De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAAG NAAR RELIGIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAAG NAAR RELIGIE

8 minuten leestijd

Begin april overleed Wim Brands. Voor wie hem niet kende: jarenlang was hij een hartstochtelijk pleitbezorger van boeken. Hij interviewde voor de VPRO dichters, denkers en romanciers en deed dat op een manier die van oprechte interesse getuigde. Aleid Truijens beschrijft dat trefzeker:

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

DE VOLKSKRANT

Wim Brands was in zijn tv- en radiointerviews met schrijvers zo ontzettend goed omdat hij echt iets wilde weten en niet iets wilde vertellen. Zijn mening zat in zijn keuze van de schrijver. Zijn vragen dienden om de geïnterviewde in volle bloei te zetten. Daarom zien die schrijvers in zijn programma er zo ontspannen uit; zij voelen zich gezien. Het is een talent, oprecht geïnteresseerd zijn in een ander, in wat die heeft geschreven, geschilderd, gekleid, gezongen, gevoeld, gemeend. Weinigen hebben het. Veel interviewers hebben het, via hun onderwerp, graag lekker over zichzelf. Vraag bekende Nederlanders om een museumzaal in te richten of een bloemlezing te maken en ze kiezen die kunstwerken waarin ze zichzelf herkennen als gevoelig kind, of hun moeder of eerste liefde.

Brands werd geteisterd door een depressie en maakte een einde aan zijn leven, net zoals de schrijvers Rogi Wieg en Joost Zwagerman. Dat maakt zijn sterven hartverscheurend. Kort na het overlijden van Brands schreef – ook in de Volkskrant – de dichter Miek Smilde over de suïcide van haar vriend.

Suïcide, zelfdoding, is een van de ondoorgrondelijkste reacties op de bedreigende ziekte die depressie is. Niemand heeft ooit kunnen aantonen wat er precies gebeurt in het hoofd van degene die definitief het besluit neemt niet meer te willen leven. Uit nagelaten bekentenissen blijkt wel dat het gevoel niet goed genoeg te zijn een van de onderliggende patronen is. Wim Brands, Joost Zwagerman en mijn vriend Casper bestreden dat gevoel van niet-goedgenoeg door te werken. Heel erg hard te werken. Alsof elk gedicht, elk essay, elk gesprek een echo was van de diep menselijke behoefte er te mogen zijn.

Suïcide is een persoonlijk drama, voor degene die ertoe besluit en vooral ook voor degene die hij daarmee voorgoed verlaat. Het is een uitvloeisel van een ziekte. Tegelijk kunnen we niet langer om de conclusie heen dat wij een samenleving hebben geschapen waarin de dreiging van de zelfdood alleen maar groter is geworden. Wij hebben van succes een persoonlijke keuze gemaakt en hebben perfectie tot norm verheven. Alles wat de feilbaarheid van het menselijk wezen openbaartkunst, religie, geschiedenisis naar de marge gedreven. Troost is niet iets dat hogelijk wordt gewaardeerd op de AEX-index. Wie poëzie schrijft, is toch vooral een dief van zijn eigen portemonnee.

We onderzoeken al vele jaren hoe externe factoren als voeding en werkomstandigheden (mede) een ziekte als kanker veroorzaken. Kanker scoort enorm goed in de populariteitspolls, omdat het ons allemaal kan overkomen en omdat we er collectief tegen kunnen vechten. Denken we. Als het om depressie gaat, wijzen we heel snel naar het individu en lopen we een blokje om. We laten degene die aan depressie lijdt het liefst zo veel mogelijk alleen en wijten zijn ziekte het liefst aan genetische aanleg of onvoldoende daadkracht. Wie zijn schouders eronder zet, hard werkt en vooral naar voren leeft, kan een dip echt wel te boven komen, luidt de mantra. En vogel dat vooral zelf uit.

Miek Smilde ziet op heel veel terreinen een grote prestatiedruk. De samenleving stelt onhaalbare eisen aan ons en dat heeft tot gevolg dat wij ons niet goed genoeg voelen. Zij pleit er daarom voor elkaar niet zo de maat te nemen en tegen de ladder van het maatschappelijk succes te leggen.

Zeg eens eerlijk tegen elkaar als het niet goed gaat. Omarm eens iemand als hij geen target heeft gehaald, of anderszins heeft verloren. Laten we bij gebrek aan een troostende God deemoed institutionaliseren en opnieuw ruimte geven aan juist die dingen die we maatschappelijk zo nodig hebben: verhalen, gedichten, muziek en wat mij betreft ook religie.

Zij verlangt naar de menselijke maat in de maatschappij en spreekt over religie als iets wat maatschappelijk zo nodig is. Over een ‘troostende God’ die er niet meer is en die gemist wordt. Anders gaat de menselijkheid verloren. Het zijn zinnen die mij raken.

Ook op andere plaatsen klinken pleidooien voor religie. Althans voor de kennis ervan. Religiewetenschapper Ernst van den Hemel promoveerde enkele jaren geleden op de relatie tussen calvinisme en politiek. Yvonne Zonderop sprak met hem.

DE GROENE AMSTERDAMMER

Ernst van den Hemel (34) is een stem van een generatie die kritische vragen stelt bij de erfenis van de jaren zestig. Zo ook bij de ‘hobby van babyboomers’ om alles wat maar naar religie riekt te bestempelen als ouderwets. Die houding is niet enkel kortzichtig en achter haald, ze heeft zelfs gevaarlijke kanten, meent Van den Hemel. (…)

Het is een veelgehoorde klacht dat religies gepaard kunnen gaan met dwang, beklemming en conventies. Maar Van den Hemel verdiepte zich in het tegenovergestelde verhaal: hoe calvinisten uit hun geloof de overtuiging putten dat ze in opstand moesten komen tegen intolerantie. Door de eeuwen heen zijn daarvan vele voorbeelden te geven, zo toonde hij aan in zijn proefschrift. Geloof levert dus niet alleen gehoorzaamheid en inperking op, maar ook twijfel, rebellie en openheid. Dat laatste spreekt hem aan.

In het interview signaleert Van den Hemel dat er veel onkunde bestaat over religie en ook veel weerstand: ’De bevrijding van de verzuiling was zo radicaal dat alleen de gedachte aan kerk en religie sommigen al hartkloppingen of duizelingen bezorgt. Met gebrekkige kennis van religie als gevolg.’ Volgens Van den Hemel moet de wetenschap zich dat aanrekenen. ‘Wij missen zichtbaarheid en slagkracht in het publieke domein.’

‘Mijn persoonlijke opvatting is dat het publieke debat in Nederland vaak van een armoedig niveau is. Dit heeft ernstige maatschappelijke gevolgen. Als je het aan Wilders overlaat om de islam te definiëren, en ik ben bang dat het beeld van de islam voor veel mensen bepaald wordt door de PVV, moet je niet raar opkijken wanneer kloven in de maatschappij zich verdiepen.

De urgentie wordt gelukkig erkend. (…) In dat opzicht hebben we het tij mee. Religie is een explosieve groeimarkt. Maar als we echt iets willen veranderen, moeten we ervoor zorgen dat kennis van religie in Nederland veel weidser verspreid wordt.

Ik heb met een aantal jonge religiewetenschappers een opiniestuk geschreven waarin wij bepleiten dat je zonder gedegen religieonderwijs op de openbare middelbare school wereldvreemde burgers opleidt: 84 procent van de wereldbevolking is religieus, over vijftig jaar is dat 87 procent. In dat licht is het bizar om kennis van religie te verwaarlozen. Dat is soms tegen het zere been van veel mensen die juist dachten dat ze van religie af waren. Ik kreeg reacties als: kom op zeg, we gaan toch ook geen sprookjesonderwijs geven? Op zo'n moment realiseer ik me dat we nog een hoop te doen hebben.’

TROUW

Stevo Akkerman interviewde voor Trouw Christian Wiman. In zijn onlangs vertaalde boek Mijn heldere afgrond overpeinst deze, door kanker getroffen Amerikaanse schrijver, zijn geloven in God.

Wiman zou niet graag zien dat zijn boek gelezen werd als een klassiek bekeringsverhaal: jongen groeit christelijk op, verliest geloof als volwassene, wordt doodziek en vindt dan God weer. Tot op zekere hoogte is het dat wel, zij het dan in zeer intellectuele vorm, maar de schrijver wil benadrukken dat zijn tastende terugkeer naar het christendom niet voortkomt uit heimwee naar het geloof van zijn jongensjaren, en ook niet het bijproduct is van doodsangst. ‘De ommezwaai kwam door de liefde, door de ontmoeting met mijn vrouw, niet door de ziekte. Lang voordat de kanker zich meldde, beschreef ik al in een gedicht hoe een personage een ontmoeting heeft met God. Op zijn sterfbed, om precies te zijn. Poëzie kan griezelig profetisch zijn, maar het illustreert hoe deze kwestie mij bezighield, ook toen er met mijn gezondheid nog niets aan de hand was.’

Voor Wiman draagt deze wereld altijd ‘de suggestie in zich van een ander bestaan’. Het zou een ontkenning zijn van mijn realiteit God erbuiten te laten.

Is het waar dat vandaag aan de dag door velen in onze samenleving naar religie wordt verlangd? Duidelijk is dat alles ‘knispert en zindert van religiositeit’ (F.O. van Gennep). Maar ligt daarin ook de ruimte voor het goede nieuws over de Vader van Jezus Christus, Die ons aanvaardt? Gij kent mijn leven woord voor woord. Ja overal, op al mijn wegen en altijd weer komt Gij mij tegen. (Ps.139:2 NB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VRAAG NAAR RELIGIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's