De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOOF EN TWIJFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOOF EN TWIJFEL

Promovendus aan de universiteit [2]

6 minuten leestijd

Op 18 december 1722 begint een jonge man, ergens in het noordoosten van de huidige Verenigde Staten, met het bijhouden van een dagboek. Direct al uit de eerste aantekeningen die hij maakt, wordt duidelijk dat hij bezig is met grote levensvragen.

Hij worstelt met de vraag of hij een ‘aandeel in Gods liefde en genade’ heeft, zoals hij het omschrijft. Het ontbreekt hem aan geloofszekerheid, waarvoor hij een aantal redenen opsomt. Zo meent hij onvoldoende te kunnen vertellen over het ‘voorbereidende werk’ waarover predikanten spreken. Bovendien kan hij zich niet herinneren dat hij de wedergeboorte ervaren heeft in precies dezelfde stappen waarin ze volgens predikanten gewoonlijk plaatsvindt. En ten slotte schrijft hij dat hij de christelijke genadegaven, in het bijzonder het geloof, onvoldoende ervaart. Hij vreest dat er in zijn leven slechts sprake is van uitwendige, ‘hypocriete’ ervaringen.

OP DE PREEKSTOEL

Enkele jaren later staat deze jongeman op de preekstoel. Het is Jonathan Edwards, die (inmiddels een predikant van ongeveer 23 jaar oud) in een preek een ander soort twijfel aan de orde stelt. Dit keer betreft het niet zozeer zijn eigen vragen. Hij staat nu stil bij een aantal tegenwerpingen die door zijn hoorders opgeworpen kunnen worden tegen het christelijk geloof als zodanig. ‘Mensen geloven allerlei soorten opvattingen, en hoe weet ik dat de opvatting van dit land correct is, of dat de Schrift het Woord van God is, of dat er een hemel en een hel zijn zoals de Schrift daarover spreekt?’ In een preek van enkele jaren later (Edwards is inmiddels 27 jaar) komen soortgelijke kwesties naar voren. ‘Hoe weet ik dat er zoiets als een God is? Misschien zijn de Schrift en het hele stelsel over een Schepper en Rechter en een leven na dit leven wel een uitvinding van mensen’ – zo horen we een denkbeeldige stem in deze preek zeggen.


ALGEMENE ARGUMENTEN

In zijn bekende werk over de Religious Affections erkent Edwards dat het voor de meeste mensen onmogelijk is om op basis van algemene argumenten tot overtuiging van de waarheid van het christendom te komen. Er zullen eindeloze twijfels en bezwaren blijven. Als men daarentegen de ‘glorie van het Evangelie’ inziet, zal er een vaste overtuiging ontstaan over de waarheid ervan. Daarmee wordt iets zichtbaar van de weg die Edwards wijst bij geloofstwijfel over de ‘ware godsdienst’.


Terwijl de eerste vorm van geloofstwijfel vooral betrekking heeft op de aanwezigheid van (zoals het in de traditie genoemd is) een waar geloof, heeft de tweede vorm vooral betrekking op de geloofwaardigheid van het historisch geloof. Gaat het in het eerste geval om de vraag ‘Ben ik behouden?’, in het tweede geval gaat het om de vraag ‘Klopt het christelijk geloof eigenlijk wel, en hoe kan ik dat weten?’

GELOOFSTWIJFEL

Op het eerste oog schijnen deze twee vormen van geloofstwijfel heel verschillend te zijn. De laatstgenoemde vorm, twijfel aan het christelijk geloof, kan een typisch gevolg van de moderne tijd lijken. En hoewel er door de eeuwen heen sceptische denkers geweest zijn, komt deze vorm van twijfel inderdaad sinds de achttiende eeuw in toenemende mate voor in de Westerse wereld. De eerste vorm van geloofstwijfel zou daarentegen de indruk kunnen wekken een tijdloze vraag te zijn: mensen van alle tijden hebben immers te maken gehad met de toe-eigening van het heil?

Toch is het de vraag of de kwestie van de geloofszekerheid (‘Ben ik behouden?’) zich vanaf ongeveer de zeventiende eeuw niet anders, heviger voordoet dan in de periode daarvoor. In ieder geval ontstaan in deze tijd in het puriteinse koloniale Amerika – net als in de Nederlandse Nadere Reformatie – allerlei geschriften die diepgaand op deze vraag ingaan. Ze proberen haar te beantwoorden met behulp van zogenaamde ‘bekeringsmorfologieën’: beschrijvingen van hoe de bekering zich in het leven van mensen voltrekt, bijvoorbeeld aan de hand van stappen of stadia die elkaar opvolgen. Het is dus de vraag of de twee beschreven vormen van geloofstwijfel misschien niet allebei op een bepaalde manier iets van de moderne tijd weerspiegelen. En als dat zo is, kunnen ze dan op enigerlei manier met elkaar in verband staan?

WARE GODSDIENST

Een antwoord op deze vraag zou misschien gevonden kunnen worden door te letten op de rol van kennis in beide vormen van geloofstwijfel. In de traditie van de gereformeerde spiritualiteit is altijd veel nadruk gelegd op het kennen van God. Daarbij gaat het dan niet zozeer om verstandskennis, maar vooral om kennis met het hart. En ook voor Edwards is ‘zaligmakende kennis van God’ een geliefkoosde uitdrukking. De eerst beschreven vorm van geloofstwijfel gaat precies over de criteria die aan deze omgangskennis gesteld worden. Wanneer is er sprake van echte geloofskennis? Het gaat om het onderscheiden tussen een echt en een onecht geloof.

Opmerkelijk genoeg heeft ook de tweede vorm van geloofstwijfel betrekking op kennis. De sceptische vragen die Edwards in zijn preken aan de orde stelt, beginnen telkens met de woorden ‘Hoe weet ik…?’. In de tijd van Edwards zijn mensen zich bewust van het feit dat op verschillende plaatsen in de wereld verschillende religies en wereldbeschouwingen aangehangen worden. De gedachte kan daarom opkomen dat het puur toeval is om christelijk te zijn: men is nu eenmaal in een christelijk land geboren. Vandaar de vraag hoe men kan weten wat de ‘ware godsdienst’ is. Ook hier gaat het dus om het onderscheiden tussen echt en onecht.


PASTORAAL ADVIES

Op 3 juni 1741 schrijft Edwards een pastorale brief aan een jonge vrouw in een naburig stadje. Deze vrouw is herderloos en vraagt Jonathan Edwards om pastoraal advies. Edwards voldoet aan dit verzoek en stuurt haar een brief, waarin hij schrijft: ‘Eén nieuwe ontdekking van de glorie van Christus’ aangezicht en de fontein van Zijn genade en liefde zal in één minuut meer helpen om de wolken van donkerheid en twijfel te verdrijven, dan gedurende een heel jaar het beproeven van vroegere ervaringen met behulp van het beste kenmerk.’


VRAGEN

Het is duidelijk dat deze manieren waarop kennis een rol speelt, niet aan elkaar gelijk zijn. Het is daarom van belang de verschillen zorgvuldig in het oog te houden. Toch geeft het te denken dat in dezelfde periode op twee gebieden van geloofstwijfel het begrip ‘kennis’ een belangrijke plaats inneemt. Deze twee vormen van geloofstwijfel doen zich bovendien voor in een tijd waarin de vraag naar zekere kennis één van de meest prangende vragen voor filosofen is geworden. Wat is kennis eigenlijk? Hoe kan echte kennis onderscheiden worden van illusies? In de filosofie van de zeventiende en achttiende eeuw komen deze vragen uitvoerig aan de orde.

Het verder analyseren van deze overeenkomsten zou inzicht kunnen bieden in de samenhang tussen de twee beschreven vormen van geloofstwijfel, en in hun relatie tot de moderne tijd. En hoe heeft Edwards, die enerzijds geworteld was in de puriteinse traditie en anderzijds goed op de hoogte van de filosofie van zijn tijd, op deze vragen gereageerd? Kunnen we daar nog iets van leren? Dat zijn de vragen die mijn onderzoek wil beantwoorden.

Drs. Erik Willemsen is als assistent in opleiding (aio) verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op de vraag hoe Jonathan Edwards reageerde op twee vormen van geloofstwijfel en welke concepten van kennis daarin een rol spelen.

Volgende keer Kees van der Knijff over de verhouding tussen ‘goddelijke leiding’ en het werk van de Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GELOOF EN TWIJFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's