GLOBAAL BEKEKEN
Twee fragmenten uit het boek van A.E.M. Janssen en Kosterus G. van Manen Johannes Fontanus (1545-1615). Een Gelderse predikant in dienst van de orthodoxie, uitgave Valkhof Pers:
Begin januari 1613, nauwelijks een half jaar na de synode van Harderwijk, lichtte Fontanus, oud en versomberd, Sibrandus Lubbertus te Franeker vertrouwelijk in over de kerkelijke situatie in Gelre en Zutphen. In de betreffende brief heet de situatie op de Veluwe en in de Graafschap rustig. Maar elders allerminst: allen verafschuwen het socianisme, maar het arminianisme lacht allen toe. (..) Dan bekent Fontanus ‘uit den grond van zijn orthodox gemoed’ de verontrusting, die ook na vier eeuwen (zelfs bij vertaling uit het Latijn in hedendaags Nederlands) nog indruk vermag te maken:
‘Ik ben nu 44 jaar werkzaam in het heilig ambt. Hier in Arnhem heb ik dit ambt te midden van de grootste gevaren bijna 35 jaar uitgeoefend, de overige jaren in de Palts onder keurvorst Frederik III. Maar nooit eerder heeft voor mij het uiterlijk van de rechtzinnige kerk er zo bedroevend uitgezien als vandaag. Wat nu? De beslissing over de belangrijkste theologische vraagstukken zal voor de wereldlijke overheden zijn weggelegd. Wij die voorheen herders waren over de kudde van Christus de Heer, wij zullen voortaan schapen zijn onder het gezag van de politieke overheid.’
Ofschoon hij in november 1615 steeds het bed moest houden, liet Fontanus niet na – ‘jae schier tot den laetsten minuyt synes levens’ – te blijven prediken en veel bezoekers en omstanders te onderrichten. Baudartius beschrijft de laatste levensfase van zijn ambtgenoot Fontanus aldus:
‘Want cranck liggende heeft hy daghelicx voor yeder een opentlick belydenisse synes geloofs ghedaen/ ende betuycht voor God ende alle man/ dat hy woude leven ende sterven in de Religie die hy nu seven-en-veertich jaren lanck ghepredickt hadde/ soo in den Phals/ als binnen Arnhem. Dit heeft dien zaelighen man ghedaen somtydts meer dan een uyre lanck continuelick/ dan in het Latijn/ dan in het Duyts/ na gelegenheyd der persoonen die by hem waren’.
***
Uit Hervormd Arnhem. Ontwikkeling van een gemeenschap 1816-1998 (door P.W. van Lunteren, uitgave mogelijk gemaakt door de protestantse gemeente Arnhem):
Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie (onder koning Willem III door een pauselijke bul op 4 maart 1853, v.d.G.) gaf onder het protestantse volk aanleiding tot groot tumult. In Utrecht nam de hervormde kerkenraad het initiatief tot het rondsturen van een petitie waarin gewaarschuwd werd tegen het ultramontanisme: de leer waarin de autoriteit van de paus, en daarmee die van de Rooms-katholieke Kerk, boven alles uitgaat. In de Tweede Kamer beklaagde politicus Guillaume Groen van Prinsterer zich over de onbeperkte vrijheid die rooms-katholieken met deze hiërarchie hadden gekregen. En dát terwijl tegelijkertijd de Hervormde Kerk nog altijd onder toezicht van de regering stond. 's Zondags werd in menig kerkgebouw tegen de nieuwe situatie gepreekt, terwijl in de dagbladen het ene na het andere artikel verscheen. Onder het protestantse volk deden zogenoemde ‘strijdliederen’ de ronde, zoals bijvoorbeeld het volgende:
O Willem Drie, o Geuzenkoning!
Gedenk Uw afkomst en Uw plaats,
Ontwaak en toon U in Uw woning –
Trots die schreeuwers – weer de baas;
't Woedend Torgebrom –
Maal daar niet om!
Maar het Geuzenlied –
Versmaad dat niet –
Och, help ons, help ons uit 't verdriet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's