De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET DAGLICHT TEGEMOET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET DAGLICHT TEGEMOET

Gemeente in de eindtijd [1]

8 minuten leestijd

Velen ervaren het leven als onheilspellend. Dit gevoel wordt gevoed door gebeurtenissen in het recente verleden: de terroristische aanslagen op 9-11, de tsunami die in 2004 Zuidoost- Azië teisterde, de financiële crisis, de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Maar: er is hoop.

Ds. H. Russcher is predikant van de hervormde gemeente te Nijkerk.

Volgende week het slot, over wat de christelijke gemeente in de eindtijd te doen staat.

In 2013 verscheen het boek Apocalyps van de Nederlandse auteur Arnon Grunberg. Het is een bundeling van korte verhalen die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat er in het leven van de hoofdpersonen van alles mis gaat. Niemand is veilig in Grunbergs omineuze universum, zo lees ik op de achterflap. Het einde voelt voortdurend als nabij. Vandaar de titel Apocalyps.

Zoals in het boek van Grunberg het noodlot voortdurend toeslaat in het kleine leven van mensen, zo beleven velen het wereldgebeuren. Het is een wachten op doomsday, de oordeelsdag. De vooruitgangsmythe van de negentiende eeuw heeft schipbreuk geleden in de twintigste, de bloedigste eeuw ooit.

DAG DES HEEREN

Voor die ondergangsstemming heeft de seculiere wereld een term geleend uit de Joods-christelijke traditie: apocalyptisch. Men onderkent blijkbaar niet dat de Joodse en vroegchristelijke apocalyptiek juist een boodschap bevat van hoop in gevaar: er zal verlossing komen. De dag des Heeren nadert.

In het Joodse denken begint de dag met de avond. Elke dag is afbeelding van de naderende dag des Heeren. Vóór die dag aanbreekt, volgt een tijd van donkerheid. Maar we leven het daglicht tegemoet. Daarom klinkt voortdurend de oproep om te waken, om het aanbreken van de dag bewust te beleven.

Die gedachte heeft mogelijk zijn oorsprong in de tempelliturgie. We waken om de lof van God in de morgen te zingen. Hierbij kunnen we aan Psalm 108 denken. De HSV heeft hier correcter vertaald dan de Statenvertaling. Het is niet: ik zal in de dageraad ontwaken. Als je door het daglicht gewekt moet worden, ben je te laat, schrijft Paulus in 1 Thessalonicenzen 5. Je moet lezen: Ik zal de dageraad doen ontwaken. Dat gebeurt door Psalmen te zingen en te musiceren. De gemeente leeft lofzingend de nieuwe dag tegemoet.

ZONDER HOOP

Hopen is een existentiaal, een wezenskenmerk van het menszijn. Dat wisten de oude Grieken al. Volgens een verhaal uit de Griekse mythologie gaf Zeus aan een vrouw, Pandora, een doos waarin allerlei rampspoed, ziekte en ellende zat opgesloten. Pandora lichtte uit nieuwsgierigheid het deksel op en direct vlogen alle ziekten en kwalen eruit om zich over de wereld te verspreiden. Haastig klapte ze de doos weer dicht en toen bleek dat er nog één ding was achtergebleven: de hoop om de mensheid te midden van alle rampspoed te troosten.

Maar Paulus karakteriseert het heidendom van zijn tijd kort en goed: zonder God en daarom zonder hoop in de wereld. We zien het ook vandaag. In het leven van veel mensen is het eeuwigheidsperspectief verdwenen of geweldig vervaagd. We zitten in een trein die rijdt naar niemandsland, zingt de populaire zanger Frans Bauer.

GROTE DRUK

Het levensbesef is in hoge mate diesseitig geworden. Je leeft maar één keer. Dat legt een grote druk op het huidige bestaan. Hier en nu moet het gebeuren. Godfried Bomans drukte het wijken van het eeuwigheidsperspectief op een aardige wijze uit. Vroeger zeiden ze van een hoogbejaarde: hij is er bijna. Tegenwoordig zeggen ze: hij is er bijna geweest.

Op wereldschaal is de verwachting van velen dat de wereld waarin we leven een ecologische dood zal sterven of ten onder zal gaan in een nucleaire oorlog (rampenfilms als The Day After Tomorrow spelen er gretig op in).

En op kosmologische schaal: volgens de wetenschap zijn er in de verre toekomst twee alternatieven voor het heelal. Of we eindigen in een big cool down, als de energie opraakt, of we stevenen af op een big crunch, waarbij het heelal uiteindelijk in elkaar klapt.

ONDERSCHEIDEND KENMERK

Zonder God betekent zonder hoop. Daarentegen is het christendom de religie van de hoop. In de oudheid werd gezegd: Illicitum non sperandum, vrij vertaald: ‘hoop niet op wat verboden is’. In de Vroege Kerk veranderden christenen één letter: Illicitus non sperandum: ‘het is verboden om niet te hopen’.

De hoop is volgens de eerste Petrusbrief het USP (unique selling point) oftewel het onderscheidend kenmerk van christenen. Ze zijn wedergeboren tot een levende hoop. Ze zijn herkenbaar omdat ze hoopvol in het leven staan. Als de buitenwacht vragen stelt, liggen die dus met name op het terrein van de christelijke hoop: ‘Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is’ (1 Petr.3:15).

NIEUWE WERELD

Het geschiedenisbeeld van de eerste christenen is beïnvloed door de apocalyptiek van het late jodendom. De apocalyptiek heeft zijn wortels in de oudtestamentische belijdenis van Gods Koninkrijk dat heel de aarde zal omvatten (bijv. Ps.72).

Deze verwachting concentreert zich op een zoon van David in en door wie God Zijn heil zal doen komen. Kenmerkend voor de apocalyptiek is een scherpe tegenstelling tussen de huidige wereld en de toekomstige wereld, maar ook de verwachting van een spoedig ingrijpen van God van kosmische afmetingen.

Dit betekent verlossing voor de rechtvaardigen en verdelging voor de goddelozen. Wij leven al in de geboortetijd van de nieuwe wereld. In de apocalyptiek spreekt men van de Messiaanse weeën waaruit de nieuwe wereld geboren wordt.

OVERLAPPING

De vroegchristelijke auteurs hebben dit apocalyptische schema overgenomen, zij het met een belangrijke aanpassing: de eerste christenen leefden in de overtuiging dat in Christus' vleeswording, kruisdood en opstanding het einde al is aangebroken. We leven in het laatste der dagen.

De toekomstige wereld is binnengebroken in de huidige. Jezus is opgestaan uit de doden, terwijl de geschiedenis nog in volle gang is. Het is het startpunt van de nieuwe wereld. Het na-elkaar van de Joodse apocalyptiek is in de nieuwtestamentische geschriften een naastelkaar geworden. Christenen leven in de overlapping van de oude en de nieuwe wereld.

De spanning tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’ van het Koninkrijk is kenmerkend voor het huidige tijdsgewricht. Het is de spanning tussen hopen en hebben, verborgen en openbaar, geloven en aanschouwen. Paulus kan enerzijds schrijven dat Gods Koninkrijk in Christus gekomen is: ‘Het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.’ (2 Kor.5:17) Anderzijds wachten we nog op de verschijning van Christus en de definitieve openbaring van Gods Koninkrijk. Dr. A. van de Beek wijst erop dat met het woord parousia zowel de eerste als de tweede komst van Christus wordt aangeduid. Zijn conclusie luidt: Het gaat ten diepste om het ene komen van de Heere.

SPANNING

Deze eenmalige komst van Christus heeft in onze wereldtijd wel een duur, een uitgestrektheid. Vanuit menselijk perspectief kun je spreken van een komst én een wederkomst.

Zoals aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de bevrijding door de geallieerden een termijn had: de tijd tussen D-day en V-day. Zó leven christenen tussen D-Day en V-Day, tussen beslissing en victorie, tussen Pasen en voleinding.

Het samenkomen van de huidige en komende wereld levert, net als de botsing van twee tektonische platen, een geweldige spanning op. Ook in het Nieuwe Testament komen we het spreken over de barensweeën van de nieuwe schepping tegen. Bijvoorbeeld in Romeinen 8. Jezus spreekt in Mattheüs 16 over de tekenen van de tijden. In Mattheüs 24 gaat Hij er uitvoeriger op in.


De gemeente leeft lofzingend de nieuwe dag tegemoet


TEMPELAFBRAAK

De aanleiding is wat Jezus zegt over de tempel. Die zal tot de grond toe afgebroken worden. Voor de discipelen is dat ondenkbaar. Ze kunnen hun messiaanse hoop onmogelijk combineren met de gedachte aan een verwoesting van de tempel. Ik stond vorig jaar in Rome bij de Boog van Titus (Judaea capta). Die is gebouwd ter ere van de latere keizer Titus, die als Romeins veldheer Jeruzalem met de grond gelijk maakte. Je ziet aan de binnenkant hoe de tempelvoorwerpen (waaronder de menora) als buit worden meegevoerd na de verwoesting van de tweede tempel in het jaar 70 na Christus.

We kunnen ons nauwelijks indenken wat voor een verpletterende indruk dit op het Joodse volk moet hebben gemaakt.

TEKENEN

Het roept bij de discipelen in ieder geval de vraag op in welk toekomstpatroon dit past en wat het (voor)teken zal zijn van de glorieuze verschijning van Jezus als de Messias.

Dan volgt de rede over de tekenen van de tijden. Veel mensen hebben op basis van Mattheüs 24 en andere teksten een preconstructie gemaakt van de toekomst. Er zijn, door te jongleren met bijbelteksten, pogingen gedaan om het precieze tijdstip van Jezus' komst te berekenen. Jezus spreekt echter niet over de tekenen om de discipelen te helpen een scenario van de toekomst te schrijven. Deze dingen moeten gebeuren volgens het raadsplan van God, als aansporing tot waakzaamheid en volharding voor de gelovigen, als voorbode van het gericht. Ze doen ook een dringend appèl op de ongelovige wereld om in Hem als de komende Koning te geloven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

HET DAGLICHT TEGEMOET

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's