De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEELDEN VAN DE HEMEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEELDEN VAN DE HEMEL

Over een land niet ver bij ons vandaan

6 minuten leestijd

In het begin schiep God de hemel en de aarde. Met deze woorden begint de Bijbel. Het is de plaats waar God woont, zo vertellen we het vaak aan onze kinderen. Wat stellen we ons daar bij voor?

Dr. Ewald Mackay is historicus en filosoof en als docent verbonden aan Driestar Hogeschool te Gouda.

Kindertijd

Als kind had ik een vlot ergens bij een watertje in de Alblasserwaard. Op een stralende voorjaarsmorgen fietste ik naar het vlot, maakte het touw los, ging op mijn rug op het vlot liggen en liet me langzaam afdrijven. De golfjes kabbelden onder mij door en maakten klokachtige geluidjes. Een geur van voorjaar waaide over het water. Verder was er helemaal niets dan de stilte. En boven de polder de hemel. Ergens daarboven was God. Zoals het nu hier was, moest het in de hemel zijn. Regels uit Psalm 23 en Openbaringen 22 kwamen in me op. Alles rook hier naar de nieuwe aarde en de nieuwe hemel. Een nameloos heimwee vervulde mij.

Maar ik wist tegelijk ook dat de hemel ver weg was, want onze dominee vertelde dat je daar zomaar niet bij kon en dat je zomaar met een ingebeelde hemel naar de hel kon gaan. Een heilige huiver omving mij.

Jeugdtijd

Na een lange en heftige strijd ergens in de late jaren van mijn middelbareschooltijd kwam het in mijn ziel tot vrede met God. De beklemmende kinderangsten vielen weg en de hemel ging open als een angstloze plaats des vredes.

Ik ging het Woord doorgraven om een helder beeld te krijgen van deze hemelse werkelijkheid. De oudtestamentische beelden leken heen te wijzen naar een gelaagdheid van beneden naar boven. ‘In den beginne schiep God de hemelen en de aarde.’ Daarboven nog was er de ‘hemel der hemelen’ waar God een ‘ontoegankelijk licht’ bewoont en waar de aartsengelen voor Zijn aangezicht zijn en dag en nacht het ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere der heerscharen’ zingen.

Ook de nieuwtestamentische woorden van Paulus, waarmee hij beschrijft hoe hij is ‘opgeklommen geweest tot in de derde hemel’ lijken deze gelaagdheid te bevestigen. Paulus lijkt hier ook min of meer aan te sluiten bij de buiten-bijbelse noties van de (zeven) hemelsferen.

Daarnaast ging ik op zoek naar bijbelse beelden en visioenen van de toekomstige hemelse heerlijkheid waar de gelovigen uit het oude en nieuwe verbond naar verlangden.

Ik ontdekte dat er in het Oude Testament vele verschillende beelden van de hemelse heerlijkheid beschreven werden. De priesterzoon Ezechiël beschreef de hemelse heerlijkheid in visioenen van de nieuwe tempel. Amos, de boer uit Tekoa, deed dat in boerenmetaforen van het herstel van de ‘hut van David’ en de koninklijke profeet Jesaja sprak in beelden van het herstel van de ‘tronk van Isaï’ en het messiaanse koningschap waar God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde zal scheppen, alwaar ‘de wolf en het lam tezamen verkeren en de leeuw stro zal eten gelijk een os’. In het Nieuwe Testament grepen mij vooral de visioenen van Johannes op Patmos aan. Hier ging het over het nieuwe Jeruzalem dat nederdaalde uit de hemel.

Aarde en hemel leken dichter naar elkaar toe te komen. God Zelf zou ‘bij de mensen wonen’ en ‘alles en in allen zijn’. Ik vroeg me af waar wij dan zouden zijn: was dat in de nieuwe hemel of op de nieuwe aarde of gingen die twee min of meer met elkaar vervloeien? Als dat zo was, zou er dan toch de volmaakte Alblasserwaard zijn waar ik als kind van droomde?

Naast het Woord ging ik de traditie lezen. Ik ontdekte dat Luther aan zijn zoon Hansje over de hemel schreef en daarin niet aankwam met beelden die een kind alleen maar afschrikken – zoals het beeld van het eeuwige avondmaal dat ik als kind meekreeg van mijn predikant – maar juist uitdrukking van het allermooiste zijn dat een kind zich kan voorstellen. Luther schetste de hemel voor Hansje als een plaats waar engelen de hele dag met gouden boogjes en gouden pijlen krijgertje spelen met kinderen.

Op de Guido de Brès, mijn middelbare school in Rotterdam, lazen we in de theologiekring bij dhr. Leertouwer de boeken van Van Ruler. Diens tekst ‘Ultragereformeerd of vrijzinnig’ sloeg bij mij in als een bom vanwege de ruimte van het heil die daarin naar voren kwam én vanwege de aardse beelden van de hemel. Van Ruler geloofde namelijk dat er in de hemel ook een vorm van lichamelijke intimiteit zou zijn. Hoewel ik me afvroeg en afvraag of dit zo is, spraken Van Rulers onbevangenheid en creativiteit me aan.


PERSOONLIJKE INDRUKKEN

Dr. Ewald Mackay neemt ons mee in zijn herinneringen over beelden van de hemel. Het is een korte en persoonlijke bespiegeling van indrukken en voorstellingen die hij vanaf zijn kinderjaren had over datgene wat boven de aarde uitstijgt. Hij presenteert deze terugblik in de vorm van een triptiek, een drieluik gevolgd door een korte evaluatie.


Latere tijd

Tijdens mijn studie verdiepte ik me in de kosmologie van de klassieke oudheid en de middeleeuwse wereld. Ik las Dante's meesterwerk De goddelijke komedie, waarin het oude wereldbeeld op grandioze wijze naar voren komt. Binnen dit wereldbeeld bevinden wij als mensen op aarde ons ‘onder aan de trap’ (Bart Jan Spruyt) en vormt het universum een geheel van opklimmende treden ofwel sferen: onder de aarde bevindt zich de hel; daarna komen er zeven planetaire hemelsferen, vervolgens negen engelensferen (zoals de ‘machten, tronen en heerschappijen’ waar het Woord over spreekt) en uiteindelijk is er dan het ‘ontoegankelijke licht Gods’ ofwel het empyreüm waar God troont, Die heel dit, door het Woord Zijner kracht geschapen universum omvat en bestuurt. Dit wereldbeeld vermocht en vermag mij tot immense vreugde te brengen.

Dit wereldbeeld is echter onder vuur komen te liggen sinds de opkomst van de moderne wetenschap, waarbinnen wordt gesteld dat er een uitdijend heelal is waarin talloze sterrenstelsels zich bevinden en dat zich manifesteert als een soort tijdruimtelijke kromming. Is er binnen deze kosmologie nog plaats voor een ‘boven’ en ‘beneden’ en voor God en de hemel? In mijn proefschrifttijd las ik Luco van den Brom's Divine Presence in the World. Prof. Van den Brom heeft in dit boek geprobeerd om met behulp van de theorie der meerdimensionaliteit de bijbelse beelden aan te laten sluiten bij deze nieuwe kosmologische inzichten: God en hemel zijn niet zozeer ‘boven’ ons maar vormen een meerdimensionele werkelijkheid die de tijdruimtelijke wereld waarin wij ons bevinden overal en altijd omvat. Deze theorie sluit – opmerkelijk genoeg – nauw aan bij bepaalde denkbeelden uit de Joodse mystiek, waar ik vanuit een ander perspectief mee in aanraking was gekomen.

Evaluatie

Hoe moeten we ons nu verhouden tot al deze verschillende hemelbeelden? Het valt niet mee om daar iets over te zeggen. Moeten we niet als Job onze hand op de mond leggen? Tegelijk willen we weten, want dat zit diep in ons. Misschien moet ik dan zeggen dat door deze beelden heen het mysterie van de echte werkelijkheid loopt. We moeten de beelden zeer serieus nemen, want beelden ontlenen hun kracht aan het letterlijke origineel waarop zij gebaseerd zijn.

Al deze beelden zijn metaforen van onuitsprekelijkheid. Ze drukken al stamelend de onbeschrijfelijk mooie, echte werkelijkheid van de hemel uit die daar is waar God is. Ze willen zeggen wat de (door Luco van den Brom geciteerde) dichter Ad den Besten zegt: ‘En dat Uw land naar alle kant niet ver bij mij vandaan is.’ Dan keert het kind toch weer terug, maar anders: En rondom de polder de hemel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BEELDEN VAN DE HEMEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's