EÉN LICHTBLAUWE TRABANT
Veertig jaar Hulp Oost-Europa: van stenen naar mensen
Er gebeuren veel wonderen in Oost-Europa vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. Vooral omdat de ontmoeting met de plaatselijke gemeente centraal blijft staan.
Albert Heldoorn uit Harderwijk is vanaf 1976 betrokken bij het werk van HOE. Hij deed veel bezoekwerk in Oost- Europa en is sinds 1978 bestuurslid.
Medewerkers van de Stichting Hulp Oost- Europa (HOE) kunnen daarvan getuigen. In samenwerking met Kruistochten (nu: Open Doors) en de stichting Kom Over En Help werden veel christenen in het geheim voorzien van (verboden) Bijbels en christelijke literatuur. Ook werden zij bemoedigd met Gods Woord en gebed in de vele persoonlijke contacten die er waren, ondanks het feit dat het contact met het Westen levensgevaarlijk was. Hieronder volgt een terugblik in vogelvlucht van zaken die onder Gods zegenende handen tot stand werden gebracht.
COMITé
In het begin werd de Stichting Hulp Oost-Europa ‘comité’ genoemd. Tijdens de tweede reis met Aalt Mulder in juli 1977 ? de eerste vond plaats in april 1976 ? belandden wij in de Hongaarse plaats Baja bij de weduwe Härsvölgyi Ilonka, waar we A.L. de Boo uit Delft ‘van het comité’ aantroffen en dhr. Van Winsum uit Ede. In die dagen werd het comité gaandeweg stichting genoemd. Vanaf 29 januari 1976 werd de Stichting Hulp Oost-Europa notarieel vastgelegd.
AAN DE BASIS
Net als in de andere landen achter het IJzeren Gordijn was er in Hongarije na 1948 sprake van een totalitair regime met één dominante ideologie, één heersende partij, die een monopolie op informatie bezat. De overheid voerde een centraal geleide planeconomie door en de geheime politie ondersteunde dit met terreur.
Christenen werden als staatsvijand beschouwd. HOE-oprichter ds. J. van Rootselaar hoorde in de laatste dagen van zijn actieve predikantsleven in IJsselmuiden over verdrukte christenen in Hongarije en ging er in 1974 voor het eerst naar toe. Hij was diep onder de indruk en legde veel momenten vast op de dia. Later zou hij vanaf zijn 67ste met dit materiaal ruim 170 dialezingen verzorgen in het hele land. Dat bracht veel geld op en toen de Generale Diaconale Raad via de Gereformeerde Bond 80.000 gulden toekende aan het comité voor uitbreiding van het Evangelie, was de basis voor hulpverlening definitief gelegd. Ir. J. van der Graaf (later zelf jarenlang voorzitter en thans lid van de Raad van Toezicht) zorgde er voor dat het geld aan ds. Van Rootselaar beschikbaar werd gesteld. Ouderlingen uit zijn vorige gemeenten stonden ds. Van Rootselaar bij, onder wie de heren A. Mulder, L. Koppert, J. de Ruijter, A.L. de Boo, P. van Driel, C. Klok en J. ten Berge.
BEGINJAREN
Het beleid van HOE was er in de beginjaren op gericht om bezoekwerk te doen onder christenen door hen te bemoedigen en samen met hen te bidden. Het begrip ‘Stille Hulp’ werd gehanteerd voor allerlei vormen van diaconale hulpverlening, zoals het verstrekken van een financiële toelage, kleding, medicijnen of andere medische hulpmiddelen. Het logo van de stichting gaf dat duidelijk weer: een brood, een kerk en een boek.
De kerk stond voor het ondersteunen van de gemeenten in de breedste zin van het woord door hulp te verlenen bij bouwwerkzaamheden, door de gemeenten toe te spreken, te bemoedigen en met hen te bidden. Het boek stond symbool voor de literatuurverspreiding: uiteraard de Bijbel, maar ook veel ondersteunende christelijke literatuur.
De jeugd nam hierbij als doelgroep een grote plaats in, terwijl juist de autoriteiten er alles aan deden om het Woord bij de jeugd vandaan te houden. In de bovengenoemde plaats Baja bijvoorbeeld kocht de weduwe Härsvölgyi een extra groot huis, omdat onder deze woning zich een kelder bevond, die de plaatselijke predikant, Mikesi Károly, kon gebruiken om er in het geheim jeugdsamenkomsten te houden.
ZWIJGEN
Over de reizen naar Hongarije, naar Roemenië, Polen, Joegoslavië, de DDR en Tsjechoslowakije werd weinig bekendgemaakt: er waren sterke aanwijzingen dat de Oost-Europese geheime diensten erg actief waren. Aan de hand van de verplichte visa kon men gemakkelijk nagaan waar de ‘toeristen’ vandaan kwamen, want onder dat mom bezochten de HOEmedewerkers de christenen.
Zelfs naaste familieleden mochten niet weten wat er gedaan werd in Oost-Europa, want dat kon negatieve gevolgen hebben voor de bezochte christenen daar. Zij moesten zich vaak verantwoorden bij de geheime dienst na afloop van een bezoek van HOE-medewerkers. Voorschrift was steeds dat je niet noemde wie je had bezocht en naar wie het volgende bezoek zou gaan, zodat de geheime dienst niet te weten kwam hoe de bezoeken vormgegeven werden.
‘STILLE HULP’
Nadat hij in 1974 herstelde van een hartinfarct, gaf ds. Van Rootselaar de ontvangen giften door aan de christenen in Hongarije. Onder hen waren veel predikanten, want het traktement van een predikant was destijds zeer laag. Deze ‘stille hulp’ verstuurde hij per kwartaal per internationale postwissel. Omdat hij daarnaast ook de financiële administratie van de stichting voerde, werd het verzenden van de ‘stille hulp’ hem gaandeweg te veel: het verwerken van die geldstroom mocht ik overnemen. Per jaar was hier een bedrag mee gemoeid van een kleine 25.000 gulden (ruim € 11.000). Rond 1982 ontvingen 122 adressen in Hongarije een kwartaalbijdrage. Ook naar Joegoslavië, Roemenië en Slowakije werd hulp gestuurd. Met de meeste adressen voerde ik ook correspondentie.
AUTO'S
Het was een genoegen elkaar zo te bemoedigen. Al deze adressen werden tijdens de bezoekreizen bezocht en gecontroleerd op het effect van de ‘stille hulp’. Het bestuur van de stichting functioneerde in de jaren tachtig op volle sterkte en gaandeweg kwamen er ook veel vrijwilligers bij. Er ontstond naast het bestuur een aantal subcommissies, zoals de commissie Materiële Hulp en de commissie Literatuur.
De commissie Materiële Hulp verzorgde naast de ‘stille hulp’, ondersteuning in de vorm van auto's. Predikanten dienden in die tijd in Oost-Europa op het platteland vaak een aantal gemeenten die ver uit elkaar lagen. Een auto was daarbij onontbeerlijk, en tegelijkertijd onbetaalbaar en onbereikbaar. Onbetaalbaar vanwege de hoge kosten ten opzichte van het magere traktement en onbereikbaar, omdat de beschikbaarstelling van auto's via een staatsorgaan verliep. Wie een auto wilde aanschaffen, kwam op een wachtlijst van soms wel tien jaar. Een auto ontvangen via een ‘dollarwinkel’ van de staat was dan een goede oplossing. Van die mogelijkheid maakte ook HOE gebruik.
GEHEIME DIENST
De invloed van de geheime dienst bleef merkbaar. Ds. Draskóczy Gábor in Boedapest bijvoorbeeld kreeg een lichtblauwe Trabant, terwijl er in de hoofdstad hoofdzakelijk grijze Trabi's rondreden: de geheime dienst kon zo precies nagaan welke adressen hij aandeed.
Zo'n tien jaar na de oprichting van de Stichting Hulp Oost-Europa mocht ds. Van Rootselaar constateren dat zijn vrijwilligerswerk in Oost-Europa door een groot aantal mensen werd overgenomen en verspreid. Speerpunten in de hulpverlening waren: bijbelsmokkel (Bijbels, studiemateriaal en christelijke literatuur), faciliteren van gemeentewerk en jeugdwerk, diaconale hulp en bemoediging van christenen.
GROEI
Aanvankelijk waren dit de leden van de gemeenten die de belijdenisgeschriften van de Hongaarse ‘reformatus’ kerk onderschreven. In de jaren tachtig kwamen hier ook de evangelische groeperingen bij vanuit de DDR, Roemenië, Polen, Tsjechoslowakije en Joegoslavië. In Nederland werd veel gedaan aan voorlichting over de vervolgde kerk in Oost-Europa. Het blad Helpende Handen zag het licht en het aantal lezingen door bestuursleden groeide behoorlijk. Vele diaconieën binnen de Gereformeerde Bond droegen een steentje bij aan het werk van HOE.
ANDERE ACCENTEN
Na 1989 groeide de Stichting Hulp Oost-Europa door en werden de accenten van de hulpverlening verlegd. Er kwamen veel hulptransporten richting Roemenië. Een aantal bouwprojecten kon worden ondersteund, waarbij nieuwe kerken, scholen, kinder- en weeshuizen en gemeentezalen konden worden gerealiseerd. In Oekraïne werd een opvanghuis voor gehandicapten opgezet. In Slowakije ontstond in 1994 een theologische faculteit met een uitgebreide bibliotheek. Tijdens de Kosovo-crisis werden er veel hulptransporten in die richting verzorgd.
De laatste jaren is het beleid van HOE erop gericht niet zozeer in stenen te investeren, maar in mensen. De ondersteuning van het jeugdwerk neemt in veel landen daarom een hoge vlucht. De ontmoeting met de plaatselijke gemeenten blijft echter centraal staan. Van daaruit wordt de verspreiding van het Evangelie gerealiseerd met Gods hulp. Want één ding staat vast: zonder Zijn zegenende handen zou het werk van de stichting HOE tevergeefs zijn geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's