De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TEKSTKRITIEK: BEDREIGING?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TEKSTKRITIEK: BEDREIGING?

Promovendus aan de universiteit [5, slot]

7 minuten leestijd

Elke student theologie wordt geconfronteerd met de overleveringsgeschiedenis van de Bijbel. Vaak roept dat spanning op ten aanzien van de betrouwbaarheid van de Schrift: hoe kan het dat teksten waarin Gods openbaring is overgeleverd, onderling variëren?

Griekse handschriften van het Nieuwe Testament verschillen van elkaar. Dat is een feit waarmee iedereen die de moeite neemt om handschriften te vergelijken, geconfronteerd wordt.

ERASMUS

Wanneer Desiderius Erasmus in augustus 1515 aan het werk gaat om een editie van het Griekse Nieuwe Testament te maken, gebruikt hij diverse handschriften uit de universiteitsbibliotheek van Bazel. Deze bieden echter geen eensluidende tekst en Erasmus ziet zich genoodzaakt om een aantal handschriften gecorrigeerd naar de drukker te sturen. Zo komt er in 1516 voor het eerst een gedrukte editie van het Griekse Nieuwe Testament tot stand. Terwijl Erasmus in zijn eerste editie een doorlopende Griekse tekst geeft samen met een eigen Latijnse vertaling, worden al spoedig afwijkende lezingen uit andere handschriften in de marge genoteerd.

KEUZES

In latere edities komen er voortdurend andere lezingen bij. De vraag die dan steeds meer opkomt, is of Erasmus wel de goede keuzes heeft gemaakt. Hij heeft zijn edities immers geschreven op basis van een beperkt aantal handschriften uit Bazel. Dit uiterst belangrijke werk van het kiezen van de juiste lezingen werd in de Engelstalige wereld holy/sacred criticism (heilige kritiek) genoemd. Niet omdat het in de tekstkritiek gaat om het uitoefenen van ‘kritiek’ op de inhoud van de tekst, maar om de deskundigheid die vereist is om dit werk uit te kunnen voeren.

Belangrijk is om op dit punt te constateren dat tekstkritiek dus niet iets is wat zich aan de tekst opdringt, maar inherent is aan de handgeschreven manuscripten waarin door de eeuwen heen talloze vergissingen gemaakt zijn. Waar Erasmus mee begon en wat Beza (reformator en medewerker van Calvijn in Genève) voortzette, was en is nog steeds noodzaak. Gaandeweg is de Textus Receptus (zoals de tekst van Erasmus vanaf 1633 genoemd werd) uitgegroeid tot standaardtekst en kwam het accent steeds meer te liggen op het vertalen van die tekst en discussies over verschillen tussen vertalingen. Wat doorgaans echter niet wordt beseft is dat onder de verschillen tussen vertalingen een veel ingrijpender probleem schuilgaat, namelijk de verschillen tussen de Griekse handschriften zelf.

BEWUSTWORDING

Het was mede door mijn onbekendheid hiermee dat ik als bachelor student schrok toen ik ontdekte dat tussen de ongeveer 5700 handschriften of fragmenten van het Nieuwe Testament, honderden verschillen bestaan die de betekenis van de teksten meer of minder veranderen. Hoe verhoudt zich dit gegeven tot de betrouwbaarheid van de Schrift? Bij nader inzien kwam mijn reactie vooral voort uit de gedachte dat de Schrift alleen betrouwbaar is wanneer elke ‘tittel en iota’ op zijn plek staat. Een van de manieren om deze gedachte in stand te houden is het verheffen van de Textus Receptus tot Gods meest zuivere openbaring. Men dient dan echter wel te beseffen dat men daarmee een andere keuze maakt dan de mannen van de Reformatie die moeite hebben gedaan om andere lezingen uit handschriften te verzamelen en deze nauwkeurig te noteren in de edities. Bovendien zou Erasmus' oordeel dan tot een ongehoord gezag worden verheven.

BETROUWBAARHEID

Naar mijn mening zijn er ook andere redenen te noemen waarom een dergelijke visie op de betrouwbaarheid van de Schrift onjuist is. 1. Het zou betekenen dat alle handschriften een onbetrouwbare tekst bevatten, omdat de editie, zoals Erasmus die samenstelde, een mix is van de in zijn tijd beschikbare handschriften. 2. Het houdt in dat vertalingen in principe géén betrouwbare vorm van Gods openbaring kunnen zijn. 3. Het zou een meer islamitisch dan christelijk openbaringsbegrip veronderstellen. Met name dit derde punt is van groot belang en werk ik hieronder verder uit.

In de islamitische leer geldt de Koran als de woordelijke openbaring van Allah door middel van een engel die onvermengd is met enige inbreng van de kant van Mohammed. De Koran is daarom principieel onvertaalbaar en het accent ligt voornamelijk op het reciteren van deze teksten. In de christelijke kerk is dit vanaf het begin anders geweest.

VERTALING

Ten eerste is het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven en niet in het Hebreeuws. Dat laatste zou vanuit een dergelijke openbaringsgedachte omwille van het Oude Testament de meest logische keuze zijn geweest.

Ten tweede is het Nieuwe Testament al in de tweede eeuw in het Latijn en Syrisch vertaald en in de derde en vierde eeuw in een dozijn andere talen. Hierachter ligt een principieel andere theologische gedachte. In plaats dat het gaat om het verspreiden van de openbaring als zodanig, gaat het om de liefdevolle en verstaanbare verkondiging van het Evangelie onder alle volken. Dit wordt al duidelijk op het Pinksterfeest wanneer de Heilige Geest aan de apostelen de gave geeft om tal van talen te spreken. Echter, iedereen die zich met vertalen bezighoudt weet dat vertalen afbreuk doet aan de grondtekst, omdat talen nu eenmaal niet synchroon lopen wat zinsbouw en woordbetekenis betreft. Dit is echter in de kerk der eeuwen nooit als een probleem ervaren.

CITATEN OUDE TESTAMENT

Ten derde vinden we deze benadering reeds in de boeken van het Nieuwe Testament zelf. Bij het citeren van oudtestamentische teksten wordt lang niet altijd de Hebreeuwse tekst op de voet gevolgd. Vaak maakt men gebruik van de Septuaginta, die in diverse boeken (bijv. Jesaja) een tamelijk vrije vertaling van de Hebreeuwse tekst in het Grieks weergeeft. In sommige gevallen wijkt de tekst in het citaat zelfs van zowel de Hebreeuwse tekst als van de oude Griekse vertaling af. Dit leert ons veel over hoe we openbaring en de betrouwbaarheid van de Schrift moeten opvatten: het gaat niet zozeer om de letter als wel om de inhoud (geest). Van deze inhoud kunnen we zonder enig voorbehoud zeggen dat de boodschap van het Evangelie betrouwbaar wordt gecommuniceerd, ondanks alle verschillen in de handschriften.

NOODZAAK

Inhoud en letter staan echter niet los van elkaar, want de inhoud wordt wél gedragen door de letter. Dit noodzaakt tot drie belangrijke taken voor theologen: 1. Het maken van betrouwbare tekstedities van het Griekse Nieuwe Testament, 2. Het maken van betrouwbare vertalingen en 3. Het doordenken van een betrouwbare uitleg. Op alle drie de punten zullen we tekortschieten. Soms is het uiterst moeilijk om de beste lezing te kiezen uit de Griekse handschriften. Ook vragen omtrent de meest correcte vertaling en uitleg zijn niet altijd gemakkelijk te beantwoorden. Het is jammer te constateren dat de eerste en belangrijkste taak weinig belangstelling meer geniet onder reformatorische christenen in Nederland, terwijl het juist zo'n belangrijk aspect in de Reformatie was. Voor mij is dit de hoofdreden om op dit gebied onderzoek te doen, om zo een bijdrage te leveren aan de wereldwijde kerk, want elke nieuwe vertaling begint altijd bij een editie van de Griekse tekst. De grote vraag is echter: welke is de beste?

Naar mijn diepe overtuiging moeten we met alle kennis die we inmiddels van de handschriften hebben, het antwoord schuldig blijven.

E. Boogert (MA) is promovendus aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen en werkt aan een onderzoek naar de invloed van kerkvaderteksten op de tekst van het Johannesevangelie in handschriften van de tweede tot de vijftiende eeuw.


STATENVERTALING

Ook de statenvertalers zelf hebben het belang en de moeilijkheid van andere lezingen geproefd en ervoor gekozen om in diverse kanttekeningen te verwijzen naar verschillen die onder andere Beza noteerde in zijn edities. Zie hiervoor bijvoorbeeld de kanttekeningen bij: Mattheüs 6:1; 26:26; Hebreeën 9:1; 1 Johannes 2:23; Jakobus 2:18; 4:2. Kennelijk behoorde dit toen nog bij het reformatorisch bewustzijn.


MARKUS 10:24 IN TWEE VERSCHILLENDE HANDSCHRIFTEN
(Zie de originele pdf)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

TEKSTKRITIEK: BEDREIGING?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's