De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PROFETISCHE ALLURE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PROFETISCHE ALLURE

De prediking van ds. G. Boer [1]

8 minuten leestijd

De prediking van ds. G. Boer (1913-1973) trok diepe sporen en werd voor velen tot blijvende zegen. Zijn preken waren geladen. Ds. Boer had een diep besef van Gods hoogheid. Tegelijk was hij ervan doordrongen dat de Heilige Zich in ontferming tot zondaren overbuigt.

Hoe wordt het hemelrijk door de prediking van het heilig Evangelie ontsloten en toegesloten?’, vraagt onze catechismus in zondag 31. Van jongs af was ik met het antwoord vertrouwd: ‘Aldus, dat volgens het bevel van Christus aan de gelovigen, allen en een ieder, verkondigd en openlijk wordt betuigd, dat al hun zonden hun door God, omwille van Christus’ verdiensten, waarlijk vergeven zijn, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen’.

Dat liegt er niet om. En de keerzijde evenmin: ‘Daarentegen wordt aan alle ongelovigen en aan hen die zich niet van harte bekeren betuigd dat de toorn van God en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang zij zich niet bekeren’.

Ik was met de woorden vertrouwd. Toen ik zo'n vijftig jaar geleden ds. Boer leerde kennen en onder zijn gehoor kwam, wist ik het, althans stelliger dan ooit: Hier gebeuren die woorden. Hier wordt de sleutel gehanteerd en knarst de deur in de scharnieren. Open en dicht. Dicht en open.

BEGENADIGD

Wat zat daarachter? Of liever: Wie zat daarachter? Het geheim van ds. Boers persoonlijkheid en van zijn prediking bij uitstek was God drie-enig. Die had hem gevormd, gekneed tot wie hij geworden was. Een groot man voor de kerk en op de kansel, maar klein voor God. Begaafd, maar in de letterlijke zin: met gaven begiftigd, met charisma gevuld. Begenadigd dus. En hij wist het: niet ik maar Híj.

De zondag dat ik als vicaris met hem mee mocht naar een avonddienst in zijn oude gemeente Katwijk waar hij vanuit Zoetermeer zou voorgaan, vergeet ik nooit. Toen we een half uur voor aanvang bij de Oude Kerk arriveerden, stond het kerkvolk al bij drommen voor de deur om ds. Boer te horen. ‘Wat een volk’, ontschoot me. Zijn reactie: ‘Arie, juist nu moet een dominee bedenken dat hij vlees is.’ Boer was bang voor zichzelf. Want hij vreesde God.

AANGEVOCHTEN PLEK

Tijdens mijn leervicariaat (in lang verband), zo'n 45 jaar geleden, heb ik hem leren kennen als een mild en ootmoedig mens, een teer en fijngevoelig pastor, een wijze en kritische leermeester, en vooral als een prediker die even vermanend als vertroostend was. Hij was krachtig in de Heere, zwak in zichzelf. Hij leed aan een broze gezondheid. Hij leed nog meer aan de kerk. Haar ongehoorzaamheid aan het gezag van de Schrift, haar ontrouw aan het hart van de belijdenis, haar verdeeldheid en verlies aan echte katholiciteit gingen hem aan het hart. Bij menige gelegenheid verhief hij zijn stem, midden in de kerk, waarvoor hij zich vaak moest schamen, maar die hij innig liefhad. Hierin wist hij zich van Godswege op een aangevochten plek geroepen en bleef hij op zijn post.

TWEESLAG

Hoewel hij zelf de laatste geweest zou zijn om zichzelf profetische allure toe te schrijven, had zijn optreden niet zelden iets van een profeet. In die zin dat hij, zoals de profeten van weleer, Gods oordelen over Zijn volk onderkende, doorleefde en doorlichtte, maar evenzeer de lichtbundel van Gods beloften liet schijnen over de trouw van Gods verbond en het geduld van Zijn erbarmen. Met name in zijn preken kwam deze tweeslag telkens aan de dag. Zijn prediking, die diepe sporen trok en voor velen tot blijvende zegen werd, typeert men nogal eens als ‘geladen’. Ik kan dat begrijpen en onderschrijf het zonder reserve. Zijn karakteristieke stemgeluid, zijn markante verschijning, die mengeling van afhankelijkheid en autoriteit, dat alles legde beslag.

Toch waren het niet déze factoren die de geladenheid uitmaakten. Die werd veeleer veroorzaakt door de lading van de boodschap die hij bracht. Die was met ‘majesteit’ geladen. Boer had een diep besef van Gods grootheid, Zijn heiligheid en hoogheid. Zelf zegt hij het zo: ‘God bewoont een ontoegankelijk licht. We zouden duizend keer verbrand zijn door Zijn heiligheid, voordat we nog maar één kilometer van Hem afstonden.’ Toch reikte de lading van zijn boodschap verder. Het binnenste geheim daarvan was Christus, in Wie die verheven God Zich neerlaat tot nietige en schuldige schepsels. Ik denk dat het dit mysterie van de incarnatie is dat de eigenlijke lading van zijn boodschap behelsde. Pure verbazing, diepe verwondering over het wonder dat de Heilige Zich in ontferming tot zondaren overbuigt.


Onder de titel ‘Tijdbetrokken vreemdelingschap’ bracht dr. ir. J. van der Graaf verzameld werk van ds. G. Boer bijeen. Hieronder volgen enkele hoofdmomenten van zijn toespraak bij de presentatie van de bundel. Hij bekende vanwege ds. Boer in Huizen te zijn gaan wonen.

Daar was ds. Boer toen predikant (1960-1965). Ongeveer anderhalf jaar verkeerden we er onder zijn prediking. Dat was in een voor ds. Boer zelf cruciale periode omdat hij toen een ingrijpende hartoperatie onderging. De preek na zijn ziekte ‘Hoop op God’ was onvergetelijk.

Hier leerde ik zijn prediking in de breedte en de diepte kennen: Schriftuurlijk-bevindelijk, Geestdoorademd, tijdbetrokken, profetisch maar ook priesterlijk; enerzijds de gemeente confronterend met de Majesteit Gods maar anderzijds onvoorwaardelijk brengend bij het heil in Christus.

Boer preekte ook over vervulling met de Geest en over geestelijke gaven en geestelijke groei. ‘Is er groei?’, was een standaardvraag in zijn preken. En ten slotte: hoe worstelde hij ook om de voortgang van de Evangelieverkondiging. Hoeveel jonge mensen zijn niet onder zijn bediening tot het wondere ambt van Dienaar des Woords geroepen?

VOORZITTER

Met dankbaarheid denk ik terug aan de periode dat ds. Boer voorzitter van de Gereformeerde Bond was. Het was een roerige tijd, vooral vanwege de vigerende bevrijdingstheologie. Het was een moeilijke tijd ook binnen de Gereformeerde Bond na Graaflands spraakmakende boekje Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking en de scherpe discussies daarover. Nochtans sprak Graafland met grote achting over ds. Boer tijdens de rouwdienst voorafgaand aan zijn begrafenis.

Nochtans sprak Graafland met grote achting over ds. Boer tijdens de rouwdienst voorafgaand aan zijn begrafenis. Intussen kreeg ik na het terugtreden van ds. Boer uit het hoofdbestuur op zijn voorstel de functie van hoofdredacteur van De Waarheidsvriend toebedeeld. Toen ik al te ‘bonds’ leek te gaan schrijven, kreeg ik van hem een inmiddels bekend geworden vermaning: ‘De bond mag sterven, maar de kerk zal leven’. Die functie werd de opmaat voor mijn uiteindelijke functie als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond. Terugziende moet en mag ik daarom zeggen dat ds. Boer middellijkerwijs zo de verdere gang van mijn leven heeft bepaald.

NALATENSCHAP

Ik ben van oordeel dat de nalatenschap van ds. Boer in ere mag blijven. Bij het samenstellen van zijn verzameld werk kwam ik opnieuw onder de indruk van de geladenheid van wat hij te berde bracht, in woord en geschrift, in prediking en publicaties.

Zeker, sommige zaken zijn gedateerd, andere contextueel bepaald, weer andere gegeven met kerkelijke frontposities in zijn dagen. De vraag hoe zijn prediking en zijn stellingnamen vandaag zouden landen, blijft onbeantwoord. Die moeten we ook niet willen beantwoorden. Ds. Boer diende in zijn tijd.

Er is sindsdien veel verschoven, zeker inzake het gezag van het ambt, ook van het predikambt. De horende gemeente is eveneens veranderd, verschoven. Maar in zijn passie voor het Evangelie, zijn strijd tegen wat zich niet verdraagt met de leer die naar de Heilige Schrift is en in zijn betrokkenheid op de geestelijke ontwikkelingen van zijn dagen, is hij ook vandaag een lichtend voorbeeld. Het ging hem om de kerk, die hij liefhad. Hij heeft aan de kerk, in haar verdeeldheid en verval, geleden, binnen haar gestreden en voor haar gebeden. Ook hij kende zijn zwakheden. Wat hij betekende, had hij te danken aan Hem die hem riep. Zijn gedachtenis zal tot zegen zijn.


TRINITARISCH

Was Boer een Christusprediker? Dat zou ik denken. Christocentrisch was zijn prediking ongetwijfeld, maar christomonisme was hem vreemd. Zijn Christusgetuigenis stond volstrekt in trinitarisch kader. Bij zijn intree in Katwijk (juni 1965) preekte hij over de schat in het aarden vat. Over de inhoud van die schat laat hij geen onduidelijkheid bestaan. ‘De schat is God de Vader in Zijn liefde, God de Zoon in Zijn genade en God de Heilige Geest in Zijn gemeenschap. God – Vader, Zoon en Heilige Geest – in het kleed van het Evangelie, is de inhoud van de prediking. Dat is mijn lastbrief.’ Aan deze trinitarische spreiding bleef hij trouw. Maar dan wel in het voortdurende besef dat de Vader Zich te kennen geeft in de Zoon en dat de Geest het uit Christus neemt en Hem verheerlijkt. Vandaar dat hij in dezelfde context verklaart dat we die ‘oneindige liefde Gods’ mogen kennen ‘in Christus, die naar het woord van Augustinus schoner is dan duizend zonnen en meer is dan ons leven’.

LAST EN LUST

Deze God in Christus tegenwoordig stellen onder de beademing van de Geest, was dus zijn last. Last in de zin van opdracht, maar ook wel in de zin van vracht. Hij wist zich geroepen. En dat viel hem zwaar. Maar de zwaarte torste hij niet alleen. Eén was erbij Die hem droeg met last en al. En zo was de last hem toch tot lust.

Bij zijn 25-jarig predikantschap in 1968 getuigde hij: ‘Ik dank Hem Die mij bekrachtigd heeft en mij in de bediening gesteld heeft. Nooit heeft deze dienst mij teleurgesteld. Ik zou nooit, al had ik duizend levens, anders willen zijn dan Verbi Divini Minister, dienaar van het goddelijke Woord. Lof zij deze God in eeuwigheid.’

Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond. Hij was leervicaris bij ds. G. Boer.


Volgende week het slot, over het ontdekkende en nodigende karakter van de preken van ds. Boer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PROFETISCHE ALLURE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's