BOEKBESPREKINGEN
Tomás Halík
De nacht van de biechtvader. Christelijk geloof in een tijd van onzekerheid.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 187 blz.; € 19,50.
Nog onder de indruk van zijn intrigerende publicatie Geduld met God zette ik me tot het lezen van het onlangs verschenen boek van de Tsjechische priester (filosoof en theoloog) Tomás Halík, De nacht van de biechtvader met als ondertitel Christelijk geloof in een tijd van onzekerheid. Deze publicatie, die al in 2005 in Tsjechië verscheen, is anders van opzet, maar niet minder prikkelend. Het is een verzameling van reflecties op ontmoetingen, observaties en stukjes levensverhaal die hem als biechtvader ter ore kwamen, waarin het thema van het vorige boek tot leven komt: dat we het in onze cultuur moeten uithouden met een ‘onmogelijke’ God. Die, na verdrongen te zijn, Zich zo verborgen houdt, dat het voor de hand ligt dat Hij meer betwijfeld wordt dan vertrouwd, waardoor geloof en kerk al verder afbrokkelen.
Halík typeert de tijd als een postmodernistische, waarmee hij aangeeft dat er geen aanleiding is tot seculier en religieus optimisme, alsof er ‘iets’ zou zijn dat ervoor zorgt dat het steeds beter wordt. Er is juist sprake van een omgekeerde beweging: het christendom verkeert in een doorgaande crisis, waarin veel wat vertrouwd was, gekruisigd wordt en afsterft. Niettemin is er in de wanhoop reden tot hoop: want juist in de crisis komt er ruimte voor de paradox van Pasen, dat de Opgestane ons verschijnt als nooit tevoren. Telkens als dat gebeurt, geschiedt het onvoorstelbare en onmogelijke en wordt geloof in liefde en met hoop middenin een godvergeten wereld geleefd. Hij noemt dat het ‘kleine geloof’, dat gelouterd door het vuur van de crisis en ontdaan van alle voorgaande zekerheden, meer kracht bezit en beter bestand is tegen de tijd dan het ‘grote geloof’, dat terugdeinst voor existentiële twijfels en zich opsluit in een imitatie van het kerkelijk verleden. Dit ‘opgeblazen geloof’ heeft geen toekomst. Dat is eigen aan het ‘naakte geloof’, dat klein als een mosterdzaad leeft bij het woord van Christus ‘Heb geloof in God’ en niet van ophouden weet ook als alle vroegere zekerheden zugrunde gehen. Dit is het geloof van Christus, en daarmee van het volk Gods en wordt gevoed door de eucharistie en de Schrift.
In de beschrijving van zijn opgedane ervaringen en zijn toegevoegde overwegingen, die niet altijd even gemakkelijk te volgen en te vatten zijn omdat hij zoekend en tastend filosofie, psychologie en theologie met elkaar verbindt, is voor Halík één ding essentieel: God is geen object dat ‘op zich’ kan worden beschouwd en doorgrond. God is veeleer, zoals Thomas van Aquino al stelde, een ‘gebeuren’ dan een bovennatuurlijke entiteit. Hij is verborgen aanwezig in wat er in deze wereld tot in ons denken en doen toe omgaat en is daar nooit los van te denken. Deze onlosmakelijke verbondenheid met ons bestaan blijkt met name in de incarnatie van het Woord en de uitstorting van de Geest. Verhelderend is het als Halík uitlegt dat juist het verlichtingsdenken, dat onderscheid maakt tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke en God daarmee buiten onze werkelijkheid heeft gezet, de grote aanjager is geweest voor de huidige secularisatie. Want dat ‘bovennatuurlijke’ werd de dumpplaats voor alles wat niet wetenschappelijk te verklaren was. ‘Geen wonder’, schrijft Halík dan, ‘dat God toen Hij in het gezelschap van watergeesten en feeën, spoken en sprookjesfiguren terechtgekomen was, uiteindelijk wel uit de samenleving van verstandige, opgeleide mensen verbannen moest worden en kon worden overgelaten aan kinderen, eenvoudige mensen en occultisten.’
De afbraak van de christelijke cultuur en instituties hoeft niet te leiden tot verlies van het geloof. Hier helpen echter geen goedkope oplossingen. Noch een liberale modernisering van de kerk noch een fundamentalistische evangelicalisering van het geloof helpen ons uit de brand. Vernieuwing van het geloof kan alleen geboren worden in de diepte van de crisis, waar de Opgestane ons verschijnt en Zijn stem opnieuw zo wordt vernomen dat ze leidt tot een spirituele levensstijl, die tegen de gangbare stroom in de weg gaat van geloof, hoop en liefde. Waar de kerk in haar pastoraat en verkondiging daaraan dienstbaar is, kan het geloof op adem komen en leiden tot een christendom van de ‘tweede adem’. Anders gezegd, het paradoxale Paasgeloof dat weet heeft van het kruis als verlies van alle zekerheden, weet ook van de Opstanding, als het vinden van een zekerheid van andere orde, die hoop geeft aan de ‘geschokten’.
De uiteenzettingen van deze priester, die zichzelf herkent als zo'n geschokte gelovige van de tweede adem, roept herkenning, instemming en soms ook tegenspraak op. Hopelijk geeft bovenstaande voldoende reden om dit boek zelf ter hand te nemen.
P.J. VISSER, AMSTERDAM
Dr. B. van 't Veld
Exodus deel 2.
Uitg. Kok, Utrecht; 392 blz.; € 39,90.
Nadat deel 1 in 2007 het licht zag, is van de hand van dezelfde auteur het tweede deel van het commentaar op het bijbelboek Exodus verschenen, in de inmiddels breed bekende serie ‘Prediking van het Oude Testament’ (POT). Dit tweede deel gaat in op Israëls tocht door de woestijn tot aan de berg Sinaï (Ex.13:17-18:27) en de verbondssluiting bij deze berg (Ex.19:1-24:18). Niet de bestaande vertalingen, maar de Hebreeuwse tekst is uitgangspunt voor de exegese. Nadrukkelijk wordt niet gekozen voor een twijfelachtige discussie over eventuele fasen in het ontstaan van de tekst, maar prefereert dr. Van 't Veld een uitleg die geconcentreerd is op de tekst zoals die thans voor ons ligt. Woordherhalingen en opbouwpatronen in de tekst krijgen daarbij veel aandacht. Na de exegese van een perikoop volgt een paragraaf gewijd aan ‘de prediking’. Daarbij worden verbanden aangewezen naar het totale oudtestamentische getuigenis, maar ook naar het geheel van de canon van de Heilige Schrift. Van tijd tot tijd worden theologische duidingen gegeven, die de bijbelonderzoeker helpen om de grote lijnen van het Schriftgetuigenis te verstaan. Denk bijvoorbeeld aan Exodus 17:8-16, waar Amalek door de uitlegger geduid wordt als ‘de belichaming van het kwaad’. De auteur vervolgt: ‘De heftige strijd van de HEERE tegen Amalek is de strijd om zijn zegenrijke heerschappij op aarde door te zetten, tegen alle verzet in.’ Een wijds perspectief opent zich, waarin de God van de strijd tegelijk ‘de God van de vrede, de God van heil’ is.
Het is mijn wens dat ook dit commentaardeel dienstbaar zal zijn aan, zoals de serie genoemd wordt, ‘De prediking van het Oude Testament’, opdat de God van Israël gekend zal worden zoals Hij is: gisteren, heden en tot in eeuwigheid.
J.J. TEN BRINKE, STOLWIJK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's