De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HONING DRUIPT NEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HONING DRUIPT NEER

De prediking van ds. G. Boer [2, slot]

7 minuten leestijd

In zijn preken roept ds. G. Boer de hoorder telkens op om zichzelf eerlijk voor Gods aangezicht te beproeven. Wie geen zondaar voor God is en het blijft, die weet niet wat genade is. Velen zijn gered, zonder dat ze ooit in het water zijn gevallen.

De predikant is op dit punt messcherp. God brengt ons aan het eind van ons Latijn. Zijn trefpunt ligt op ons eindpunt.

Een prediking van deze statuur heeft twee kanten. Enerzijds krijgt een mens het onder die woordbediening zwaar te verduren. Maar niet genadeloos. Er vindt genadige ontmaskering plaats. Aan de andere kant steekt het licht van de genadeverkondiging tegen deze donkere achtergrond het helderst af.

EIGEN FABRICAAT

Genade, zo heb ik ds. Boer meer dan eens horen zeggen, is de doodsteek voor alle vanzelfsprekendheid en eigengerechtigheid. Wie het heil denkt op te strijken alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, wordt hardhandig uit de droom geholpen. En zelfgemaakte vroomheid, hoe gewichtig ze ook lijkt, legt voor God geen enkel gewicht in de schaal. Hij stak er dan ook de brand in. In een preek gebruikt hij de uitdrukking dat wij in de ambtelijke bediening staan ‘voor de schroeihitte van Gods tegenwoordigheid’. Het geldt hoorder en prediker beiden. Ontwerpen van eigen fabricaat houden geen stand. Ik citeer: ‘Wie met God in aanraking komt, wordt uit het lood geslagen. Bij hem of haar is een ondergrondse aardverschuiving aan de gang. De vaste oriënteringspunten op deze aarde ontvallen ons. Wanneer de schijn van deze tegenwoordige wereld wegvalt, waait de wind van de eeuwigheid langs ons heen. En wanneer Gods Geest ons stelt voor de hoge God, voor de majestueuze God, dan worden onze drukten toch zo betrekkelijk.’ In de geest en ook in het taalkleed van Kohlbrugge heet het: ‘Dan is het afgelopen met ons willen, kunnen en kennen, met ons drijven en lopen. Dan zijn we te schande geworden.’

ADRES

Het Evangelie is geadresseerd aan het minste en geringste, aan wat verloren is. Toen ds. Boer ooit optrad in een uitzending van de EO, begon hij zo: ‘Heeft de Heere Jezus een voorkeur voor slechte mensen? Ja, dachten de Farizeeërs met afkeer, en omdat ze geen zondaars waren, zeiden ze smalend: ‘Deze ontvangt de zondaars en Hij eet met hen.’ En, ja, dachten de zondaars met verbazing, en omdat ze niets meer waren dan dat, begonnen zij vrolijk te zijn.’


Ds. Boer zwaaide de deur van de genade wijd open


Het is die genadige voorkeur van de Heiland voor wat ds. Boer dan noemt ‘het rapaille van de samenleving’, die de hele toespraak typeert. Zelfgenoegzame lieden hebben altijd een hekel gehad aan dit Evangelie. Het is nu eenmaal niet besteed aan mensen die kaarsrecht op de benen staan. Maar die gebroken door het leven gaan, hinkend als Jakob weleer, die vinden er de Heiland, Die heel maakt wat geschonden is.

Twee soorten mensen zijn er dus, door een ogenschijnlijk niet te slechten muur gescheiden. Maar ds. Boer slechtte de muur. Dat wil zeggen, het Evangeliewoord waarvan de dynamische Geestkracht werkt als dynamiet, vaagt de muur omver en veegt allen en een ieder op één hoop. Allen zijn zondaren voor God, op pure genade aangewezen.

En wie zich door het oordeel van de Sinaï niet laat neerhalen, gaat op de gerichtsplaats Golgotha wel door de knieën. Wie dáár nog stokstijf op de been blijft, weet niet wat hij doet. Zo is de teneur van ds. Boers verkondiging. Opdat geen vlees zou roemen voor God.

GENADEVERKONDIGING

Heel deze ontdekkende kant heeft echter een keerzijde. Juist tegen het donkere decor van onze verlorenheid steekt het licht van de genadeverkondiging het helderst af. Als een diamant op zwarte aarde. Wie leert beamen het nooit meer goed te kunnen maken, die krijgt te horen (en te geloven) dat een Ander het goed gemaakt heeft, eens en voorgoed. Wat op Goede Vrijdag daar en toen volbracht is, wordt op zondag hier en heden aangebracht. Dit wordt niet ijskoud meegedeeld, maar gloedvol uitgedeeld. ‘De kansel biedt’, zo schreef ds. Boer ooit, ‘een uitnemende gelegenheid om te prediken de noodzakelijkheid, de gewilligheid en de bekwaamheid van de Heere Jezus om zondaren zalig te maken. Dat dient ons hoofdvak te zijn en te blijven. Wie de mensen tegen het steile bergmassief van de eeuwige verkiezing en verwerping zet, zonder hen de roepende en de uitroepende (verkiezende) God te prediken, zonder het bevel tot geloof en bekering voor te stellen, zonder de eedzwering van God dat Hij geen lust heeft in hun dood, werpt de mensen in draaikolken.’

SCHILDERING VAN CHRISTUS

Dat ‘hoofdvak’, de schildering van Christus in Zijn algenoegzaamheid dus, beoefende hij met passie. In een van zijn preken over Hebreeën 11 luidt het: ‘Al zit u gebonden, al loopt u in de banden van Satan, dan daalt Hij ook vanmorgen af om mensen uit die banden te halen. Zoals een vogel die in een strik zit: hoe dat beestje ook draait, het gaat er steeds verder in. Maar God zij dank, de strik is gebroken, zegt de psalmist, en wij zijn vrijuit gegaan. Kan dat, zegt u? Ja waarachtig, op dit moment. Want we zitten niet voor niets bij elkaar. Gód spreekt Zijn Woord. Hij daalt loodrecht neer. Hij ziet u aan in Zijn Zoon, in Zijn ontferming.’

Ik hoor het prof.dr. C. Graafland nog zeggen, toen hij begin 1973 tijdens de rouwdienst zijn geestelijke vader herdacht: ‘Ds. Boer is voor ons en voor velen het middel geweest om ons tot Jezus te leiden. Dat heeft hij gedaan door zijn scherpe, eerlijke en niets ontziende, ontdekkende prediking, die ons geen grond meer onder de voeten overliet. En dat heeft hij ook gedaan door ons de Heere Jezus in al Zijn schoonheid voor te stellen en aan te prijzen en bij ons aan te dringen, zodat wij met een heilige en diepe begeerte vervuld werden om Hem te kennen en Hem te bezitten als onze enige en volkomen Zaligmaker.’

SLEUTEL

Zo hanteerde ds. Boer de sleutel en zwaaide de deur van de genade open. Niet op een kiertje dus, maar wagenwijd. ‘Kom precies zoals u bent, met al uw verdraaidheid, met al uw lelijke streken, met al uw vuile plekken.’ De Heere vonnist, en Hij spreekt vrij. ‘Wanneer de donderslagen van de wet voorbij zijn, gaan de lichten van Gods barmhartigheden aan.’ En wie tegenwerpt dat hij zo veel zonden op zijn register heeft staan, legt ds. Boer de vraag aan het hart: ‘Is er dan geen Lam Gods, Dat de zonden der wereld heeft gedragen?’

Boer had Luther en Kohlbrugge goed begrepen: wie buigt voor Gods recht en naar Gods kant valt, wie eigen ongelijk bekent en Gods gelijk en recht belijdt, die vindt het Lam tot rechtvaardiging en heiliging. ‘Het Lam’, zo verzekert ds. Boer, ‘staat altijd op de snijlijn van Gods recht.’ Juist waar ik voor God niet kan bestaan, is daar het Lam om me te dragen, zo vloekwaardig als ik ben.

TOE-EIGENING

Ik sluit af met een citaat waarin ds. Boer ons recht in zijn hart laat kijken. Tegen het eind van een preek geeft hij een leeservaring door. ‘Ik las eens’, zo vertelt hij, ‘een prachtige verklaring, die de Twaalf Artikelen vergeleek met een honingraat, waarvan de raten allemaal zijn opengemaakt en waar de honing uitdrupt. Vindt u dat geen prachtig beeld? Als u in de kerk bent en de voorganger leest de geloofsbelijdenis, dan moet u maar denken: twaalf honingraten.

Nu was er een man die zei: ‘Wat heb ik nou aan de Twaalf Artikelen; er staat niet eens in of ik erbij hoor.’ Maar die man begreep niet dat het geloof in God de Vader, in God de Zoon, en in God de Heilige Geest de toe-eigening insluit. Dat is geen vanzelfsprekende zaak, maar het druipt er zo uit voor het geloof.’

Onder de preken van ds. Boer droop de honing neer. Het armzaligste geloof was er goed mee.

Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond. Hij was leervicaris bij ds. G. Boer.

Volgende week zoomt prof. dr. J. Hoek in op de bundel ‘Tijdbetrokken vreemdelingschap. Verzameld werk van ds. G. Boer’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HONING DRUIPT NEER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's