De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GODS HEIL TOEZEGGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODS HEIL TOEZEGGEN

De praktijk van het zegenen [2, slot]

8 minuten leestijd

Zegenen heeft in de Bijbel verschillende aspecten. In de loop van de geschiedenis van de kerk zijn hier onderscheiden posities uit ontstaan.

In het kerkelijke leven ligt altijd het gevaar op de loer dat bijgelovige (of heidense) praktijken binnensluipen. Al vrij snel gebeurt dat bij het zegenen.

MIDDELEEUWEN

In de Middeleeuwen ontstaat het gebruik om allerlei voorwerpen te zegenen. Zo worden onder andere kledingstukken en wapens gezegend. Aan de gezegende voorwerpen worden vervolgens bijzondere krachten toegekend. Dit magische denken wordt versterkt door Latijnse spreuken en formules. Achtergrond bij deze gedachte is het idee dat de kerk beschikt over Gods genade en deze uitdeelt. Wat de kerk doet, werkt automatisch (ex opere operato).

REFORMATIE

In de tijd van de Reformatie komt deze zienswijze onder kritiek te staan. Zegeningen heten toegepaste voorbeden (Bucer). De ene mens staat niet boven de andere. In ieder geval kan een mens zich niet tussen God en een ander mens schuiven als bemiddelaar. Er is slechts één Middelaar: Christus. Dit betekent voor de zegen dat het bijbelse uitgangspunt dat je er niet over kunt beschikken, voluit gehonoreerd wordt. We beschikken niet over de zegen, we zijn bij de zegen afhankelijk van God. Dit neemt niet weg dat de zegen mag worden uitgesproken. Zegenen is het heil van God toezeggen. De zegen is een belofte van God. De vervulling daarvan ligt open. Deze is aan God. In de protestantse traditie is het zegenen om twee oorzaken naar de marge verschoven. De eerste reden is de afkeer van het te pas en te onpas zegenen in de Middeleeuwen (bijgeloof). De tweede reden is de invloed van de Verlichting, waarbij men alles wat ook maar enigszins onverklaarbaar is, afdoet als onzin.

BEVOEGDHEID

In de loop van de geschiedenis komt de zegen steeds meer bij ambtsdragers te liggen. Niet dat de zegen daarmee uitsluitend ambtelijk wordt. Gelovigen kunnen elkaar ook onderling zegenen.

We vinden dit gebruik met name in evangelische stromingen. Hierbij wijst men op het algemeen priesterschap van de gelovige. In sommige kringen spreekt men over het bezitten van de bevoegdheid (of autoriteit) om anderen te zegenen. Deze volmacht heet ook wel een bediening. Wat dit betekent is niet altijd direct duidelijk. Er worden hierin verschillende posities ingenomen. Sommigen verstaan onder autoriteit de zekerheid om de zegen te mogen opleggen. Anderen gaan verder. Het komt voor dat de bediening om te zegenen zo massief wordt opgevat dat de zegen als vanzelf werkt. In dat geval zitten we weer bij het uitgangspunt van de kerk van de Middeleeuwen waarbij dat wat de kerk doet, automatisch werkt. In dit geval is het dan niet de kerk, maar de individuele gelovige die de volmacht heeft en gebruikt. Die kant moeten we niet op. Ook kunnen we beter niet over autoriteit spreken. Eerder is er sprake van een afgeleid gezag.

HET ‘DIENSTBOEK’

Door het regelmatige gesprek over de zegen is er meer aandacht voor dit aspect van het geloofsleven gekomen. In het dienstboek van onze kerk met de titel: Dienstboek, deel II: over Leven – Zegen – Gemeenschap is de zegen duidelijk aanwezig. We vinden in het boek een uitgebreide toelichting op het zegenen, gevolgd door een aantal voorbeelden, waaronder een reiszegen. Het Dienstboek noemt de zegen een (uiterst geconcentreerde) woordverkondiging en stelt dat in de zegen de belofte van heil zich voltrekt.

BELEVING

Dat in onze tijd de aandacht voor de zegen is toegenomen, heeft mede als oorzaak dat er in onze cultuur in toenemende mate behoefte is aan ervaring en beleving. Dit betekent voor het kerkelijke leven dat er meer aandacht is gekomen voor het zichtbare en tastbare in en buiten de eredienst. Vanuit deze achtergrond is ook de vraag naar het zegenen te verstaan. De zegen is meer dan een wens. De zegen is zichtbaar of soms zelfs tastbaar. Dat heeft betekenis. ‘Als zodanig is de handoplegging in wezen niets anders dan een lijfelijke intensivering van de communicatie, van de geloofsgemeenschap, van de voorbede, van het gezamenlijke delen in de gaven van de Geest.’ (dr. H. Jonker)

ONDERSCHEID

We kunnen onderscheid maken in particuliere en ambtelijke zegeningen. Ds. J. Westland noemt in zijn boekje Een hand boven je hoofd als voorbeelden van het persoonlijke zegenen: een zegen bij een jubileum, een zegen aan kinderen die uit huis gaan of een stage in het buitenland gaan vervullen of een zegen bij het betrekken van een nieuwe woning. Ds. Westland pleit voor soberheid en kiesheid. Als voorbeelden van ambtelijke zegeningen zijn te noemen: een zegen in het pastoraat, bij zieken, bij de ziekenzalving en op sterfbedden. Ook het Dienstboek maakt dit onderscheid.

Soms lopen de ambtelijke zegen en de zegen van gelovigen in de gemeente in elkaar over. Dat geldt bij de heilige doop, wanneer de predikant zegenend voor in de kerk staat, terwijl de gemeente Psalm 134:3 zingt. De predikant staat er van Godswege, maar ook namens de gemeente. En de gemeente doet mee.

VIERINGEN

Bij de dienst van openbare belijdenis van het geloof en bij de dienst van bevestiging van ambtsdragers spreekt de predikant vaak een zegen uit, al dan niet met opheffing van de handen, vanaf de kansel. In een aantal gemeenten is het inmiddels gebruik dat de zegen bij de knielbank voor in de kerk persoonlijk gegeven wordt met handoplegging.

In de kerk vinden we ook de zegen bij de huwelijkssluiting. Iets hiervan vinden we in bijbelse geschiedenissen terug (Gen.24:60; Ruth 4:14).

Bij de viering van het heilig avondmaal kwam het in het verleden voor dat de predikant een zegenend gebaar maakte bij het opheffen van de beker, terwijl hij sprak over de beker, ‘die we dankzeggende zegenen’. Dit gebaar berust op een misverstand. De beker is niet meer dan het brood. In de hertaling van de formulieren staat dan ook: ‘de beker der dankzegging waarover wij de dankzegging uitspreken.’ We loven God bij de beker. In sommige gemeenten is het gebruik om bij het slot van elke tafel een Schriftwoord uit te spreken, met daarbij een zegenwens.

GEBAREN

Het meest geschikte gebaar bij de zegen is het opheffen van de handen: de armen recht voor uit en de handen gespreid. In sommige kringen is het gebruik om bij de zegen de handen zó te houden dat de Hebreeuwse letter ‘s(j)in’ (s of sj) ontstaat die naar God verwijst of dat een hart ontstaat als verwijzing naar de liefde van God. Het zegenen met één arm en hand die schuin omhoog wordt gestoken, roept de associatie op met gebruiken bij de NSB en de NSDAP (naziregime van Hitler). Dit geldt zeker wanneer, zoals hier en daar (met name in evangelische gemeenten) gebruikelijk is, de gehele gemeente gebarend meedoet met het zegenen. Gebaren zijn niet om het even. Zij spreken een eigen taal.

GOED SPREKEN

Zegenen is letterlijk: goed spreken. In combinatie met 1 Petrus 2 en 3 komen we daarmee uit bij een aansporing om goede dingen over en tegen elkaar te zeggen. Woord en daad zijn één. Woorden zeggen niet alleen dingen, ze brengen ook zaken tot stand. Dit heeft alles te maken met het Hebreeuwse woord dabar. God spreekt en direct als Hij spreekt, ontstaat wat Hij zegt (Gen.1), Hij schept. Mensen scheppen niet, maar onze woorden kunnen wel veel uitrichten (Jak.3). Woorden, hetzij positief, hetzij negatief, hebben vaak een enorme impact. Misschien is het daarom beter om niet al te zeer te focussen op het zegenen van elkaar, maar op het goede spreken over en tot elkaar: in de maatschappij, in huwelijk en gezin, in de opvoeding en vorming van kinderen, in kerk en gemeente, waar dan ook. Door op een goede wijze te spreken over en met een ander bouw je elkaar op. Laten we vooral op zo'n wijze getuige zijn van Hem, Die ons groet en zegent met genade, vrede en barmhartigheid.

Ds. A.J. Sonneveld is predikant van de hervormde gemeente van Lopik.


GEEN SACRAMENT

1. De zegen is een belofte, een gebed en een wens. De zegen heeft deze drie elementen in zich. Zodra je een van deze elementen eruit haalt, is de zegen geen zegen meer. De belofte wijst op de kracht van God, het gebed op de afhankelijkheid van Hem en het wenselement op de spreker van de zegen.
2. Iemands visie op de zegen wordt mede bepaald door zijn of haar ambtsvisie en godsbeeld. In de kerk van de Middeleeuwen heerste de opvatting dat wat de ambtsdrager doet, automatisch werkt. In sommige evangelische groeperingen vinden we de overtuiging dat elk gemeentelid de bevoegdheid dan wel de volmacht heeft, om te zegenen.Een gebed ‘Heere, wij zegenen dit eten’ lijkt mij op grond van de bijbelse gegevens nogal discutabel.
3. De zegen is geen sacrament, maar behoort tot de sacramentalia (handelingen die op sacramenten gelijken). De zegen verwijst naar de belofte van God die vast en zeker is.
4. De Heidelbergse Catechismus spreekt over de drie ambten van een christen. Een christen deelt in de zalving van Christus. Wat in deze belijdenis bij het priesterlijke aspect van de gelovige opvalt, is dat de nadruk valt op het offer en niet op de zegen. Anders gezegd: de nadruk valt op het tot zegen zijn van de ander en niet op het zelf zegenen. Dit uitgangspunt ligt verankerd in Mattheüs 5:44 en 1 Petrus 2 en 3.
5. Hoewel het onderscheid tussen persoonlijke en ambtelijke zegeningen niet altijd even duidelijk te trekken valt, lijkt het erop dat de persoonlijke zegen de ambtelijke veronderstelt. In ieder geval zullen zegeningen in de eredienst altijd ambtelijke zegeningen zijn. Dat is de lijn die vanuit het Oude naar het Nieuwe Testament loopt.
6. In de bijbelse zegenspreuken en -wensen vinden we een duidelijk besef van afhankelijkheid van God. Zegeningen worden niet zomaar gegeven. Het is een reden om niet haastig iemand de handen op te leggen (1 Tim.5:22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GODS HEIL TOEZEGGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's