HET ANDERS-ZIJN VAN GOD
Søren Kierkegaard [3, slot]
Kierkegaard voert een felle pennenstrijd tegen de staatskerk. Deze duurt ongeveer een jaar en kost hem veel kracht. Hij komt in het ziekenhuis terecht en overlijdt daar. Zijn laatste dagboekaantekening gaat over de vraag wat het doel is van het leven.
Het doel is, schrijft hij, om tot de hoogste graad van levensmoeheid gebracht te worden. Als God uit liefde de mens tot dit punt heeft gebracht, heeft hij in christelijke zin de proef van het leven doorstaan, hij is rijp voor de eeuwigheid.
GRAF
Kierkegaard wordt vanuit de Frue Kirke begraven. Duizenden mensen zijn bijeengekomen. Op de begraafplaats neemt zijn neef, de pas afgestudeerde arts Henrik Lund, onaangekondigd het woord en leest uit Openbaring 3 het gedeelte over de gemeente die niet koud of heet is, maar lauw. Omdat Henrik zonder toestemming gesproken heeft, krijgt hij met bisschop Martensen te maken. Die doet hem een proces aan als gevolg waarvan Henrik een boete opgelegd krijgt van honderd rijksdaalders.
Kierkegaard wordt begraven in het graf van zijn ouders. Maar zijn naam wordt nergens vermeld. Hij rust daar als een naamloze. Twintig jaar lang ligt hij anoniem begraven. Na lang aandringen van een zekere luitenant August Wolff en onder druk van berichten die in de kranten verschijnen, wordt eindelijk op de grafsteen van zijn ouders zijn naam vermeld met daaraan toegevoegd de tekst die Kierkegaard zelf opgesteld heeft: ‘Nog een korte tijd, dan zal ik de hele strijd in één keer hebben gestreden, dan mag ik rusten in zalen vol rozen en zal ik eindeloos, ja eindeloos, spreken met mijn Jezus.’ Op zijn graf staan nog steeds rozenstruiken.
AFSTAND
Kierkegaard is wat persoon betreft een excentriek figuur, over wie de pers in Kopenhagen zich vrolijk maakt. Ook zijn theologie is voor de theologen van toen – en van nu – buitenissig: Kierkegaard benadrukt de paradox: de volstrekte verhevenheid en majesteit van God. Ter afsluiting van deze artikelen lijkt het mij zinvol om bij dit punt kort stil te staan. Het is interessant om in dit verband een uitstapje te maken naar de dissertatie van dr. Klaas Schilder, vooral bekend geworden door de kerkscheuring van 1944 (het ontstaan van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt). In 1933 schrijft hij zijn dissertatie over de paradox. Daarbij besteedt hij uiteraard ook aandacht aan Kierkegaard.
Schilder beweegt zich in zijn denken in een andere richting dan Kierkegaard. Hij meent dat Kierkegaard afwijkt van de reformatorische lijn. Volgens Schilder is het fout om, zoals Kierkegaard doet, God en de mens diametraal tegenover elkaar te plaatsen. Dat is volgens hem in strijd met Gods openbaring. God heeft Zich bekendgemaakt en Zich in Zijn spreken aangepast aan de menselijke beperkingen. Op die manier hebben wij betrouwbare kennis van God.
In mijn woorden: de heilsgeschiedenis is de geschiedenis van het komen van God. Dat komen van God vindt zijn hoogtepunt in het zenden van Zijn Zoon, Jezus Christus: God-met-ons. God bouwt bruggen. Dat is ons behoud. Dat feit komt tekort bij degene die steeds maar hamert op de paradox en zodoende de afstand tussen God en de mens benadrukt. Schilder meent in zijn kritiek op de paradox Calvijn aan zijn kant te hebben.
ANDERS
De vraag is of Schilder recht doet aan Kierkegaard. Kierkegaard zou alles wat de Bijbel zegt over Gods openbaring niet graag van vraagtekens voorzien. Maar juist in het komen van God tot de mens stuiten we op de paradox. Anders gezegd: als God zich bekendmaakt, wordt de paradox heel reëel.
Zo was het met Abraham. Als Abraham de opdracht krijgt om zijn enige zoon Izak te offeren, dan verstaat Abraham God maar al te goed. Het is hem duidelijk wat God van hem vraagt. Er ontbreekt niets aan de openbaring in de zin van ‘zich bekendmaken’. Dat geldt niet alleen voor Abraham, maar voor de hele Schrift. De mens hoort Gods stem, verneemt Zijn gebod, ontvangt Zijn Geest. En toch… De opdracht klinkt: offer je enige zoon, die je liefhebt. In die opdracht ervaart Abraham de oneindige afstand tussen God en hem.
Als op Pinksteren de mensen zeggen: ‘Wat moeten wij doen?’, dan ervaren zij Gods oordeel over hun daden. Hiermee is gezegd dat de paradox niet de verbórgenheid van God benadrukt, maar het ánders-zijn van God. De pinksterboodschap is duidelijk. Maar het is geen boodschap die de verhouding van God tot de mens harmonieert. Integendeel: de Geest staat tegenover het vlees, maar ook tegenover de geest. Wie de Geest laat opgaan in onze menselijke geest (zoals Hegel deed, wiens filosofie Kierkegaard bestreed), maakt van de mens een hoogmoedig wezen en die heeft ook geen verweer tegen sektarisme.
NOODREM
Het vervagen van de grens tussen God en mens, van Geest en geest is het punt waartegen Kierkegaard ten strijde trekt. Die vervaging is de grote zonde van de Deense staatskerk. Het spreken van God wordt zo sterk in het menselijke vlak getrokken dat God daardoor het zwijgen wordt opgelegd, omdat er geen verschil meer is tussen ons spreken en Gods spreken.
In die situatie moet aan de noodrem getrokken worden om orde op zaken te stellen. Die noodrem is de paradox. De kerk is in Kierkegaards ogen doorgeschoten in haar claim God te kennen krachtens Zijn openbaring (zowel de algemene als de bijzondere openbaring). Het besef ontbreekt dat Gods openbaring níet betekent dat we God pas kennen als Hij steeds kleiner wordt en bevattelijk gemaakt wordt voor ons verstand of gereduceerd tot het formaat van onze kerk of gemeente. God wordt dan onze God, met nadruk op ‘ons’.
Zo is het gegaan met de staatskerk in Kierkegaards dagen. Het was een pompeuze kerk geworden met veel uiterlijk vertoon. Wij zouden zeggen dat daar een hoogkerkelijke theologie (nadruk op de kerk als instituut) haar triomfen vierde. Toch dreigt dit gevaar evengoed voor kerken en gemeenten die een laagkerkelijke opvatting hebben (het instituut kerk wordt niet zo belangrijk geacht). Overal waar de paradox ontbreekt, zal de christen arrogant worden en zal de kerk zich onaantastbaar voelen en boven kritiek verheven.
NIEUWE OREN
Het thema dat door de paradox aan de orde is, lijkt me een belangrijk thema. Is nieuwe bezinning hierop niet nodig? Kierkegaard kan ons helpen om de radicaliteit van de bijbelse boodschap met nieuwe oren te horen. Wie in dat spoor gaat is een buitenbeentje in onze cultuur en misschien ook wel in de kerk.
Tot slot: Kierkegaard was fel, maar niet verzuurd. Zijn dissertatie had het begrip ironie tot onderwerp. Zo stond hij in het leven: met een milde ironie kon hij zijn eigen standpunten relativeren, al ging hem dat op het laatst van zijn leven toch niet zo gemakkelijk meer af en verhardde de toon van zijn schrijven.
Niettemin dwong hij respect af, ook bij zijn tegenstanders, bijvoorbeeld bij M.A. Goldschmidt. Na Kierkegaards overlijden gaf deze hiervan blijk. ‘Als hij voor me stond, besefte ik dat hij een van die mensen was voor wie je eigenlijk met de hoed in de hand opzij moet gaan’.
Dr. A.A.A. Prosman uit Nijkerk is emeritus predikant.
N.a.v. Joakim Garff, ‘Kierkegaard. Een biografie’, uitg. Ten Have, Utrecht; 799 blz.; € 59,99.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's