De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET GEHEIM GEOPENBAARD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET GEHEIM GEOPENBAARD

Boodschap van de Kolossenzenbrief [3, 1:24-2:15]

7 minuten leestijd

Paulus is een dienaar van het Evangelie (Kol.1:23). Om zijn boodschap kracht bij te zetten, borduurt hij hier in het vervolg van Kolossenzen 1 op door: zijn werkgebied onder de volken heeft hij van God gekregen (1:25). Het bracht hem wel de nodige moeite.

In het boek Handelingen lezen we erover (onder andere in 9:23vv; 13:50; 14:5,19; 16:19 vv) en in zijn brieven spreekt hij er zelf over (bijv. in 1 Kor.4:9-13; 2 Kor.6:4-10; 2 Kor.11:23-27). Hij schrijft de brief aan de Kolossenzen vanuit de gevangenis.

VERDRUKKINGEN

Toch verheugt hij zich in wat hem overkomt. Hij lijdt daarin immers de resten van Christus' lijden. Diens lijden aan het kruis ter verzoening was helemaal genoeg (1:20-22). Maar de eindtijd, die daarmee is ingezet (Hand.2:17), duurt nog wel voort. Het is de tijd van de laatste stuiptrekkingen van de boze machten (Ef.6:12), de tijd van barensweeën (Rom.8:22). Wie Christus volgt en dient, zoals Paulus, krijgt daar gevoelig mee te maken. Het hoeft ons niet mismoedig te maken, want die verdrukkingen zijn slechts resten. Het is bijna voorbij (2 Kor.4:17). Bovendien: we zijn daarin verbonden met Christus. In het lijden van Zijn lichaam, de gemeente, lijdt Hij mee.

Pascal schreef: ‘Christus is in doodsnood tot aan het einde der tijden.’ Zoals de dood van de gelovige geen straf op de zonde meer is, maar een doorgang tot het eeuwige leven, zo moet de oude wereld nog afsterven om tot de heerlijkheid van Christus' rijk te komen. Daar komt bij dat Paulus al die moeite ondergaat ten behoeve van de gemeente van Christus.

HET HART

Waar gaat het dan bij die dienst om? Om de vervulling van het Woord van God. Dat moet tot zijn volle recht komen. Paulus karakteriseert het hier als een verborgenheid, die nu geopenbaard is aan Gods heiligen. Geheim, mysterie, was een van de woorden die rondzongen in de religieuze wereld van toen met zijn Joods-hellenistische achtergrond. Bij dat Joodse kunnen we bijvoorbeeld denken aan Daniël 2:18vv. In de hellenistische wereld beloofden religieuze stromingen hun volgelingen inwijding in de geheimen van het bestaan. Geheime riten moesten er toegang toe geven. Het geheim van het Evangelie daarentegen is openbaar geworden aan de gemeente. Het is een heerlijk geheim, dat verkondigd wordt onder de volkeren. Het hart daarvan is Christus, Die de garantie is van de heerlijke toekomst van elke gelovige. De vastheid van die garantie geeft ons nu al vreugde. Als de voorpret van een kind aan wie papa iets heel moois heeft beloofd.

STRIJD

Bij de verkondiging van Christus gaat Paulus vermanend, terechtwijzend en met wijsheid (vgl. 1:9) te werk. Hij wil daarbij niemand ontzien. Het is hem te doen om ieder enkel mens. Het is voor hem een strijd, die hij biddend voert (1:9, vgl. ook 4:3), voor de gemeente van Kolosse en Laodicea (Openb.3:14vv) en ook voor anderen die hij niet persoonlijk heeft ontmoet. Laodicea en ook Hiërapolis (4:13) lagen in de buurt van Kolosse aan de rivier Lyca. Bij dat alles vertrouwt hij vast dat de levende Christus hem sterkt (zie ook 1:11).

DOEL

Het doel is dat de gemeente tot volwassenheid komt in geloven en leven (Ef.4:13). In Kolossenzen 2:2,3 wordt dat nader omschreven. Het gaat om innerlijke geloofskracht, onderlinge verbondenheid in liefde en de rijkdom van de vaste kennis van de openbaring van God in Christus.

Nog eens polemiserend tegen allerlei dwaalleer belijdt de apostel dat in Christus heel de schat van wijsheid en kennis verborgen is. We hoeven ons niet met allerlei vrome of minder vrome technieken op te werken tot een hoger niveau van geestelijkheid, het is ons genadig geschonken in de openbaring van Jezus Christus. Geloofsovergave aan Hem geeft een vreugdevol en hoopvol leven. Laat de geloofsafval van onze tijd ons niet verleiden ons er tevreden mee te stellen dat wij dan toch nog maar geloven. Het zou onder de maat kunnen blijven van Christus' heerlijkheid.

TERECHTWIJZING

Het terechtwijzen van vers 28 wordt in 2:4vv concreet. Allerlei dwaalleer wil de gelovigen als een oorlogsbuit meevoeren. Ze dienen ertegen te waken. Die dwaalleer wordt met diverse uitdrukkingen aangeduid. Het zijn redeneringen die indruk kunnen maken door hun redelijkheid en diepzinnigheid. Het is filosofie. Daarmee wordt niet alle filosofie, maar wel elke gedachtegang die tekortdoet aan Gods openbaring in Christus, gediskwalificeerd. Dat is immers het geval met die zogenaamde grondbeginselen van de wereld. Dat zouden geestelijke principes of machten zijn, die je ook te vriend moest houden. Paulus wijst het allemaal af als inhoudsloos. Het mogen nog zulke indrukwekkend oude tradities zijn, het komt uiteindelijk bij mensen vandaan.

POSITIEF

Toch blijft de apostel ook hier niet in het negatieve steken (vgl. 1:3-5). Hij verheugt zich in de geest over de goede orde onder hen en over hun geloof in Christus als Heere (vgl. 1 Kor.12:3). Daarin moeten ze vooral blijven, als een boom die hecht wortelt in de grond, als een huis dat vast staat op het fundament. Ze zijn daarin onderwezen en mogen er dankbaar voor Gods genade uit leven. In Christus is immers alles van God openbaar. En wel in de werkelijkheid van Zijn lichamelijk bestaan op aarde. Lichamelijkheid zien we hier opnieuw als kritische noot naar de zogenaamde geestelijkheid van de dwaalleer. Ook vandaag de dag waait er wind van leer genoeg om ons heen (Ef.4:14). De beste bescherming daartegen is positief te blijven bij de zaak van ons geloof. Namelijk door te geloven in Christus en dankbaar uit Hem te leven. Innerlijke uitholling verzwakt onze verdediging.

NADER ONDERWIJS

Dan volgt nader onderwijs in de rijkdom die de gelovigen in Christus hebben (vgl. 1:28). Ze zijn door het geloof in Christus volmaakt. Ze hoeven dat niet nog te worden na een lang en ingewikkeld inwijdingsproces. Dit is een heerlijk bevrijdend evangelie voor ieder die in Christus gelooft. Uit de volmaaktheid in Hem mogen we dankbaar leven. Dat kost soms strijd genoeg tegen alles wat ons nog aan het oude leven wil binden, maar het is een door Christus al gewonnen strijd. Alles is in principe aan Zijn voeten onderworpen.

Door het geloof in Christus zijn de Kolossenzen ook besneden. Het is niet onmogelijk dat op die besnijdenis werd aangedrongen om de genoemde zogenoemde (engel)machten gunstig te stemmen (vgl. ook 2:16). Paulus zegt: Jullie hoeven niet besneden te worden, je bent het al in Christus. Niet uiterlijk, maar innerlijk, geestelijk. Hij sluit hier aan bij kritiek op de uiterlijke besnijdenis die al in het Oude Testament voorkomt (Deut.10:16; Jer.4:4). Niet een stukje voorhuid, maar heel je oude zondige en vijandige bestaan heb je afgelegd.

DOOP

De doop is daarvan het teken. In de doop zijn we begraven met Christus en met Hem opgewekt tot een nieuw leven. (Rom.6:3-5) God heeft Christus immers uit de doden opgewekt en in de weg van het geloof krijgen we deel aan Zijn dood en de kracht van Zijn opstanding. (Gal.2:20; Fil.3:10)

Dit woord bepaalt ons bij de diep ingrijpende betekenis van onze doop. Zij toont en onderstreept dat wij door het geloof in Christus werkelijk nieuwe mensen mogen zijn. Als zodanig mogen we in vertrouwen op de kracht van Zijn Geest leven. We moeten voorzichtig zijn met al te veel af te willen leiden uit het feit dat Paulus hier de doop de besnijdenis van Christus noemt. We zouden de doop in Christus als vervulling van de besnijdenis kunnen zien. Over de kinderdoop gaat het hier niet rechtstreeks.

Kenmerkend is wel de link met de vergeving van de misdaden. De zonde houdt ons immers in de dood van het oude leven. Maar Christus heeft de aanklachten tegen ons weggeveegd door ze aan het kruis te spijkeren. Het is het beeld van een wasplankje waarop een schuldbekentenis was geschreven, zoals bekend uit het burgerlijke verkeer van toen. Het aan het kruis spijkeren van de beschuldiging herinnert bijvoorbeeld aan Markus 15:26.

BEVRIJDEND

In vers 15 komt dan nog eens de bevrijdende macht van het Evangelie naar voren. De verzoening van de zonde door Christus betekent ook de ontwapening en vernedering van de machten. Op zichzelf neutrale machten (1:16) blijken zich tegen God en Zijn Gezalfde gekeerd te hebben. Maar Christus' kruisgang is een overwinningsgang. Een Romeinse legeraanvoerder mocht in Rome een openbare triomftocht houden en overwonnen vijanden ontwapend en vernederd meevoeren. Zo heeft Christus vrijmoedig de vijandige machten in Zijn triomftocht meegevoerd.

Dit is ook voor de gemeente vandaag een krachtige bemoediging. In de moderne wereld van Nederland en Europa lijken de machten zich op te maken om Christus' gemeente te overweldigen. We mogen dan toch maar weten: Ze hebben allang verloren. Christus is Overwinnaar.

Ds. J. Westland uit Putten is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HET GEHEIM GEOPENBAARD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's