GRAUWE CULTUUR
En het gebeurde (…) dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. HANDELINGEN 16:14-34
In Handelingen 16 ontmoeten we twee naamloze personages: het pythonische meisje en de gevangenisbewaarder. Dit hoofdstuk legt in deze twee dode zielen een cultuur bloot. Plotseling zien we de grauwheid van het heidendom.
Het is een beangstigende ervaring wanneer je een wezenloos mens tegen het lijf loopt, een mens zonder wortels, ogenschijnlijk zonder ziel, zonder nood, zonder bestemming, een mens waar je geen grip meer op krijgt. De massamens met de wezenloze blik in de ogen, zou je zeggen. Het is de mens in wie de tijdgeest denkt en voelt, die daardoor overgenomen is en zichzelf verloren heeft. Het is het type mens dat rijp is voor een dictatuur.
WEZENLOOS MEISJE
In Handelingen 16 komen we twee wezenloze mensen tegen. Ze zijn ‘niemand’. Ze hebben geen naam, ze worden gedicteerd door machten. Neem nu het pythonische meisje. Ze is nog maar een meisje, maar soms komt er een python in haar hoofd. Dan ziet en zegt ze dingen die anderen niet zien en dat intrigeert de mensen.
Zij stalkt Paulus en Silas. Ze zegt dat deze mannen ‘een weg naar de zaligheid’ verkondigen. Het is rechtzinnige prediking uit onverwachte hoek. Je denkt even, een ‘inkopper’ voor Paulus en Silas. ‘Mannen uit Filippi, luister naar wat iemand uit uw eigen midden verkondigt.’ Maar dat doen ze niet. Zíj gebruiken haar niet. Ze is een mens, geen middel.
De naam van Jezus is ook niet iets voor op een billboard als dit. Het is geen nieuwe vlag op een oud schip. Het is niet een naam die ingekapseld mag worden. Het is een andere naam, een zelfstandige werkelijkheid. Paulus draait zich geërgerd om, roept die naam over haar uit en geneest het meisje tot zichzelf.
Als wij om iets hebben te bidden in onze dagen, dan is het om deze macht van Jezus. Hierdoor zien we het wezenloze en worden we ervoor behoed. Taal, houding en liefde ontvangen we dan om het uit te drijven.
HARDE MAN
De ziel van de gevangenisbewaarder is even doods. Wellicht is hij een veteraan die in de nieuwe kolonie Filippi een baan gekregen heeft in het verlengde van zijn militaire discipline. Hij is een harde man. Paulus en Silas heeft hij eerst toegetakeld om hen bang te maken, zodat ze niet ontsnappen zullen. Als zij ontkomen, is hij zijn baan kwijt. Minstens. Het zijn tijden waarin mensen hard worden uitgeknepen. De sancties op falen zijn groot. Als de aarde beeft, de deuren van de cellen openvliegen, dan beleeft de gevangenisbewaarder zijn doom, zijn ondergang. Als ik faal, ben ik niemand meer en wil ik dood. Maar dan is daar die stem: ‘Doe uzelf geen kwaad.’ Is het gewoon een barmhartige stem of is het meer? Is in een wereld waarin je zelfwaarde verkocht is aan wat je voorstelt, deze stem niet ook een soort duiveluitdrijving? ‘Doe jezelf geen kwaad.’ ‘Als ik faal, ben ik niets’, is een sterke, demonische stem, ook in onze dagen. Ondertussen is Filippi een hooggecultiveerde stad, een knooppunt van wetenschap en handel, kunst en haute couture(mode). Heidendom is geen cultuurloosheid of barbarij. Het is onderhoudend en boeiend, soms zelfs verrukkelijk.
TIJDGEEST
Maar laten we eens dieper kijken en letten op het grauwe dat hier opengelegd wordt in deze twee dode zielen. De Engelse letterkundige G.K. Chesterton heeft ooit gezegd dat het ook vernederend is om kind van je tijd te zijn. Om aan jezelf te merken hoezeer de zwakten van je tijd ook door jezelf heen stromen. De hang naar comfort, het vluchtige, de makkelijke emotie, het competitieve, het is alom aanwezig om ons heen en in ons. Het is vernederend en vervreemdend.
Pijnlijk: de tijdgeest dicteert de kerk vaak even sterk als haar cultuur, zij het in vertraagde en verhulde vorm. En wij maar pretenderen ‘vreemdelingen’ te zijn. Nu is het prachtige van het Evangelie dat God daar middenin Zijn hand op mensen legt, en door hen heen een andere stem laat gebeuren. Ze zijn zelf niet zo heel anders, maar het vreemde is de stem die door hen heen ruist, die ‘van een andere orde’ is (Noordmans).
Die doet hen soms zomaar zingen in de nacht, niet meer vrezen voor wat hun cultuur terroriseert, het roept hun eigen dode ziel tot leven. Als de catechismus over de kerk spreekt, gebruikt ze het begrip uitverkiezing. Zonder dat woord redden we het niet.
Ds. C.M.A. van Ekris is predikant van de hervormde gemeente te Zeist en studieleider van Aereopagus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2016
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's