TWEE HEILZAME KENMERKEN
De Geest van Pinksteren is genadig en is een bidder
In de Schrift vinden we diverse aanduidingen voor de Heilige Geest. Een treffende benaming is ‘de Geest van de genade en de gebeden’ (Zach.12:10). Nadere bepalingen geven ons meer zicht op de Geest van Pinksteren, zowel op Zijn persoon als op Zijn werk.
Ds. J.C. Schuurman is predikant van de hervormde gemeente te Capelle aan den IJssel.
Te denken valt verder aan omschrijvingen als ‘de Geest van de Waarheid’ (Joh.14:17), ‘de Geest van aanneming tot kinderen’ (Rom.8:15) en ‘de Geest van uitbranding’ (Jes.4: 4).
GENADIGE GEEST
Als de Heilige Geest wordt verbonden met genade en gebeden, dan ligt daar om te beginnen in opgesloten dat Hij Zelf genadig is en ook Zelf bidt. Genade is een wezenskenmerk van de Geest. Dat heeft Hij niet van een vreemde, maar van de Vader en de Zoon. Omdat de Heilige Geest volgens de Geloofsbelijdenis van Nicéa van hen beiden uitgaat, deelt Hij ook in hun eigenschappen.
Daar valt in ieder geval de genade onder, omdat de Vader ‘de God van alle genade’ (1 Petr.5:10) is en de Zoon ‘vol van genade’ (Joh. 1:14) is. Ook de Heilige Geest gaat zeer genadig met zondaren om. Dat is maar goed ook. Anders zou de Geest het met geen mens kunnen uithouden.
BIDDENDE GEEST
Naast genadig is de Heilige Geest ook een bidder. Bij de aanduiding ‘Geest van de gebeden’ denken wij al gauw aan de gebeden waartoe Hij óns brengt. Dat is ook zeker het geval. Maar de Geest van Pinksteren doet Zelf ook gebeden.
Aan het einde van de Bijbel horen we Hem hartstochtelijk bidden om de wederkomst van Christus (Openb.22:17). Het valt voor de Geest niet mee om in deze gebroken werkelijkheid te verkeren. Bij Zijn inwoning in de gemeente loopt Hij voortdurend tegen ons zondige vlees aan. En dat botst, met alle pijn en moeite van dien. Ook de Heilige Geest ziet naar de doorbraak van Gods Koninkrijk uit. Vandaar dat Hij erom bidt: ‘Kom’.
Tegelijk zet Hij de gemeente als de bruid van Christus tot ditzelfde gebed aan. Zo weten we ook dat Hij voor de gelovigen pleit (Rom.8:26). Hiermee komt Hij ons zwakke bidden te hulp.
PINKSTERBELOFTE
Onder de profeten die de uitstorting van de Heilige Geest hebben voorzegd, is ook Zacharia. Hij trad op na de ballingschap in een periode van wederopbouw. Inmiddels was de tempel hersteld en vond de dienst van de verzoening weer plaats. Toch was de echte heilstijd nog niet aangebroken.
Bij monde van Zacharia richtte God Zijn volk op de toekomst. In de hoofdstukken 12-14 lezen we een keer of tien de uitdrukking ‘op die dag’. Het slot van Zacharia's profetie is vol eschatologische verwachting. In die setting klinkt de belofte: ‘…over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en de gebeden uitstorten.’ Qua vervulling bevat deze belofte meer lagen, maar het is vanuit Zacharia 12 onmiskenbaar dat we in ieder geval aan Pinksteren hebben te denken.
JERUZALEM
Ook deze pinksterprofetie bepaalt ons bij het eerste adres van de Heilige Geest: de inwoners van Jeruzalem. Laten we rond Pinksteren niet vergeten dat God Zijn Geest in de eerste plaats aan Israël heeft gegeven. Het heil, de zaligheid is uit de Joden (Joh. 4:22). We ontvangen niet alleen Christus maar ook de Geest via Israël.
Al die verschillende talen in Handelingen 2:9-11 kunnen ons op het verkeerde been zetten, zodat we als vanzelf aan heidenen denken. Maar goed lezen laat zien dat het gaat om Joden die in Jeruzalem woonden en afkomstig waren uit de verstrooiing, de diaspora. Petrus sprak de hoorders in zijn pinksterpreek nadrukkelijk aan met ‘Israëlitische mannen’. Pas in tweede instantie kwamen de heidenen in beeld toen Petrus verderop in Handelingen 2 aangaf dat de belofte (te weten van de Heilige Geest) ook geldt voor ‘allen die veraf zijn’.
Juist Pinksteren vraagt om indringende voorbede voor het Joodse volk, opdat de Geest Zich ook nu krachtig onder Israël manifesteert zoals kort na Zijn uitstorting gebeurde.
We zagen al dat de aanduiding ‘de Geest van de genade en de gebeden’ iets zegt over de persoon van de Heilige Geest. Hij ís genadig en bídt ook Zelf. Deze benaming raakt ook Zijn werk: Gods genade uitdelen en mensen tot bidden bewegen. Daarbij gaat de Pinkstergeest ontmaskerend en confronterend te werk. Het is treffend hoe naadloos Handelingen 2 aansluit bij Zacharia 12. Wat de profeet heeft geprofeteerd, zien we in Jeruzalem gebeuren. Indringend heeft Petrus Christus verkondigd.
Je zou verwachten dat een pinksterpreek over de Heilige Geest gaat. Maar alleen aan het begin wordt Hij even genoemd vanuit het Joëlcitaat. Verder is het een lijdens-, paas- en hemelvaartspreek. Het is Christus voor en na. Dat is nu juist kenmerkend voor de Heilige Geest. Hij verheerlijkt Christus (Joh.16:14) en zet Hem in de schijnwerpers. Ondertussen verklaart Petrus zijn hoorders schuldig aan de dood van Christus. Hij besluit met de woorden: ‘Die u gekruisigd hebt’ (Hand.2:36). Dan zegt de apostel bij wijze van spreken ‘amen’. Je zult toch een preek horen met zo'n laatste zin.
SCHERP MAAR HEILZAAM
De boodschap is wel raak. Hier gaat in vervulling wat Zacharia profeteerde: tot hun grote verdriet zullen zij ontdekken Wie zij doorstoken hebben. Ontredderd wordt er aan de apostelen gevraagd hoe het nu verder moet. Indirect worden er gebeden tot God opgezonden.
Het grondwoord voor gebeden in Zacharia 12 geeft aan dat het om smeekbeden vanwege nood gaat. Hier zien we de Geest van de genade en de gebeden aan het werk. Voor genade moet in ons leven plaats worden gemaakt. Daartoe overtuigt de Geest van zonde (Joh.16:8). Vooral van die ene zonde, de zonde van het ongeloof waarmee wij de Heere Jezus nog altijd ‘doorsteken’.
Genade wil dus niet zeggen dat alles wordt gladgestreken in ons leven. De waarheid van onze zonde, van ons verzet tegen God, komt op tafel. De Geest zet het mes in ons vlees. Hij doet dat op Zijn eigen, heilzame manier. Wij kunnen elkaar ongenadig de waarheid zeggen, de Heilige Geest doet het genadig, zodat we in de armen van de Heere Jezus terechtkomen.
TROOSTER
Ondertussen troost het ons dat de Heilige Geest zo nauw wordt verbonden met de genade en de gebeden. Genade is een eerste vereiste om voor God te kunnen bestaan. Genade is ook toereikend om de weg door het leven te kunnen gaan, wat er ook gebeurt. Paulus kreeg eenmaal te horen dat Gods genade voor hem genoeg was, ook al kampte hij met een gemene doorn in zijn vlees. Diezelfde verzekering doet de Heere nog door Zijn Geest.
En wat is het bijzonder dat de Heilige Geest ook betrokken is bij het gebed. Gebeden zijn ten diepste een gave van de Geest. Hoe zal ik de Heere aanroepen als de Heilige Geest me daar niet toe aanzet? Dat doet Hij. Hij houdt het gebed bovendien gaande. En als ik zelf niet kan bidden, gaat de Geest door. Volgens Romeinen 8 pleit Hij zelfs met onuitsprekelijke verzuchtingen voor ons. Zozeer spant Hij Zich in. De Heilige Geest gaat er helemaal voor, om zo te zeggen. Ook dat is genade.
PINKSTERGEBED
Met Pinksteren wordt het oude pinkstergebed Veni Creator Spiritus (Kom Schepper, Geest) vaak geciteerd. En terecht. Laten we dan ook nadrukkelijk bidden om de Heilige Geest als ‘de Geest van de genade en de gebeden’. Zouden we daar persoonlijk en ook als kerk en gemeente niet zeer bij gebaat zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 2016
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 2016
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's