IN EUROPA
De laatste tijd wordt in diverse kranten aandacht gevraagd voor de plaats van kerk en christendom in verschillende Europese landen. Gerrit-Jan Kleinjan bericht voor Trouw uit het oosten van Duitsland. Hij laat ds. Alexander Höner aan het woord. ‘Een ‘sportief ogende veertiger’ die niet wist wat hem overkwam toen hij als dominee in Friedrichshafen aan het werk ging.’
TROUW
‘Mensen hebben hier geen idee wat het christendom inhoudt. Ze zijn niet eens anti, welnee. Religie zegt de meesten gewoon helemaal niets.’
Hoe ver het christendom van veel mensen afstaat, wordt bijzonder goed duidelijk bij begrafenissen, vertelt Höner. ‘Dan kijken de aanwezigen je aan met zulke ogen: wat gebeurt hier? De taal, de rituelen, de liederen, het staat allemaal heel ver van de mensen af. Ik zeg tegenwoordig: ‘Welkom in een vreemde traditie.’
Wie het in dit deel van Duitsland over religie heeft, komt vroeg of laat uit bij de DDR. De communisten streefden naar een wereld waarin geloof was uitgebannen. Religie, redeneerde men, was achterhaald en vertroebelde als ‘opium voor het volk’ de blik op de werkelijkheid. Christenen konden onmogelijk loyale socialisten zijn. In de DDR werden kerkleden daarom actief tegengewerkt. Kinderen uit christelijke gezinnen mochten niet zonder meer studeren. Ze werden in de gaten gehouden door de geheime dienst, de Stasi. (…)
De kerken waren brandhaarden van verzet tegen het DDR-regime. Het was de enige organisatie die niet was ingekapseld door de machthebbers. Maar die heldenrol van de kerk leidde na de Wende in 1989 niet tot aanwas. De uitstroom die onder de communistische dictatuur was ingezet ging onverminderd door. (…)
Wie verschillende onderzoeken naar religie in de Duitse samenleving naast elkaar legt, kan maar één conclusie trekken: hoe jonger de mensen, des te minder religieus. Die trend is in heel Europa te zien, maar hij tekent zich in het oosten van Duitsland wel heel scherp af. ’Er is een ‘confessieloze cultuur’ ontstaan. Kerken zijn niet meer in het collectieve bewustzijn aanwezig. Gelovigen bevinden zich al lang in een minderheidsrol’, zegt Pickel (hoogleraar godsdienstsociologie aan de universiteit van Leipzig, GvM).’
NEDERLANDS DAGBLAD
Na het ineenstorten van de voormalige Sovjet-Unie leefde de Russisch- Orthodoxe Kerk – onder leiding van patriarch Kirill – juist op. De van oorsprong Russische Katja Tolstaja (45) is onderzoeker aan de VU in Amsterdam. Zij werd geïnterviewd door Herman Veenhof voor het Nederlands Dagblad. Tolstaja houdt zich bezig met twee onderzoeksprojecten over de Russische kerk in de postcommunistische tijd. Het ene project heet ‘Theologie na de Gulag’.
‘Gulag’ is de afkorting die in de Sovjet-Unie gebruikt werd voor de strafkampen, waar veroordeelden soms levenslang vastzaten en waar miljoenen mensen omkwamen. ‘Het initiatief confronteert wetenschappers en gelovigen met theologische en morele vragen, die voortkomen uit driekwart eeuw dictatuur. Het draait om daders, slachtoffers, schuldvragen en de vraag naar de rol van God.’
Het is de Russisch-orthodoxe vertaling, in de ex-communistische wereld, van de post-Auschwitz theologie, de bevrijdingstheologie, de waarheids- en verzoeningsprocessen die zich in landen als Zuid-Afrika en Rwanda voltrekken.
‘Er is echter een groot verschil’, zegt Tolstaja. ‘Duitsland verloor de oorlog en werd gedwongen tot zelfreflectie; de apartheid is voorbij en in Rwanda worden de daders van genocide berecht. Maar in Rusland regeert Vladimir Putin. Hij zegt dat zijn land trots kan zijn op het verleden; en omdat er niet veel is om je voor te schamen, hoef je ook geen vragen te stellen en zijn er geen trauma's om te verwerken. En miljoenen getraumatiseerde onderdanen zeggen hem dat na.’
Veel mensen denken dat het gebrek aan reflectie en religieuze vragen ligt aan de ‘symbiose tussen kerk en staat’ in Rusland, de nieuwe kracht van de geheime diensten, gebrek aan vrije media en de overheidspropaganda. ‘Dat ligt allemaal veel complexer dan wij in het Westen en zelfs de Russen in eigen land doorzien. De propaganda is ontzettend professioneel, zelfs ik tuin er nog in. We keken bijvoorbeeld naar een spannende Russische detectiveserie die in de jaren dertig speelt en de belevenissen van de Sovjetspionnen tot thema heeft; de titel is de schuilnaam van een van hen, ‘Apostel’. De diepere boodschap was: ‘Ook wij van de geheime dienst hebben geleden en offers gebracht. Wij zijn patriottisch en geloven in God.’ Bij de aftiteling hoorde je orthodox- christelijke koormuziek, zo uit de kerkelijke liturgie, een ‘Weesgegroet’. Je merkt bijna niet dat je bedrogen wordt.’
Niet alleen in Rusland, ook in het Verenigd Koninkrijk is de kerk aanwezig in het publieke domein. Een recent onderzoek laat echter zien dat de helft van de Britten van zichzelf zegt ‘geen religie’ aan te hangen. Van de ondervraagden tussen de 18-24 jaar is dat zelfs 64 procent. Het Nederlands Dagblad laat twee kranten aan het woord die dit onderzoek becommentariëren. The Guardian maakt zich zorgen dat in een totaal postchristelijke samenleving de mensenrechten die verankerd zijn in de christelijke moraal, op de tocht komen te staan. Is er een alternatief voor het ‘visioen van menselijkheid’ van het christendom? The Daily Telegraph tapt uit een ander vaatje.
THE DAILY TELEGRAPH
Is het christendom in de terminale fase? Nee. De Britse kerkgeschiedenis is er altijd een van ups en downs geweest. Vergelijk de situatie van de kerk vandaag met die van 1900 en het ziet er slecht uit.
Vergelijk het met de achttiende eeuw en het verschil is niet eens zo groot. Aan het eind van de achttiende eeuw verkeerde de Anglicaanse Kerk in een diepe crisis. Kerken stonden leeg, er waren steeds minder voorgangers, mensen klaagden dat dominees geen voeling hadden met de gemeente. En erger nog: rationalisme was in opkomst, atheïsme zelfs, en een gewelddadige antikerkelijke revolutie rukte op in Europa.
De krant schetst een scala aan problemen en ontwikkelingen die de kerk in de knel brachten. Maar ze hadden niet het laatste woord
Wat was er dan veranderd? Het belangrijkste was de groei in evangelisatie in de negentiende eeuw. De anglicanen brachten een ommekeer op gang door het lanceren van inwendige zending. Ze behandelden Engeland als heidens gebied dat moest worden teruggewonnen voor het geloof. Ze besloten dat het geloof relevant moest zijn voor de noden van mensen – en dus waren het de kerken die streden voor werknemersrechten, voor een verbod op kinderprostitutie en de vorming van de welvaartsstaat.
Dit streven naar sociale rechtvaardigheid was echter geen doel – zoals nu vaak het geval is – maar een instrument voor evangelisatie, zo betoogt de krant. Als de kerk zich nu maar weer eens op het marktplein van de samenleving begaf en net als de supermarkt flink reclame maakte, dan…
Christenen zijn zelf hun grootste vijand geworden; ze helpen het geloof om zeep met hun zwijgen.
Maak reclame. Laat je horen. Vertel mensen wat je gelooft. Het hart van het geloof is de waarheid dat Jezus is gestorven en opgestaan als begin van een nieuw tijdperk. De kracht van het Goede Nieuws is zo groot dat het wel bekeerlingen móét maken. Het is tijd om het te delen.
Of het allemaal zo eenvoudig is, valt te betwijfelen. Maar dat de kerk, dat de christenen sprakeloos zijn geworden is een belangrijk punt en zou weleens samen kunnen hangen met de vraag die Bonhoeffer stelde: ‘wat geloven wij werkelijk?’
NEUE ZÜRCHER ZEITUNG
De Neue Zürcher Zeitung stond onlangs ook stil bij de grote afkalving van de reformierte Kirche in het Kanton Zürich. De krant pleit voor verandering:
De kerk put uit de traditie. Maar traditie betekent niet: verstarring. De kerk is pas echt kerk als ze levend blijft. De reformierte Kirche moet zichzelf opnieuw uitvinden en dat onder druk. Dalende ledentallen en afnemende financiën vormen geen gunstige achtergrond voor een fundamentele vernieuwing, die aan oude zekerheden raakt.
Het is echter te weinig om alleen maar te focussen op zaken als gemeentegrootte, competenties en kerkstructuren. De centrale vragen mogen niet uit het oog worden verloren:
Wat willen wij zijn? Hoe bewaren we datgene wat er voor ons toe doet? En hoe kunnen wij er voor de mensen zijn die ons nodig hebben? De betekenis van een kerk hangt niet alleen van haar grootte af, maar daarvan of zij geloofwaardig handelt. ‘Tut um Gottes willen etwas Tapferes!’ (Doe om Gods wil iets dappers!), schreef Zwingli vanuit de Kappeleroorlog. Deze roep is nog niet verstomd.
Volgend jaar herdenken en vieren we in grote delen van Europa 500 jaar Reformatie. Is dat niet een uitgelezen moment om – breder dan alleen voor onze eigen kerk – de vraag te stellen wat het vandaag aan de dag zeggen wil etwas Tapferes te doen?
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's