De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DERDERANGSBURGERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DERDERANGSBURGERS

Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus... 1 PETRUS 1:3-5

4 minuten leestijd

Christenen kunnen zich als geen ander identificeren met de vreemdeling. Ze worden vaak als vreemdelingen gezien en behandeld en dat zijn ze ook. Petrus heeft het over mensen die leven in de verstrooiing.

Petrus’ eerste lezers hebben het moeilijk om als christenen te leven in de samenleving. Ze zijn vreemdelingen in de verstrooiing. Ze vormen kleine groepen gelovigen middenin een grote, ongelovige maatschappij. De meerderheid is ongelovig. De gemeenten zijn klein.

Het lijkt op onze samenleving. Met dit verschil dat in de tijd van Petrus het Evangelie de samenleving binnenkwam en hier en nu bij ons op z'n retour is en de naam van Christus wordt weggedrukt.

ANDERS

Christenen vormden een derde groep. Er waren mensen die de gangbare godsdienst aanhingen. Er waren Joden. En nu kwamen daar ook nog christenen bij, een derde soort. Het duurde niet lang of ze werden derderangsburgers. Het is niet fijn om bij een dergelijke groep burgers te behoren. Het gaat om mensen die anders zijn dan anderen. Dat kan angstig maken. Zozeer zelfs, dat het gedrag zich aanpast aan de typering.

Petrus schrijft aan allochtonen die zich werkelijk vreemden voelen in eigen land en stad. En dan doet hij er nog een schepje bovenop. Hij zegt: ‘Jullie wonen in de verstrooiing, in de diaspora.’ Het is geen gunstig woord, integendeel, het is een donkere aanduiding vol dreiging. Ze zijn vreemdelingen in de verstrooiing, christenen in ballingschap.

EILANDJES

Als we vandaag om ons heen kijken en de situatie van christenen in West-Europa zien, ontdekken we overeenkomsten. Er zijn van die eilandjes waar het goed toeven is als christen. Niemand valt uit de toon door een christelijke levenswandel en van vreemdelingschap wordt niet veel ervaren. Het wordt echter steeds duidelijker dat christenen meer en meer een minderheidspositie innemen en een steeds kleinere groep vormen in een geseculariseerde samenleving. Ze worden niet altijd begrepen en hun beweegredenen worden niet gehonoreerd. Voor je het weet, word je een ‘gristengekkie’ genoemd. In de politiek wordt meewarig het hoofd geschud wanneer christenen opgewonden raken van allerlei uitspraken over de man-vrouwverhouding, over zelfbeschikkingsrecht op leven en dood en zo is er nog een aantal zaken te noemen.

Het kan christenen enigszins moedeloos maken en terneergeslagen. We kunnen zelfs de neiging hebben om het hoofd in de schoot te leggen. Of we gaan ons juist heel strijdbaar opstellen en in de confrontatie vreemde dingen doen.

Laten we eens naar Petrus luisteren. Hij spreekt in zijn brief, in hoofdstuk 3 en 4, over lijden en verdrukking en over hoe de christenen zich daaronder te gedragen hebben. Hij laat zien dat de vuurgloed die tot beproeving dient, hen niet moet bevreemden. Alsof hun daarmee iets vreemds zou overkomen.

Petrus gaat bepaald niet met zijn lezers meehuilen. Hij zegt niet: ‘Ach, arme christenen, wat hebben jullie het moeilijk.’ Integendeel. Voor wie dat verwacht had, klinken die eerste zinnen wel heel verrassend. Na zijn groet aan de lezers begint hij met: ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus…’.

LOF

Daarmee zet hij zijn brief vanaf het begin op de toonhoogte van de lofprijs. Zijn collega Paulus doet dat meestal ook in zijn brieven. Ze beginnen met het loven en prijzen van God om Zijn grote werk in Jezus Christus en aan de gelovigen. God prijzen in plaats van klagen over de zorgwekkende toestand in onze samenleving. Dat kan, als we eerst Gods trouw en goedheid hebt gezien.

Dat lijkt helemaal niet zo pastoraal. We lijken mensen in een beroerde situatie nauwelijks serieus te nemen. We lijken hun klacht niet te horen, maar gewoon daarbovenuit te zeggen: ‘Geloofd zij God met diepst ontzag.’ In werkelijkheid is dit nu kenmerkend voor het geloof: in de nacht van verdriet en zorgen liederen zingen van de ‘morgen’. We staren ons niet blind op de omstandigheden, maar richten de blik op de daden van de God van Israël.

We gaan niet bij elkaar zitten in de veilige beslotenheid om voorzichtig wat liederen te zingen. Nee, we richten de blik op God, op de Vader van de Heere Jezus Christus, Die omwille van deze Zoon ook mijn Vader is.

Ds. J. de Wit is predikant van de hervormde gemeente te Jaarsveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DERDERANGSBURGERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's