LUNTEREN, DELFT, VEENENDAAL
‘ Bonders in opmars’ toont liefde voor de Hervormde Kerk
In het jaar van de Doleantie (1886) en direct daarna stonden de gereformeerden in de Hervormde Kerk voor de keuze: de oude kerk uitgaan en een nieuwe kerk gaan beginnen of blijven. Velen kozen voor het eerste, maar minstens zo velen bleven. Het ontbrak echter aan leiders, totdat het signaal klonk zich te verenigen.
Toen Bonders in opmars. Hervormd- gereformeerden 1890- 1960 mij in handen kwam en ik voor een eerste kennismaking er even doorheen bladerde, geviel het zo dat de laatste pagina's mij het eerst onder ogen kwamen. Daar is een lijst opgenomen van de eerste leden (in 1906 en 1907) van de Gereformeerde Bond.
Ds. L.J. Geluk uit Rotterdam is emeritus predikant en voormalig voorzitter van de Gereformeerde Bond.
Tot mijn verrassing staat daar de naam bij van de predikant van mijn grootouders van moederszijde, dr. J.W.F. Gobius du Sart, die, opgegroeid in Elberfeld, levenslang bekend stond als een Kohlbruggiaan.
BIJDRAGEN
Het boek bestaat uit een inleiding en daarna twaalf hoofdstukken, gevolgd door een drietal bijlagen: de al genoemde ledenlijst, een overzicht van ‘Gereformeerde predikantsplaatsen en predikanten in de Nederlandse Hervormde Kerk in 1927’ (min of meer de biblebelt) en een lijst met ‘Lokale verenigingen, aangesloten bij de hervormd-gereformeerde bonden in 1938’. Het geheel wordt besloten met een naamregister.
Welke bijdragen hebben een plaats gekregen en maken de lezer van deze bespreking misschien nieuwsgierig dit boek aan te schaffen en te lezen?
De samenstellers, dr. John Exalto en dr. Fred van Lieburg, hebben de inleiding verzorgd. Deze heeft als opschrift: ‘Eene macht te vormen van beteekenis – Bijdragen tot de geschiedenis van de hervormd- gereformeerden.’ Daarna volgen: ‘Ook wij moeten ten strijde! – Mobilisatie van gereformeerden binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, 1906-1940’ (dr. Fred van Lieburg), en vervolgens, naar de ondertitels: ‘De gereformeerde richting in de hervormde gemeente van Delft’ (Bas van der Wulp), ‘De groei van de Gereformeerde Bond in Veenendaal, 1900-1960’ (dr. Ronald de Graaf), ‘Hervormd-gereformeerden over de kerk, ca. 1900-1960’ (Hugo den Boer MA), ‘De bijzondere leerstoel van de Gereformeerde Bond’ (dr. Niels van Driel), ‘Hervormd- gereformeerde theologiebeoefening aan de academie’ (dr. Gijsbert van den Brink), ‘Het Studiefonds en zijn bijdrage aan de kerkelijke krachtsontwikkeling van de Gereformeerde Bond’ (dr. Niels van Driel), ‘Vader en zoon Kievit in het licht van de verschuivingen in de hervormd-gereformeerde beweging na 1960’ (dr. Bart Jan Spruyt), ‘Hendrik Jan van Schuppen (1883-1969) en de crisis van het piëtisme’ (dr. John Exalto), ‘Hervormd-gereformeerden en de cultuur’ (dr. Bram Kunz), ‘Hervormd-gereformeerden en de politieke verzuiling’ (dr. Teus van de Lagemaat) en ‘De hervormd-gereformeerde omgang met het verleden in de periode 1906-1956’ (Mirjam Hofman MA).
ONENIGHEID
Voor de bijdragen aan dit boek is veel studie verricht. Het archief van de Gereformeerde Bond (GB) en de jaargangen van De Waarheidsvriend en het Gereformeerd Weekblad zijn grondig doorgenomen. Ook zijn veel andere publicaties geraadpleegd om een zo helder mogelijk beeld te schetsen van de onderwerpen die aan de orde komen. Het zijn fragmenten uit de geschiedenis van de GB tot 1960, want het boek heeft bewust niet de pretentie een integrale geschiedenis van de Bond te zijn. De lezer treft een aantal kaarten van Nederland aan die de geografische spreiding van de ondertekenaars van het Volkspetitionnement van 1878 aangeven, waar de leden van de GB uit de begintijd te vinden waren en van plaatselijke activiteiten, aangesloten bij hervormd-gereformeerde bonden in 1938. Een grafiek geeft de aanhang van de GB van 1906 tot 1941 weer.
Verder zijn er heel wat illustraties te vinden, meermalen afkomstig uit familiebezit. De eerste, die van ds. Louis Bähler, paginagroot, is wel erg veel eer aan deze hervormde dominee, wiens onbestrafte liefde voor het boeddhisme een van de aanleidingen tot de oprichting van de GB in 1906 was. Steeds weer komt moeite, onenigheid en strijd naar voren. In bijna alle hoofdstukken duikt de persoon van dr. Hugo Visscher op, een van de oprichters van de GB, die al na drie jaren het bestuur verliet. Maar hij bleef in en rond de GB cirkelen en veroorzaakte door zijn moeilijke en grillige karakter steeds weer problemen, terwijl het hoofdbestuur toch niet helemaal zonder hem kon, omdat hij zeer bekwaam en begaafd was en een groot netwerk had. Hij was in veel opzichten kuyperiaans, maar de leden van de Gereformeerde Bond waren dat meestal niet. Toch heeft het neocalvinisme niet nagelaten invloed op de Gereformeerde Bond uit te oefenen. Ook al door het feit dat veelal de ARP de politieke keuze van de leden was, en tientallen jaren lang hoofdbestuursleden een vooraanstaande positie in de ARP innamen.
Het waren vooral predikanten die de leiding hadden
KERKELIJKE SITUATIES
De titel van het boek is nogal militant. Hij is ingegeven door een oproep van dr. H. Visscher ‘dat wij, gereformeerden’ ons zouden moeten organiseren om zo ‘eene macht te vormen van beteekenis.’ Zo kwam in 1906 de GB tot stand, een meerstromenland, waarin kuyperiaanse strijdkreten de lucht vulden. Hoe was dat in het achterland? Een grondige peiling van de situatie in de Hervormde Kerk na het drama van de Doleantie biedt het boek helaas niet. Veel voorgangers, ambtsdragers en gemeenteleden van gereformeerde overtuiging hadden aan de zuigkracht van dr. Abraham Kuyper en de zijnen weerstand geboden. Zij gingen niet doleren. Maar hoe was nu hun situatie in de kerk, waar in kerkenraden en besturen de leiding in handen was van vrijzinnigen, Groningers en ethischen?
Van empathie met hun situatie is in deze bundel studies weinig te vinden, wellicht veroorzaakt door het feit dat nogal wat medewerkers het typisch hervormde ‘kerkgevoel’ van huis uit niet kennen en niet hebben geleerd. Dat leidt er ook toe dat dr. Ronald de Graaf meent dat burgemeester H.A. van de Westeringh voorzitter van de Veenendaalse kerkenraad was.
Dat was echter in 1925, ook al zou hij ouderling geweest zijn, niet mogelijk. Dikwijls was een burgemeester presidentkerkvoogd en dat zal de heer Van de Westeringh wel geweest zijn in een tijd (die in sommige hervormde gemeenten nog tot in de jaren negentig van de vorige eeuw voortduurde) dat kerkenraad en kerkvoogdij twee volkomen gescheiden lichamen waren.
Kerkelijke situaties in enkele gemeenten komen uitgebreid aan de orde. Zo in Delft, Veenendaal en Lunteren. Daarbij wordt veel informatie geboden, bijvoorbeeld ook dat de bekende (hij wordt zelfs ‘de beroemdste Nederlandse protestantse theoloog van de late twintigste eeuw’ genoemd) professor A. van de Beek, die in Lunteren werd geboren, wegens kerkelijke onenigheden de heilige doop in Barneveld ontving.
DE LEIDING
Maakte de Hervormde Kerk zich pas in 1951 vrij van de staat? Daarvan was zij toch al vrij, op de ‘zilveren koorde’ na?
Meermalen wordt J.C. Fliehe de eerste penningmeester van de GB genoemd, terwijl dr. Van Lieburg nadrukkelijk stelt dat dr.mr. C.S. van Dobben de Bruijn dit was. Maar waarom wordt enigszins denigrerend gezegd dat hij de zoon van een kaashandelaar was en het na zijn promotie ‘bracht tot burgemeester van Hazerswoude’? De familie Van Dobben de Bruijn was in de regio al enkele eeuwen invloedrijk en ook in het laatste kwart van de negentiende eeuw kon een kaashandelaar een bemiddeld man zijn. Dat gold blijkbaar ook voor de heel jong overleden vader van Cornelis Simon. De zoon volgde het gymnasium in Gouda, waarna hij in Utrecht studeerde en promoveerde in de rechten. Toen hij tot burgemeester werd benoemd, was hij niet de eerste in zijn familie.
Een flink aantal predikanten wordt voor het voetlicht geplaatst. Dat kon ook moeilijk anders want het waren vooral predikanten die de leiding van de GB hadden. Zo wordt de gang die ds. H.J. van Schuppen theologisch maakte uitgebreid beschreven, maar wanneer dr. Exalto aan het slot van zijn bijdrage dr. Kohlbrugge en ds. Paauwe op één lijn plaatst, zal menigeen grondig van mening met hem verschillen.
Discussies met andere opvattingen vinden in dit boek van vierhonderd bladzijden niet plaats, met één uitzondering. Dr. Spruyt, de tijdgrens van 1960 overschrijdend, vecht de overtuiging van prof. W. Balke aan. Deze ziet vader en zoon Kievit, ds. I. en ds. L. Kievit, heel dichtbij elkaar staan en benadrukt hun gemeenschappelijkheid in geloof en theologie. Dr. Spruyt legt het onderscheid tussen beiden onder het vergrootglas om aan te tonen hoe verschuivingen in de Gereformeerde Bond plaatsvonden. Prof. Balke heeft vader en zoon Kievit van nabij gekend, wat zou zijn reactie zijn?
GEMENGDE GEVOELENS
Ik las het boek met gemengde gevoelens. Dikwijls lezen we van conflicten en problemen. Verdrietig. Mensen waren bezig, evenals wij nu. En toch, daar doorheen: de Heere gaat met Zijn werk door en daarom rijst ook de vraag hoe de Hervormde Kerk er in de twintigste eeuw zou hebben uitgezien wanneer er niet zoiets was geweest als de Gereformeerde Bond.
Te denken geeft wat Mirjam Hofman schrijft: ‘De loyaliteit aan een gereformeerde belijdenis en kerkvorm leek vaak groter dan de loyaliteit aan het geheel van de Hervormde Kerk.’ Leek. Tot zelfs in de benaming hervormd-gereformeerden toe. Men zou verwachten: gereformeerd-hervormden, maar zo was het niet. En toch – de liefde voor de Hervormde Kerk zat bij leden van de Gereformeerde Bond heel diep. Dat die liefde niet is overgedragen aan de Protestantse Kerk, blijkt uit het gemak waarmee veel jongeren vandaag de dag van het ene naar het andere kerkverband overgaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's