DOCENT EN BEGELEIDER
Predikant buiten de gemeente [5, ds. A. Stijf]
Als docent is ds. A. Stijf verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij richt zich vooral op nieuwe vormen van leren in verbinding met gemeenten en organisaties. Wat houdt zijn taak precies in?
Tegenwoordig verzorgt ds. Stijf onderwijs in de vakken beroepsoriëntatie en geloofseducatie. Ook behandelt hij het thema gemeenteopbouw. Hierbij richt de predikant zich op vorming, toerusting en coaching van kerkelijke vrijwilligers. Ds. Stijf: ‘Het takenpakket heeft in de loop der jaren steeds meer focus gekregen op het vormgeven van krachtige leeromgevingen. Dit geldt voor de geloofseducatie in een kerk of gemeente én voor de leeromgeving van onze studenten en docenten.’
PRAKTISCH
Aanvankelijk hield ds. Stijf zich voor de Academie Theologie en daarbinnen voor de zaterdagopleiding van de Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond (THGB) bezig met catechetiek en pastoraat, vertelt hij. ‘Bij catechetiek – tegenwoordig noemen we het geloofseducatie – heb ik me met name gefocust op de betekenis van de lerende gemeente in relatie tot het vormgeven van een krachtige leeromgeving voor geloofseducatie. Hierbij neemt de betekenis van (leren) geloven een belangrijke plaats in.
Bij pastoraat ging het met name om pastorale gespreksvoering en praktische theologische bezinning daarop. Wat is eigenlijk een goed pastoraal gesprek en hoe kun je daar concreet uitvoering aan geven? Hoe kom je van een gesprek over koetjes en kalfjes tot de kern van waar het eigenlijk in het pastoraat om zou moeten gaan?’
ONDERWIJSONTWIKKELING
Naast zijn onderwijstaak is ds. Stijf van meet af aan betrokken geweest bij onderwijsontwikkeling: behalve colleges op locatie is er ook een digitaal aanbod in het onderwijs geïntegreerd. ‘Bij deze ontwikkeltaak komt zowel mijn technische als mijn theologische achtergrond goed van pas.’
Inmiddels bestaat het voltijd- en deeltijdonderwijs uit een combinatie van contact- en onlineonderwijs. Een volgende stap in de onderwijsontwikkeling is om de praktijk van de gemeente een belangrijke plek te geven, aldus de predikant. ‘Een kerkelijk werker in opleiding kan daarbij dienstbaar zijn aan de gemeente of de kerk en tegelijkertijd zijn onderwijsprogramma volgen.’
GOED TE COMBINEREN
Wat is de waarde van uw werk?
‘Vooral de deeltijdstudent heeft er baat bij dat hij op de CHE flexibel kan studeren in combinatie met werkzaamheden thuis, werk en vrijwilligerstaken in een gemeente of kerk. Het deeltijdonderwijs op de CHE wordt daar steeds meer en beter op ingericht. Dit betekent een optimale erkenning van en waardering voor ervaringen die deeltijdstudenten meebrengen. In hun leerproces zijn ze daarbij niet alleen bezig met wat nog nodig is om als hbo-theoloog / kerkelijk werker opgeleid te worden. Hieraan kan de vrijwilligerstaak in een gemeente of kerk ook een belangrijke bijdrage leveren. We bieden tegenwoordig dus een betere combinatie van leven, werken en leren.
Iemand die jarenlang in het bedrijfsleven werkt en daarnaast als ouderling actief is, zou een goed voorbeeld kunnen zijn. Het komt regelmatig voor dat zo'n persoon graag op flexibele wijze theologie aan een hbo-opleiding wil studeren, maar dan wel met erkenning van datgene wat hij in eerdere opleidingen, tijdens zijn werk of als vrijwilliger aan ervaring heeft opgedaan. Zulke mensen willen ook graag zelf kiezen of ze meer of minder contactonderwijs volgen en hun kerkelijke vrijwilligerspraktijk optimaal als leercontext inbrengen.’
BEPERKINGEN
In hoeverre kunt u uw opdracht daadwerkelijk realiseren?
‘In het algemeen is er ruimschoots gelegenheid om aan mijn opdracht te werken. Binnen onze academie is dat altijd een gezamenlijk proces waarbij we collegiaal in teams samenwerken. Wat we van onze studenten vragen aan samenwerking, proberen we daarmee ook zelf in praktijk te brengen.
Een beperking zie ik wel in de randvoorwaarden van buitenaf. Als onderwijsinstelling hebben we te maken met wet- en regelgeving van de overheid die kaderstellend is. Een incident binnen een enkele hbo-instelling leidt soms tot maatregelen voor alle instellingen met extra controles en bijbehorende bureaucratie als gevolg. Dit ervaar ik wel eens als verstoring van de kernopgave waarvoor we als onderwijsinstelling staan.’
Op welke bijzondere ervaringen kijkt u terug?
‘In het algemeen mag ik de trouw van de Heere God opmerken in de wijze waarop jongeren en ouderen zich toewijden aan het dienstbaar zijn aan het Koninkrijk. Ieder jaar ben ik aan het begin van het studiejaar onder de indruk van de mooie verhalen die jonge mensen mij toevertrouwen, van hun passie, enthousiasme en enorme gedrevenheid waarmee ze zich geroepen weten om dienstbaar te zijn in kerk, gemeente of organisatie. Hun keuze voor hbo-theologie houdt daarmee vaak direct verband.
Verder zie ik het steeds vaker gebeuren dat mensen tussen de 35 en 55 jaar ervoor kiezen om hun opgedane kennis en ervaringen vanuit het bedrijfsleven in te gaan zetten in kerkelijk (vrijwilligers) werk, een kerkelijke organisatie. Deze mensen hebben het verlangen om zich te verdiepen in een degelijke theologische kennisbasis.’
MEER OPENHEID
Welke ontwikkelingen neemt u in uw werkveld waar?
‘Ik signaleer meer openheid voor de kerkelijk werker en een betere positionering van zijn werk in kerken en gemeenten. Ik zie onder hbo en academisch geschoolde theologen ook een groeiende waardering voor elkaars expertise, al hebben we nog een flinke weg te gaan voordat er een optimale samenwerking is. Die is nog lang niet altijd vanzelfsprekend.
Verder neem ik een groeiende leerbehoefte waar in kerken, gemeenten en christelijke organisaties rondom vraagstukken die een sterk veranderende context oproept. Daarbij willen ze meer in gezamenlijkheid optrekken.’
Hoe hebt u de overgang vanuit de gemeente naar uw huidige werkomgeving ervaren?
‘Het leven en werken vanuit een pastorie is onvergelijkbaar met het werken als predikant met bijzondere opdracht binnen een onderwijsinstelling. Als gemeentepredikant, zo heb ik ervaren, ben je altijd aan het werk en altijd vrij. Je kunt je eigen tijd managen en de verantwoording van je werk ligt ingewikkelder. Je hebt een zekere verantwoording af te leggen aan een kerkenraad, waar je tegelijkertijd geestelijk leiding aan hebt te geven.’
BEGELEIDING
‘In een onderwijscontext zoals die van de CHE zijn er resultaat- en ontwikkelgesprekken en wordt je agenda grotendeels door een roosterbureau bepaald. Het heeft voor mij wel even geduurd voordat ik aan de nieuwe werkelijkheid van een onderwijsinstelling gewend was. Dat geldt ook voor het gegeven dat ik ineens geen deel meer uitmaakte van allerlei kerkelijke verbanden. Vanuit de classis is er een begeleidingscommissie die jaarlijks vergaderingen belegt om mijn werkzaamheden als predikant met bijzondere opdracht te bespreken. Dat is een goede gelegenheid om de relatie met de Protestantse Kerk te onderhouden.’
Hoe kan de gemeente bij dit werk betrokken zijn?
‘Het betrekken van gemeenten, predikanten en kerkelijk werkers bij de opleiding is van grote waarde gebleken. Enerzijds helpt het studenten om een goede coaching in hun praktijkleerproces te krijgen en anderzijds helpt het de predikant of kerkelijk werker om nog eens met (nieuwe) theorieën bezig te zijn en vandaaruit op het eigen professionele handelen te reflecteren.
Uit gesprekken met predikanten en kerkelijk werkers die onze studenten begeleiden, krijg ik dikwijls terug dat ze het als waardevol en inspirerend ervaren. Een collega zei eens over een eerstejaars student die voor zijn beroepsoriëntatie in de gemeente was: ‘De indruk van jullie student over de gemeente is een belangrijke spiegel voor onze kerkenraad. We merken hoe we als gemeente gezien worden. Het heeft ons leerzame inzichten opgeleverd’.’
STAGEPLAATS
‘De gemeente kan heel direct bij onze opleiding betrokken worden door er studenten een praktijkplek te gunnen. Dat kan in verschillende fasen van de studie: een praktijkoriëntatie (1e jaar), gemeenteopbouwproject (2e jaar), jaarstage (3e jaar) of een afstudeeronderzoek (4e jaar).
Telkens blijkt hoe stimulerend het is om samen te leren hoe je in een praktijk werkt, maar ook om methodisch de praktijk te analyseren, te waarderen en samen tot verrijking ervan te komen.’
VAN DOMINEE NAAR DOCENT
In De Waarheidsvriend van 7 september 2006 deed dr. C.P. Boele, de toenmalige voorzitter van het college van bestuur van de CHE, een oproep aan hervormd-gereformeerde predikanten om betrokken te zijn op het werk binnen de CHE en daar ook zelf een concrete bijdrage aan te leveren. Mede gestimuleerd door medewerkers van de HGJB werd voor ds. A. Stijf steeds duidelijker dat het dienstbaar zijn aan de kerk ook goed in een docentschap tot uitdrukking zou kunnen komen. Zo begint de predikant, na vier jaar de hervormde gemeente van Zegveld te hebben gediend, op 1 februari 2007 als opleidingsdocent aan de CHE. Later in dat jaar treedt hij in volledige dienst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's