IN GEVANGENISSEN
Predikant buiten de gemeente [3, ds. C. van den Berg]
Vanaf 1982 bezoekt het gezin van ds. C. van den Berg christenen in het voormalige Oostblok. Tijdens een weekdienst in Roemenië wordt hij gevraagd om mee te gaan naar een gevangenis. Hij weigert, maar de vraag komt in alle hevigheid terug. Hij kan zich er niet meer aan onttrekken. ‘Ik ben in 1991 letterlijk en figuurlijk meegenomen’, aldus ds. Van den Berg. Wat is zijn taak precies?
Volgende keer deel 4: Ds. P. Koeman is geestelijk verzorger in verpleeghuis Norschoten.
‘Het werk dat ik voor de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) vervullen mag, heeft twee poten. Ik werk onder gevangenen in Roemenië en ik geef les in missiologie aan het Protestants Theologisch Instituut (PTI) van de Hongaarse Gereformeerde Kerk (en van de Lutherse Kerk en de Unitariërs) in Roemenië. Aan het PTI mag ik gastlessen geven aan vijfde- en zesdejaars studenten. In de gevangenissen houden we korte diensten, zingen we (mijn vrouw en zes van onze kinderen reizen nog steeds mee) en bidden we met de gevangenen. Tevens mogen we overal lectuur achterlaten.’
ZEGEN
Wat is de betekenis van uw werk?
‘Laat ik eerst iets zeggen over het les geven in missiologie. Ik heb het gevoel dat de Hongaarse Gereformeerde Kerk in Hongarije een kerk is die wat aan kracht inboet. Voor de Hongaren is het best moeilijk om zich staande te houden in Roemenië. Het aantal kerkgangers loopt op veel plaatsen terug en gemeenten vergrijzen. De laatste jaren is er niet veel aan zending gedaan. Het zou mooi zijn als er een vuur gaat branden en er een ijver ontstaat om mensen bekend te maken met het Evangelie. Immers, een kerk die leeft, treedt naar buiten. Twee jaar geleden vertelden twee studenten mij onder tranen hoe de gastcolleges antwoord gaven op hun vragen over de richting in hun leven. Dan ben je dankbaar dat de Heere dit zo heeft geleid. Wat betreft het werk in gevangenissen mogen we bemerken dat de verkondiging van het Woord en de daarop volgende bijbelstudies vrucht afwerpen. We mogen op elke reis wel getuigenissen horen van gevangenen en soms van bewakers die tot verandering zijn gekomen. Tijdens een reis bezoeken we tien tot twaalf gevangenissen door het hele land heen. Ik denk aan een gevangene die ruim negen jaar gezeten had, nog een halfjaar gaan moest, maar acht jaar eerder in het hart gegrepen was onder een preek die we toen hielden. Ook denken we aan een bewaker die 23 jaar zijn werk deed, ooit uit het leger kwam en wel met een ijzeren vuist discipline wilde aanbrengen onder de gevangenen. Hij zag echter hoe gevangenen bijbelstudie deden en verbaasde zich erover dat wij elk jaar terug kwamen. Hij raakte zelf onder de indruk van het Woord door de preken heen en getuigt nu dat hij de Zaligmaker, Jezus Christus, mag kennen.’
GRENZEN
Met welke grenzen/knelpunten hebt u te maken?
‘Het knelpunt zit soms in de verdeling van de tijd en energie. Naast het dienen voor 60 procent van de hervormde gemeente van Ouddorp vul ik mijn overige tijd in met het werk in en voor Roemenië en het delegatiewerk in Nederland. Soms is het gewoon te veel, dus dan is een pas op de plaats nodig.
Voor het werk in Roemenië zelf zijn er op dit moment weinig knelpunten. De deuren gaan steeds weer open en de ontvangst is vaak zeer hartelijk. De Heere geeft openingen genoeg.’
GETUIGENISSEN
Op welke bijzondere ervaringen kijkt u terug?
'Een bijzondere ervaring was wel dat we het getuigenis hoorden van de directeur van gevangenenzorg Roemenië, wijlen Constantin Asavoaie. Hij was zelf tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij kwam na twee jaar vrij, maar ging toch weer een jaar terug, om medegevangenen met het Evangelie in aanraking te brengen. Hij was degene die mij binnenbracht in de gevangenissen.
Ik hoop (en merk) dat het zendingsbesef binnen de gemeente groeit
Tijdens een dienst liepen twee jonge gevangenen de zaal uit. Ik was bang dat zij het maar niks vonden. Een poosje later kwamen ze terug met een schitterende pentekening en een kaart voor Samuël en Grace, onze gehandicapte kinderen. Zij keken naar Grace nadat zij haar levensverhaal verteld en Amazing Grace gezongen had. Ze zeiden: ‘Grace, je bent een lichtstraal tussen steen en staal…’
Een student aan het PTI groeide op bij zijn oma. Hij nam afscheid van de kerk, vooral omdat hij teleurgesteld was in predikanten, zo zei hij. Nu volgde hij zelf de opleiding tot predikant. ‘Maar ik word het niet’, zo zei hij… ‘Ik ga gewoon werken en evangeliseren!’ Hij moest voor de vierde keer op voor een tentamen. Lopend door de stad zag hij op de muur staan: Ninevé. Een schok ging door hem heen. ‘Dan zal ik niet langer vluchten als een Jona…’
Dit jaar vertelde een gevangene heel blij en dankbaar dat hij enkele weken later gedoopt hoopte te worden: ‘Ik vertrouw op de Heere met héél mijn hart.’
En ten slotte, die vrouw in de vrouwengevangenis die na de preek over Naomi op de knieën viel om te bidden.’
VERBETERINGEN
Welke ontwikkelingen signaleert u?
‘Ondanks enige verbeteringen zijn de omstandigheden in de gevangenissen slecht. Er zitten bijvoorbeeld vaak te veel gedetineerden in één cel. Een grote verbetering is wel dat er programma's worden aangeboden aan gevangenen met onderwijs en verschillende bezigheden.’
Hoe hebt u de overgang vanuit de gemeente naar uw huidige werkomgeving ervaren?
‘Die overgang en verandering was er dus al vele jaren geleden. Ik voelde me aanvankelijk niet de man om in gevangenissen te gaan preken. Dat was iets voor anderen. De Heere veranderde dit. Ik heb wel eens gedacht over een volledige bediening in de gevangenis in Nederland, maar die weg is nooit geopend. Het is goed hoe de Heere leidt. Ik ben Hem zeer dankbaar voor Zijn voorzienigheid, en de mensen binnen de GZB ben ik dankbaar voor de zeer vele jaren (sinds 1997) dat zij ons vakkundig en met toewijding hebben willen begeleiden. Toen ze ons in 2012 opnieuw in dienst namen, zei ds. J.P. Ouwehand (directeur GZB) tegen ds. W. Poldervaart (landencoördinator): ‘Maak er met elkaar maar iets moois van.’ Zo is een werkplan ontstaan en vormgegeven. Dan mag ik toch wel terecht verwonderd zijn over de plaats die de Heere ons geeft, als gezin en mij persoonlijk.
Het lesgeven aan het PTI is eveneens een bijzondere belevenis, wat mijn werk in de gemeente ten goede komt. De verschillende contacten verbreden de blik van zowel de voorganger als de gemeente. Zo ontstaat er een wisselwerking tussen de gemeenten en mijzelf. Daar krijg ik nieuwe energie van.’
GEBED
Hoe kan de gemeente bij dit werk betrokken zijn?
‘De gemeente reist altijd biddend mee, dat weten en merken we. We zien er enerzijds tegenop maar anderszins ook naar uit wanneer we de gevangenissen en de collegezaal binnengaan, elke keer weer. Ook steunen gemeenten het werk met hun gaven. Ik hoop (en merk) dat het zendingsbesef binnen de gemeente groeit. Dat is mooi en een dankzegging waard. En ja, ten slotte: ‘Wie roemt, roeme in de Heere!’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's