De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

5 minuten leestijd

Erik A. de Boer en Harm J. Boiten (red.)

Godsvrucht in geschiedenis.

Uitg. Royal Jongbloed, Heerenveen; 552 blz.; € 29,90.

Bij zijn afscheid van de Theologische Universiteit Kampen kreeg prof.dr. F. van der Pol een bundel met allerlei uiteenlopende artikelen aangeboden. Toch is er een rode draad. De kernthema's zijn de onderwerpen waarmee prof. Van der Pol zich tijdens zijn hoogleraarschap heeft beziggehouden: de Middeleeuwen, Luther, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de nadere reformator Simon Oomius, en Kampen. Daaromheen zijn andere artikelen gerangschikt, zoals over Bucers invloed op Calvijn, een pastoraal boek uit 1549, de betekenis van het woordje ‘amen’ bij Ursinus en andere reformatoren, geloof en denken in de gereformeerde orthodoxie, en de heilszekerheid bij Johannes Teellinck, een zoon van de bekende Willem.

Van de doorgaans boeiende opstellen noem ik er enkele. Jos Huls en Hein Blommestijn gaan in op het centrale begrip ‘aanvechting’ bij Luther en zien allerlei parallellen met de laatmiddeleeuwse mystieke schrijver Tauler. Uit hun artikel blijkt opnieuw dat we de eigenheid van Luther niet kunnen begrijpen zonder zijn laatmiddeleeuwse geestelijke wortels te kennen. Te weinig laten de schrijvers echter doorklinken dat Luther ook een forse reformatorische omwenteling gaf door aanvechting nauw te verbinden met het Woord, Christus en het geloof.

Het opstel van dr. D. Timmerman over Bullinger en de spiritualiteit van de predikant is aansprekend. Op verschillende plaatsen in zijn werken heeft de hervormer van Zürich gewezen op het belang van het gebed bij de predikant, met name bij de voorbereiding van de Woordverkondiging. Als de prediker beseft dat hij bezig is met het Woord van de levende God, kan hij volgens Bullinger het beste smeken om Gods licht en leiding, want alleen in die weg kan hij de Schrift op de goede manier verstaan.

Prof. Van der Pol heeft ook aandacht gevraagd voor de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ds. H.J. Boiten beschrijft hoe deze gereformeerde belijdenis in de periode 1571-1578 ingang vond in vooral Holland en Zeeland. Het gereformeerde geloof werd mede via deze gereformeerde confessie al vlug de geestelijke basis van de nieuwe protestantse kerk in de Nederlanden. De schrijver van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Guido de Brès, komt naar voren in het artikel van prof. W.H.Th. Moehn. In het kader van de uitgave van de complete werken van De Brès heeft prof. Moehn de laatste jaren onderzoek gedaan naar de bronnen van Het wapen van het christelijk geloof (Le baston de la foy chrestienne). Hij brengt in kaart welke boeken De Brès heeft gebruikt bij het schrijven hiervan. Boeiend om te zien hoe De Brès te werk is gegaan. Hij geeft citaten van kerkvaders, ontleent aan een andere geloofsbelijdenis maar ook aan zijn medehervormers Calvijn en Viret. In de bundel staan ook twee artikelen over de spiritualiteit van Abraham Kuyper, de voorman van de Gereformeerde Kerken. Hij heeft veel meditaties geschreven, die echter grotendeels in de schaduw zijn gebleven van zijn kerkelijke en politieke werk. De meditaties leggen de nadruk op het innerlijke geestelijke leven en hebben een innige, mystieke toon. Om onvoldoende verklaarbare redenen heeft deze kant van Kuyper het in zijn kerk niet gehaald. Zodoende is vooral de Kuyper overgebleven die de gereformeerden heeft gemobiliseerd, buiten de Nederlandse Hervormde kerk heeft gebracht en via de bladen De Heraut en De Standaard verder heeft toegerust. Dat is natuurlijk te betreuren.

Prof. Van der Pol heeft een mooie afscheidsbundel gekregen die afsluit met een uitvoerige bibliografie. Regelmatig heeft hij binnen zijn kerkhistorische leeropdracht aandacht gevraagd voor de spiritualiteit van met name (nadere) reformatoren en daarmee een zinvolle bijdrage geleverd aan de bestudering van het kloppende hart van het geloof.

R.W. DE KOEIJER, BILTHOVEN

Ds. M.M. van Campen

De Koninkrijksdoop.

Royal Jongbloed, Heerenveen; 82 blz.; € 8,95.

Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind het lastig om dit boekje te bespreken. Het is gemakkelijk geschreven, het leest vlug maar het heeft ook iets vluchtigs. Bewogen en gedreven wil ds. Van Campen (predikant van de hervormde Maranathakerk in Rotterdam-Zuid) het radicale karakter van de doop voor het voetlicht brengen: wij worden in de doop onder de heerschappij en de Naam van de Koning gebracht. Wie gedoopt is, draagt de hoge roeping om naar de wil van deze Koning te leven. We horen de hoge woorden van het doopformulier ‘dat wij in een nieuwe gehoorzaamheid de wereld verzaken, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen.’ Iets om van harte amen op te zeggen. Ik voel met de auteur mee dat hier klemmende, actuele vragen liggen aan hen die de kinderdoop voorstaan maar zich in leer en leven niet echt als kind van de Vader gedragen. Tegelijk probeert hij de tegenstelling tussen kinderdoop en geloofsdoop te overstijgen. Deze insteek, en veel meer wat ds. Van Campen te berde brengt, doet dan ook denken aan een vergelijkbaar boek van dr. W.J. Ouweneel uit 2005, Sta op, laat je dopen. Opmerkelijk genoeg bevat de literatuurlijst wel andere gebruikte werken van Ouweneel, maar dit niet. Enkele overeenkomsten: het terzijde schuiven van het verbondsdenken (als een theologisch construct voor wereldse doeleinden), de omschrijving van de doop als introductierite waarin de dopeling zélf iets laat zien, en curieuze onderscheidingen als ‘door het geloof krijgt de mens deel aan Jezus als Heiland, door de doop krijgt hij deel aan Jezus als Heer.’ Er worden zonder veel exegese en bijbelse theologie snelle conclusies getrokken, waarvan de argumentatie dus moeilijk te toetsen is. Het juridische karakter van hoofdstukken als Romeinen 6 verdwijnt in een uitleg die meer uitdrukking geeft aan de bekering en de beleving van de gedoopte gelovige. Dogmatisch gesproken wordt de doop in dit boekje veel meer aan de heilsorde dan aan de heilsfeiten verbonden, en brengt het dus uit evenwicht. Misschien ontbreekt daarom wel enig spoor aangaande de troost van de doop.

Het overnemen van de hier beschreven visie lijkt me zonder de beantwoording van de vele vragen, niet raadzaam. Ook radicaliteit behoeft gedegen verantwoording vanuit de Schriften.

A.J. MENSINK, KRIMPEN AAN DE IJSSEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's