BOEKBESPREKING
Karl Barth De verkiezing van de gemeente. Paragraaf 34 uit de Kirchliche Dogmatik, vertaald en bezorgd door Wessel H. ten Boom.Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 200 blz.; € 32,50.
Hoe denkt Karl Barth over Israël? Wie dat wil weten, kan goed in De verkiezing van de gemeente terecht, want in paragraaf 34 van Barths dogmatiek gaat het over Israël. Het verscheen oorspronkelijk in 1942, tijdens de nazi-heerschappij in het verdeelde Europa. Barth wisselt zijn dogmatische passages af met een voortgaande exegese van Romeinen 9-11, Paulus' beroemde hoofdstukken over de uitverkiezing van Israël. Dit boek biedt de eerste Nederlandse vertaling van deze paragraaf.
Wessel ten Boom (1959), theoloog en emeritus predikant, geeft een toelichting en schildert iets van de gevarieerde ontvangst en verwerking van Barths visie op Israël.
Ik was er nieuwsgierig naar of Barth in zijn spreken over Israël en de verkiezing ook zou uitgaan van de verkiezing van Jezus Christus, waarmee verder in zijn theologiseren alles staat of valt. En dat is inderdaad zo. De hoofdlijn van Barths spreken over Israël is deze: Gods keuze van genade is de verkiezing van Jezus Christus. Deze verkiezing betekent tegelijk de eeuwige verkiezing van Gods ene gemeente. Door haar bestaan moet aan de gehele wereld worden getuigd van Jezus Christus; moet de gehele wereld tot geloof in Jezus Christus worden opgeroepen. Deze ene gemeente van God heeft twee gestalten: in de gestalte van Israël moet zij dienstbaar zijn aan de uitbeelding van het goddelijk gericht, in de gestalte van de kerk moet zij dienstbaar zijn aan de uitbeelding van de goddelijke ontferming. Als Israël is zij bestemd tot het horen, als kerk is zij bestemd tot het geloven van de tot de mens uitgegane beloften. De ene verkozen gemeente van God draagt dáár de gestalte van haar vergaan, híer de gestalte van haar komen.
Barth formuleert dus in ieder geval geen vervangingsvisie, waarbij de kerk in plaats van Israël komt. Hij gaat uit van de ene gemeente, met twee gestalten. Ondertussen neemt Israël bij Barth wel grotendeels de schaduwgestalte van ongeloof en verharding aan, terwijl de kerk de lichtere gestalte van geloof en overgave vertoont.
Barth is en blijft dialectisch theoloog. Evenwichtig klinkt dat soms: hij zegt het een en ook het ander. Maar soms denk je: wordt er nu nog wel iets gezegd? Al rondcirkelend kun je om een punt heen blijven vliegen, terwijl je er nooit komt.
Ook in paragraaf 34 zegt Barth niet met zoveel woorden dat in Jezus Christus het pleit definitief (gunstig) beslecht is voor ieder, dus ook voor Israël, maar hij suggereert het wel. Dan is Israëls verwerping uiteindelijk zo ernstig niet. Israël heeft eigenlijk alleen maar een ongunstige rol gespeeld in het stuk van Gods heilsgeschiedenis, waarin het uiteindelijk toch goedkomt, zelfs voor hen die niet geloofden.
Barth zegt naast dingen waarbij je je wenkbrauwen fronst ook veel mooie dingen in deze paragraaf, zowel in het dogmatische deel als in de uitleg van Romeinen 9-11. Die weer te geven en samen te vatten lukt in deze bespreking niet. Wie ze wil lezen, moet het boek zelf ter hand nemen.
A. DE LANGE, NIEUW-LEKKERLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's