De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREKEN VAN DRIE, VIER UUR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREKEN VAN DRIE, VIER UUR

Onder ds. Smith was er een ‘ongemeen grote beroering’ in Putten

6 minuten leestijd

In Putten zijn een plein en zes straten naar een predikant genoemd die in deze plaats zijn dienst heeft verricht. Maar er is geen Ds. Smithplein of -straat. K.A. Gort schreef over de achttiende-eeuwse ds. Johannes Smith echter een vuistdik boek. Hij vult hiermee meer dan een leemte op.

Ds. Smith was predikant in Putten van 1742 tot 1760 en in Bremen van 1760 tot 1795. K.A. Gort – ook uit Putten – schreef in Perioden uit het leven van dominee Johannes Smith (1712-1796). Het leven en levensklimaat van een 18e-eeuwse calvinistische dominee uitgebreid over hem.

Waarom? Het motief ligt in een stelling die prof. dr. S. van der Linde ooit bij zijn proefschrift schreef: ‘De beoefening der plaatselijke kerkgeschiedenis verdient aanmoediging, opdat de algemeene er concreet en levend door worde.’

NOTEN

Dat er maar liefst ruim 600 pagina's aan deze pastor worden gewijd, heeft een oorzaak. ‘Intimi weten van mijn passie voor noten’, zegt Gort zelf. Het boek wandelt op noten, zoals dat heet. Die noten zijn zeer uitgebreid, het boek is ‘op de bronnen geschreven’. Voeg daarbij de vele ‘uitweidingen’ die de auteur schrijft bij allerlei onderdelen van het leven van ds. Smith en het volume van het boek is verklaard.

En nog omringt ‘het ongeschrevene het geschrevene’. Gort vraagt zich daarbij zelfs af of hij niet eerder de samensteller dan de schrijver van het boek is. Maar intussen biedt hij een arsenaal vol lezenswaardige historische wetenswaardigheden, anekdotes en documenten – meestal weergegeven in het oorspronkelijke oud- Nederlands – die hij op zijn speurtocht uit bibliotheken en archieven opdiepte. Ik haal slechts enkele krenten uit de pap.

TIJDGENOTEN

Het is op zich al bijzonder dat ds. Smith in de stad Bremen, waar hij geboren is, ook predikant is geweest. Gort plaatst hem eerst in zijn tijd, zowel in Nederland als in Duitsland, en geeft dan uitvoerig aandacht aan een invloedrijke tijdgenoot, de Leidse hoogleraar Johan van den Honert (1693- 1758). Ook is de invloed van de uit Bremen afkomstige Utrechtse hoogleraar Friedrich Adolph Lampe (1683- 1729) in die tijd groot geweest. Gort citeert wat M.J.A. de Vrijer over diens invloed zegt: ‘In den persoon van Lampe openbaart zich de wisselwerking van Utrechtsch Voetianisme en West-Duitsch bevindelijk Christendom, van Schortinghuischiaans gevoel en West-Duitsch revival- christendom’.

NIJKERKSE OPWEKKING

De Nijkerkse opwekking (1749- 1753) krijgt een apart hoofdstuk. Die vond plaats onder ds. Gerardus Kuypers, die het als student in Leiden danig aan de stok had met Van den Honert. Deze noemde later wat zich in Nijkerk voltrok ‘een emotionele uiting’, een verandering van de Christelijke Gereformeerde Kerk in een ‘Smousse-kerk’, een schimpwoord van Jiddische oorsprong. ‘Ook in Putten’ luidt een tussenkopje. Predikanten uit de omringende plaatsen gingen naar Nijkerk ‘om deezen Brandenden Braambosch te beschouwen’. En zo werd ‘de beroering’ – een benaming die door Gort overigens minder gelukkig wordt genoemd – vooral in Putten ‘ongemeen groot’, schreef ds. Kuypers.

Er is een brief van acht kantjes van ds. Smith aan zijn broer Herman in het eigen archief van de briefschrijver bewaard gebleven, waarin Smith zijn broer uitnodigt eens naar Putten te komen om ‘oor en oog getuige’ te zijn van de grote verandering die er in de gemeente gekomen is. ‘In plaats van naar de herberg te gaan, komt men nu bij elkaar om tot stichting te zingen, spreken en bidden.’ Onder drie achtereenvolgende preken van Smith gebeurden in Putten gelijke gemoedsbewegingen als in Nijkerk. Hij keert zich tegen de smaad van allen die dit Godswerk tegenstaan. Voor Smith is het een bewijs dat God ‘door het zeegel van Zijn Geest toonen wil dat de Gereformeerde leere de waare is’.

In een brief die Kuypers schreef aan Van den Honert, voegde hij ter ondersteuning van zijn overtuiging een aan hem gerichte brief van ds. Smith toe, waarin deze spreekt over ‘de zonderlinge Genade-bedeelingen’ van de Heilige Geest. Gort laat overigens niet na ook ds. Theodorus van der Groe als criticus op te voeren inzake deze geestvervoeringen. Die sprak van piëtistische geestdrijverij.

PROMOTIE

In 1769, toen Smith al predikant was in Bremen, promoveerde hij aan ‘de roemruchte academie van het hertogdom Gelre en het Graafschap Zutphen die gevestigd is te Harderwijk’, op een proefschrift in het Latijn over Psalm 32. Het uit vijftien onderdelen bestaande proefschrift is geheel in het boek opgenomen in een vertaling van de christelijke gereformeerde hoogleraar dr. A. Baars. De dissertatie telt slechts 24 pagina's, kom er vandaag eens om. Dr. Baars voorzag de tekst van eigen verklarende noten. In de toespraak die de hoogleraar hield bij de presentatie van het boek, ging hij op deze dissertatie beknopt in (zie ‘Globaal bekeken’ op p.16).

LEGERPREDIKANT

In 1745 was ds. Smith, in de tijd van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), korte tijd ‘veldpredikant’ namens de classis. Hier geeft Gort meer ‘uitweiding’ dan dat hij schrijft over de krijgsdienst van Smith. Vanuit onze tijd bezien krijgt men ogen op stokjes als men de ‘Instructie en het Reglement voor de legerpredikant’ leest. Slechts één punt: Als tijdens de veldtocht het avondmaal wordt bediend, moet de predikant eerst informeren of de soldaten ‘ledematen van de Gereformeerde Religie’ zijn, naar hun attestatie vragen en hen vermanen op dezelfde manier als bij de kerken gebruikelijk is.

En wat te denken van het Het groot militair woordenboek uit 1740 (753 pag.)? Ten aanzien van het ijdel gebruik van Gods naam schrijft het voor dat, als dat voor de tweede keer gebeurt, iemands tong met een gloeiend ijzer doorstoken moet worden.

En onder ‘Praedicatie des Sondags’ wordt vermeld dat dan geen onbeschaamdheden van spelen of anderszins mogen plaatsvinden en dat er in de herbergen of bij de ‘Soetelaers’ niet mag worden getapt. Alles bedoeld voor de militairen.

ZOON

Het verslag dat zoon Johann Smidt (1773-1857), raadsheer in Bremen, maakte van een audiëntie in 1811 bij keizer Napoleon om bij hem samen met een collega de belangen van de stad Bremen te bepleiten, noemt de auteur uniek. Uiterst minutieus beschrijft Johann zijn ervaringen aan zijn vrouw.

Op de terugreis doen ze Nederland aan en belanden ze in Putten. Over zijn verblijf in Putten schrijft hij uitvoerig aan zijn moeder, de weduwe van ds. Smith. Tijdens de vele gesprekken mocht hij oogsten wat vader had gezaaid. Hij schrijft: ‘Bijna allemaal wisten ze te vertellen dat hij zo lang kon preken, nooit korter dan drie uur, soms wel vier of vijf uur lang.’ Dat was overigens het enige dat ze op hem hadden aan te merken.

Het boek van Gort laat zich niet lezen als een (historische) roman. Het is een kleine geschiedenis in een dik boek, gelardeerd met tal van lezenswaardige wetenswaardigheden. Respect voor de schrijver, die zoveel materiaal uit voorhanden lectuur en uit vele publieke en private domeinen tevoorschijn heeft gehaald.

Dr. ir. J. van der Graaf uit Huizen is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PREKEN VAN DRIE, VIER UUR

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's