THEOLOGIE EN BIOGRAFIE
Enige tijd geleden verscheen er een themanummer van Kerk en Theologie over de verhouding theologie en biografie. Wordt iemands theologische overtuiging niet voor een belangrijk deel medebepaald door zijn eigen levensweg? Door de ervaringen die iemand opdoet?
De kerkhistoricus dr. Frits Broeyer beschrijft in een opstel de situatie waarin dr. Hendrikus Berkhof – de latere auteur van Christelijk geloof – tijdens de Tweede Wereldoorlog dorpsdominee was in Lemele. Dr. Broeyer vraagt daarin vooral aandacht – aan de hand van Berkhofs preken – voor zijn betrokkenheid bij het kerkelijke verzet en zijn hulp aan de Joden. Hier volgt een klein fragment uit een bijdrage die verder zeer de moeite waard is:
KERK EN THEOLOGIE
(…) Berkhof wist wat hij aan de gemeente Lemele had. Hij voelde aan dat men zich er net als hij, bewust van was dat de ( Joodse, GvM) kinderen een verschrikkelijk lot wachtte, als zij niet ergens terecht konden. In de in 1965 gepubliceerde terugblik op zijn jaren in Lemele schreef Berkhof dat het hem in 1940 al getroffen had wat er door gemeenteleden na de capitulatie voor gevluchte militairen gedaan was en daarna wat er in de illegaliteit door velen uit Lemele met levensgevaar werd gepresteerd. Om stedelingen te helpen hield men de prijs van tarwe laag. Lemele werd een toevluchtsoord voor Joodse en andere onderduikers. Hij had ervaren, dat ‘in dat alles de liefde tot God en de navolging van Christus doorslaggevend waren.’
Berkhof liep zelf ook gevaar door wat hij voor Joden op zich nam. (…) In de kerk van Lemele had hij op de bovenverdieping in een kamer, met een aangrenzende ruimte om zich snel te verbergen, een Joods echtpaar ondergebracht. Tijdens de oorlog woonde mevrouw H. Bennink-Voortman tegenover de kerk. Zij vertelde dat ze elke avond naar de kerk sloop om de Joodse echtelieden eten te bezorgen. ‘Ik was jong en dan durf je wel wat.’ Haar moeder deed voor hen de was. Als zoveel bewoners van Lemele die Joodse onderduikers in huis hadden, moest zij er zorg voor dragen dat de hoeveelheid was aan de lijn niet als verdacht groot opviel. Mevrouw Bennink wist zich verder te herinneren, dat Berkhof in het koetshuis naast de pastorie tijdelijk Joden onderbracht, als er nog naar een onderduikadres voor hen gezocht werd: ‘Hij waagde veel.’
Het beeld rijst op van een dorpspredikant die, daarvoor gevoelig geworden door zijn studie in Duitsland, een scherp oog had gekregen voor het antisemitisme. In zijn preken waarschuwde hij de gemeente om gevaarlijke denkbeelden niet argeloos te aanvaarden. Hierdoor is hij ook enige tijd in de gevangenis beland. Dr. Broeyer gaat er in het kader van zijn opstel niet op in, maar zouden deze ervaringen van Berkhof ook zijn latere visie op de Joodse staat Israël hebben gekleurd in 1948?
Over biografie en theologie én Jodendom gaat het ook in een opstel van dr. Wim Dekker Heiden, Jood en christen, ter gedachtenis aan de zo plotseling overleden theoloog dr. Henk Vreekamp. Christenen voor Israël heeft er goed aan gedaan hem te gedenken in een mooi vormgegeven themanummer van Israël en de Kerk. Uit de omvangrijke bijdrage van ds. Dekker allereerst iets over Vreekamps levensgang.
ISRAËL EN DE KERK
Naar Henks eigen zeggen – tot in zijn laatste lezing in Nijkerk toe – is hij in zijn bewustzijn nog eerder met het Jodendom in aanraking gekomen dan met het christendom. Als heel klein kind hoorde hij via zijn moeder van het Joodse leven, omdat zij werkte bij een slager in Nijkerk. Het maakte indruk op hem en door de wonderlijke leiding van de Eeuwige kon hij een belangrijk deel van zijn werkzame leven geheel wijden aan contacten en gesprekken met vertegenwoordigers van het Joodse volk. Hoe zou het gegaan zijn wanneer hij niet in 1984 op het meest onverwacht de benoeming gekregen had als secretaris van de Hervormde Raad voor Kerk en Israël? Die benoeming was een toevalstreffer, maar dan in de zin waarin Vreekamp, in navolging van Miskotte, over toeval vaak sprak: dat wat je letterlijk toevalt van hogerhand. Niemand kan zeggen hoe zijn leven en theologische ontwikkeling verder waren gegaan zonder deze nieuwe werkkring, maar wel staat vast dat hij dan nooit zoveel mogelijkheden gehad zou hebben om zijn met de paplepel ingegoten liefde voor het Jodendom in daden om te zetten.
Dat Vreekamp wat zijn beleving en herinnering betreft, eerder met het Jodendom dan met het christendom in aanraking kwam, betekende overigens niet, dat hij een half Joodse opvoeding kreeg. Zonder het zich dan nog bewust te zijn, behoorde hij qua afkomst tot een van de meest strenge varianten van het christendom, de bevindelijk gereformeerden. Tot die stroming behoorde ook zijn leermeester en toentertijd bekende predikant ds. J. van Sliedregt. De gemeente waar hij na zijn theologiestudie predikant werd, het Gelderse Oosterwolde, lag helemaal in dezelfde lijn. De goede waarnemers viel het echter toen al op, dat hij niet zonder meer de platgetreden paden betrad. Het woord ‘authentiek’ werd toentertijd nog niet gebruikt, maar mensen in Oosterwolde, die hem als predikant hebben meegemaakt, vertellen allemaal dingen waaraan we in de tijd van nu dit predicaat zouden toekennen. Hier was sprake van een voorganger, die zowel 's zondags als in de week met diepe liefde voor het hoog-heilig Woord tegelijk ook een diepe liefde voor de mensen in hun heel concrete bestaan aan de dag legde. Vreekamp was existentieel geraakt door de heiligheid en barmhartigheid van God en tegelijk ook door de glorie en de misère van het menselijk bestaan. In de rouwdienst werd onder andere Gezang 489 uit het Liedboek voor de Kerken gezongen: ‘ Een mens te zijn op aarde/ is eens voorgoed geboren zijn/is levenslang geboortepijn…’ En ook het vierde couplet: ‘De mensen hebben zorgen/het brood is duur, het lichaam zwaar/en wij verslijten aan elkaar….’. Veel over God is er in dit lied niet te vinden. Of toch impliciet juist wel? De God over wie het in de Bijbel gaat, is de God van deze concrete aardse mensen.
Ds. Dekker schetst vervolgens glashelder de aan dr. K.H. Miskotte ontleende drieslag van heiden, Jood en christen die van grote betekenis is geworden voor Vreekamp. Miskotte stond zeer kritisch tegenover het heidendom en dr. Vreekamp deelde dit inzicht.
(…)Het meest sterk wanneer hij een en andermaal schrijft, dat zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus, waar gezegd wordt dat wij van nature geneigd zijn God en onze naaste te haten, het meest actueel aan het licht is gekomen in de haat van de heidense Germaan, die het joodse volk tot de laatste man uit wilde roeien. Het antisemitisme is de haat van de natuurlijke mens tegen de God van Israël.
Er is echter ook een positieve waardering voor het heidendom bij dr. Vreekamp. Die komt vooral aan het licht in zijn drie boeken over de Veluwe, zoals Zwijgen bij volle maan waarin het biografische element sterk aanwezig is. Dekker concludeert:
De Veluwse wandelingen sinds 2000 hebben niet een breuk veroorzaakt in het denken van Vreekamp. Zijn spiritualiteit, gedrenkt in de ‘jir’at JHWH’ (vreze des Heeren, GvM) en zijn verbondenheid met het Joodse volk, zijn niet veranderd. Toch is het de vraag of en hoe zich dit vreedzaam verhoudt tot de grote aandacht voor het heidendom, die er de laatste jaren bij kwam. Zijn zoektocht heeft niet alleen geresulteerd in een ontdekking van het gevaarlijke karakter van het heidendom, dat de God van Israël haat. Er was ook de ontdekking van de geheel eigen betekenis van de heidenvolkeren en hun culturen, in het bijzonder dan die van Noord-Europa. Voor mij is het de vraag wat deze meer positieve ontdekking betekent in onze tijd van opkomend nieuw heidendom. Vreekamp was erdoor gefascineerd. Beurtelings waarschuwde hij en bewonderde hij. Naar mijn besef is dit niet af, maar moeten we hiermee verder. De God van Israël is ook de God van de volkeren. Dat was Hij al lang voordat Christus kwam. Maar hoe beslissend was de komst van Christus? Is opkomend nieuw heidendom hetzelfde als het heidendom dat aan de komst van het Evangelie voorafging? (…)
Zijn Jodendom en heidendom na de komst van Christus dezelfde grootheden als daarvoor? Hoe eren wij het Jodendom en het heidendom zonder de unieke betekenis van Gods openbaring in Christus te verliezen? Die vraag is aan het einde van de omzwervingen van Vreekamp nog niet tot rust gekomen.
Met deze vragen nodigt dr. Wim Dekker uit de theologische en biografische erfenis van dr. Henk Vreekamp nader te doordenken.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's