
DE BONDERS
In ons blad mag niet ontbreken hoe het met ‘de bonders’ in Leiden gesteld was. Ds. J.C. van Apeldoorn stond vanaf 1930 in de Hooglandse Kerk, in de centrumwijk, na de Tweede Wereldoorlog wijk 1. Ds. M. Ottevanger stond vanaf 1938 in een kerk meer naar de rand van de stad, later wijk 4. De Hooglandse Kerk verkeerde toen in deplorabele toestand, de wijkgemeente eveneens.
In 1951 kwam ds. N. Kleermaker, toen 32 jaar oud, uit Genemuiden naar Leiden in de centrumwijk, als opvolger van ds. Van Apeldoorn, die met emeritaat was gegaan. Toen was de centrumwijk niet langer ‘het stiefkind’ van de gemeente maar kreeg zij een gelijkwaardige plaats naast de andere wijken. Zijn vertrek naar Nunspeet in 1956 wordt als ‘gevoelig verlies’ van ‘een geliefd predikant’ aangemerkt.
Een aardige bijzonderheid. Toen de Nieuw Guineakwestie zich aandiende stelde de zendingscommissie van de centrumwijk dat er nog zoveel Papoea's waren te bekeren dat het onbegrijpelijk was dat de synode terugtrekking van Nederland uit Nieuw Guinea adviseerde.
Jaarverslagen van de wijkgemeente gaven intussen van het geestelijk leven van de wijk niet hoog op. Ouderlingen kregen als ‘koopmannen in motballen’ bij onaangekondigd huisbezoek te horen dat ze op een andere keer maar terug moesten komen. Maar: ‘Gelukkig dat we weten en ook mogen constateren dat de Geest Gods nog blaast in dorre doodsbeenderen.’
Na het vertrek van ds. Kleermaker kwam er geen opvolger. Gezien de algemene neergang in hervormd Leiden werd de centrumwijk op 1 januari 1958 opgegeven. Halverwege de jaren vijftig werd wel een begin gemaakt met de restauratie van het kerkgebouw, die in 1979 werd afgerond. De kerk werd vooral gebruikt voor bijzondere kerkdiensten, ook voor de ‘Leidse Studenten Ekklesia’. De bonders kregen hun domicilie in de Marekerk.
MONUMENTAAL
De schrijvers van dit boek legden een goed gedocumenteerd boek op tafel. Wanneer de wanden konden spreken, zouden ze ook gewagen van veelstemmigheid aan geestelijke klanken. De ondertitel van het boek geldt voor de aanduiding die de kerk kreeg: ‘Kathedraal van het licht’. Van een houten kapelletje ontwikkelde ze zich tot een monumentale kerk, waarin het Woord talloze malen oplichtte. Mede dankzij de genoemde recente restauratie is het ook een bezienswaardigheid. Het fotomateriaal in het boek legt er getuigenis van af. Neem, lees en bezoek.
J. VAN DER GRAAF
Hans Karstens e.a. (red.), Zeven eeuwen Hooglandse Kerk. De kathedraal van het licht, uitgave protestantse gemeente Leiden, 304 blz.; € 25,-- plus € 7,95 verzendkosten, info@kerkelijkbureauleiden. nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's