De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

‘Kampen was een dwaalweg, Franeker was de bestemming’, kopte een artikel van Sjirk Kuijper, achterkleinzoon van de afgescheiden ds. Jacob Kok, in het Nederlands Dagblad, waarvan Kuijper hoofdredacteur is.

De afgescheiden synode van 1849 besluit tot stichting van een landelijke school voor Herders en Leraren. Eerst worden drie docenten gekozen: G.F. Gezelle Meerburg, T.F. de Haan en S. van Velzen (predikant te Amsterdam). Daarna komt de locatiekeuze aan de orde. Sommige stemmen neigen naar een plaats op het platteland, ‘vanwege de meerdere eenvoudigheid en onkostbaarheid’. Anderen pleiten voor ‘de hoofdstad des Rijks’, vanwege de veronderstelde ‘mogelijkheid om daar menschenkennis te verkrijgen’. En dan zijn er nog de polderaars, die voorkeur geven aan ‘een landstad, waar behoorlijke omgang met menschen genoten kan worden’. Uiteindelijk wordt ‘met eene volstrekte meerderheid van stemmen de voormalige Akademiestad Franeker verkozen’. (De op één na oudste universiteit van ons land werd in 1585 geopend in Franeker; in 1811 deed Napoleon de deur dicht). Nog tijdens de synode begint de raad van Amsterdam, nota bene de gastheer van deze landelijke vergadering, dwars te liggen. Er wordt een brief (d.d. 17 juli 1849) op tafel gelegd waarin de kerk van Amsterdam bezwaar maakt tegen het beroep op haar predikant, Van Velzen. En meteen wordt er met de geldbuidel gezwaaid: als Van Velzen naar Franeker vertrekt om daar dominees te gaan opleiden, zal de provincie Noord-Holland niet de gevraagde quota opbrengen. Een oplossing kan zijn dat de School in Amsterdam komt, zodat Van Velzen daar als predikant én professor kan blijven wonen. Een brief uit Franeker (gedateerd 11 juli 1849) doet er langer over om de synode te bereiken, maar is veel geestelijker van toon. De kerk van Franeker beschrijft hoe het synodebesluit in de gemeente ontvangen is: ‘Verwondering en aandoening stond op ieders gelaat te lezen. De betraande ogen van velen, zoo mannen als vrouwen, waren het bewijs van inwendige gevoelens.’

En toch werd het Kampen, ‘alsof nooit een klinkend besluit genomen is’. Met de toevoeging:

Dat de Synode zorge, dat de School van Kampen niet anders dan om gewigtige reden naar elders verplaatst worde, doch nimmer naar Amsterdam wegens de vele kosten en de groote zedeloosheid aldaar.

Ik kon het boek bemachtigen waaruit bovengenoemde ds. Jacob Kok memoreert. Het boek draagt de titel Meister Albert en zijn zonen. Uit de geschiedenis der Afscheiding in Drenthe (uitg. Kok, Utrecht, 2e druk, 1934). In het begin vertelt hij over de oergeschiedenis in Drenthe:

Hier heerschte vroeger het Heidendom. Een half uur ten zuiden, in het Dwingeler zand, vindt men nog oude tumuli: oude grafheuveltjes en een zeer oude legerplaats, als bijvoorbeeld in 't hart van Gelderland. Bij Diever is een hunnebed, een monument op het graf van een der aanvoerders dier oude volken, wiens lijk op een grooten brandstapel verbrand werd, met de weduwe, vier der trouwste slaven, even zoovele slavinnen (die hun heer en vrouw in den dood moesten volgen), zijn paard en zijn wapenen. De asch werd in een urn gedaan en begraven, een groote steenhoop opgericht, welk later als heilig werd beschouwd en waarbij menschen- en dierenoffers werden gebracht.

Maar ook nadat eeuwen hier in het hart van Drenthe het Evangelie was verkondigd (de voornaamste zendeling was Willehad in het begin der 9de eeuw) was toch het godsdienstige leven in deze provincie meestal aan den armen, schralen grond gelijk. In deze afgelegen streken, met zijn ruwe bewoners, waren in den regel de predikanten het uitschot van elders, de kerken en pastorieën klein en haveloos, de tractementen laag en de dorpspredikant was schoolmeester, klokkenluider, alles in één persoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's