BOEKBESPREKING
Ds. W. Silfhout De Joodse wereld. Uitg. De Banier, Apeldoorn; 167 blz.; € 19,95.
In deze gebonden en van veel (kleuren) foto's voorziene uitgave focust ds. Silfhout, tweede voorzitter van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten, op ‘hoe het Jodendom ons christen-zijn verrijken kan’. Direct al perkt hij zijn lezerskring in als het ‘ons’ uit de ondertitel ingevuld wordt met ‘de reformatorische gezindte’. Hij wil zijn lezer in staat stellen zich enigszins een beeld van het Joodse leven te vormen, dat in relatie te brengen met het christelijk geloof en daardoor het verstaan van de Bijbel als Woord van God te bevorderen. Mijns inziens een mooi doel, dat ook van belang is voor lezers buiten de ‘reformatorische gezindte’. De auteur gaat niet heen om de afstand die christenen tot het Jodendom hebben, opdat niet gedacht wordt dat er voor Joden ‘een andere weg tot het heil is dan de heidenen’.
In een uitvoerig overzicht van veertig pagina's wordt de geschiedenis van het Jodendom beschreven, wat ons leert dat de eerste uitbarsting van Jodenhaat uit 1096 stamt, dat de blijvende vestiging van Joden in ons land uit 1596 dateert enz. Dit deel kan snel een opsommerig karakter krijgen, waarvoor het feit dat (p. 39) drie zinnen na elkaar met ‘Ook’ beginnen illustratief is. Hierdoor mist de lezer belangrijke achtergronden: waar ds. Silfhout kort aanstipt dat de Balfour-declaration een belangrijke plaats had in de aanwijzing van Palestina als nationaal thuis, vinden we niets over de religieuze achtergrond hiervan, namelijk dat diverse toenmalige Engelse ministers vanwege hun kennis van het Puritanisme liefde voor Israël hadden, een feit dat ds. P. den Butter elders uitvoerig beschreef.
Als de spits van dit boekje is hoe kennis van het Jodendom ons christenzijn verrijkt, ervaar ik de oogst als groot noch verrassend. Zo mogen we van de Joodse sabbatsviering leren dat persoonlijke meditatie nodig is; zo kunnen we van het Poerimfeest, als de geschiedenis van Esther herdacht wordt, leren wat antisemitisme is; zo kunnen we van het Joodse lezen van de Thora leren dat het goed is om elke dag uit de Bijbel te lezen, in de volgorde van de bijbelboeken. Hebben we voor déze aansporingen de spiegel van het Jodendom nodig?
Ondertussen ben ik dankbaar voor het feit dat de auteur de bijzondere positie van het Joodse volk in Gods heilshandelen overeind houdt. In één wezenlijk opzicht spreekt ds. Silhout zichzelf daarbij wel wat tegen, namelijk als hij de verplichting voor christenen noemt om voor het Joodse volk te bidden en hen het Evangelie te verkondigen, wat hij alleen onderbouwt met een citaat van Boston over het noodzakelijke gebéd voor de Joden. Als ds. Silfhout bij zijn conclusies komt, spreekt hij opnieuw over de Evangelieverkondiging aan de Joden, waarna hij toch met instemming Pinchas Lapide citeert, die schreef dat ondanks Jodenzending ‘de enige methode is die jullie eigen apostel Paulus toestaat: het jaloers maken’. Romeinen 3:2 leert ons dat aan de Joden de woorden van God reeds toevertrouwd zijn, voordat één zendeling ze er kon brengen. Met Boston onderstrepen we daarom de roeping tot gebed voor Israël.
Ondertussen constateren we met dankbaarheid dat ‘Israël’ in de kring van de Gereformeerde Gemeenten leeft, een zaak waarvoor de in 2013 overleden ds. R. Boogaard zich zeer ingezet heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's