De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVERBODIGE KERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVERBODIGE KERKEN

Kerksluiting blijft een verlies, maar is ook een offer met een doel

5 minuten leestijd

De kerk heeft helaas nog steeds te maken met secularisatie en we gaan vaak uit van een ononderbroken voortzetting van deze trend. Voor de Geest zou een trendbreuk geen enkel probleem zijn. Toch rekenen christelijke gemeentes bijna allemaal met afnemende ledenaantallen.

Er zijn echter initiatieven waar wel sprake is van groei. Ook buiten de traditionele kerken zien we nieuwe geloofsgemeenschappen opkomen. Maar wij gaan net als veel anderen meestal uit van de neergaande trend.

G.P. Geluk uit Nunspeet is directeur van het Kantoor der Kerkelijke Administraties (KKA) en het Kantoor der Kerkelijke Goederen (KKG) in Amersfoort.

Colleges van kerkrentmeesters baseren daarop hun beleid en begroting. Als zij uit zouden gaan van gestage groei, zouden ze waarschijnlijk heel wat uit te leggen hebben. Ten diepste hopen we wel op groei, maar we durven er niet vanuit te gaan.

OVERBODIG

Uiteindelijk leidt die neergaande trend ertoe dat kerkgebouwen overbodig worden voor de samenkomst van de gemeente. Een kerk die niet meer gebruikt wordt voor het doel waarvoor hij was gesticht, geeft in de gemeente nogal eens spanning. Dit vraagt veel aandacht van het bestuur.

Er zijn vaak verschillende inzichten over hoe om te gaan met een overbodig geworden kerkgebouw. Dit leidt jammer genoeg wel eens tot verdeeldheid, waardoor de gemeente niet wordt opgebouwd of gesticht.

SPANNINGEN

Het proces kan dan veel jaren in beslag nemen. Dat betekent verlies van kostbare tijd die beter besteed had kunnen worden aan pastoraat en de verbreiding van het Evangelie. Ook al wordt er bij al die tijdsbesteding geen cent uitgegeven, als tijd geld is, dan kost het proces van het afstoten van een kerk heel veel geld. Tijd en geld die besteed hadden kunnen worden aan het brengen van het Woord.

Als door de spanningen kerkleden afhaken, is dat bijzonder zorgwekkend en dan komt er druk op de ontwikkeling van de kerkelijke bijdrage. Soms dringt bij mij de gedachte zich op dat een kerkgebouw, de hoeksteen van de kerk met een kleine letter, een steen des aanstoots is geworden.

Dat is de drijfveer van het Kantoor der Kerkelijke Goederen (KKG): kerken helpen bij het vinden van de juiste oplossing als een kerkgebouw overbodig is geworden.

COMPLEX PROCES

We hebben in de afgelopen jaren verschillende keren gezien dat kerksluiting een complex proces is, waarbij veel verschillende deskundigheden vereist zijn. Niet iedere kerkelijke gemeente heeft die kennis in huis. Het gaat ook veel verder dan alleen het afstoten van dat gebouw. Eigenlijk is dat het sluitstuk. Te vaak leidt het sluiten van een kerk tot een abrupte daling van het aantal kerkgangers. Dat laat al zien dat er veel meer speelt dan alleen het afstoten van de kerk.

Als dit moet gebeuren, is de vraag: Hoe werken we toch verder aan gemeenteopbouw? Hoe houden we de leden vast in de nieuwe situatie? Hoe betrekken we de gemeente bij dit soort processen? Hoe gaat de gemeente besef krijgen van de urgentie van de ontwikkeling? Dit zijn allemaal vragen die niet zomaar even te beantwoorden zijn.

Daarom is het sluiten van een kerk veel meer dan de verkoop van een huis of kantoorpand. Alleen al de gevoeligheden rondom de herkomst van een gebouw spelen een rol. Wat hebben onze voorouders er niet een tijd, aandacht en geld in gestoken om voor zo'n mooi of goed functioneel gebouw te zorgen. Wat een gedrevenheid was er destijds om het geld ervoor bij elkaar te krijgen. Of het ligt gevoelig bij een deel van de gemeente omdat het gaat om ‘onze gereformeerde/hervormde kerk’.

OFFER

Ook niet onbelangrijk is dat bij dit proces niet altijd de optimale opbrengst wordt gegenereerd of dat een deel van de opbrengst niet bij de gemeente zelf terechtkomt maar bij commerciële partijen die het geld niet inzetten voor de verkondiging van de blijde boodschap. En dat ís ook jammer.

Krimp en saneren is altijd moeilijk.

In het boek van mr. drs. Cor Schaap over Kerksluiting: einde of nieuw begin wordt de suggestie gedaan om de kerksluiting als een ‘offer’ te zien. De gemeente doet als het ware de kerk in de collectezak. Het blijft een verlies, maar het is ook een offer met een doel. De bestemming van dat offer is dan bijvoorbeeld: pastorale krachten inhuren om de gemeente van Christus voort te laten bestaan. Dat geeft een nieuw perspectief waardoor een kerksluiting niet alleen een verlies is.

De personen die het besluit tot kerksluiting nemen, zijn geen verlies-veroorzakers, maar nieuwe wegenzoekers. Als dat met een kerkgebouw minder moet, dan maar met één minder. Kerksluiting wordt dan een proces van offerande: offeren we als gemeenteleden meer geld, offeren we pastoraat aan stenen op of stenen aan pastoraat?

DESKUNDIGEN

De impact van het proces naar een kerksluiting is groot en heeft uitstraling naar de wereld om ons heen. Die wereld staat erbij en kijkt ernaar. Kan aan ons proces een voorbeeld genomen worden? Of maken we juist geen goede reclame met hoe we het er vanaf brengen?

Van allerlei kanten is er hulp beschikbaar in dit proces. Het is aanbevelenswaardig om partijen in te zetten die hetzelfde belang dienen (direct of indirect).

Wie zouden betrokken kunnen zijn bij een projectgroep die de kerksluiting in goede banen leidt? Vanuit de eigen gemeente zou dat een afgevaardigde kerkrentmeester en/of een ander lid van de (algemene) kerkenraad kunnen zijn. Maar dat kunnen ook zijn een adviseur gemeenteopbouw of kerkbeheer vanuit de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk, een mediator, een deskundige vanuit stichtingen tot behoud van oude kerkgebouwen of andere monumentale aangelegenheden, een technisch (stede) bouwkundige of eventueel iemand met visie op projectontwikkeling.

Maar ook een rentmeester van KKG, een projectleider, een financieel deskundige van het Kantoor der Kerkelijke Administraties (KKA) en een deskundige van andere flankerende instanties binnen de Protestantse Kerk kunnen een rol van betekenis in dit proces spelen.

GOEDE AANSTURING

Gezien de betrokkenheid van verscheidene experts bij een dergelijk complex proces, is een goede aansturing onontbeerlijk. Daarbij komt dat het impact heeft op kerken in het algemeen en op de Protestantse Kerk in het bijzonder. Mijn inziens gaat het hier om een dienstverlening die een belangrijke plek moet krijgen bij de toekomstige koepelorganisatie van onze Protestantse Kerk, waarvan sprake is in de notitie ‘Waar een Woord is, is een weg’.

De tijd dringt, want er komen nog veel kerken die overbodig worden, tenzij…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OVERBODIGE KERKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's