De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Bert van Veluw

Aan tafel! Prikkelende geloofsvragen, opgediend in 12 driegangenmenu's.

Royal Jongbloed, Heerenveen; 224 blz.; e 19,95.

Is Allah dezelfde als God? Waarom al dat geweld in het Oude Testament? Wat is de hel? Waar is de hemel? Dr. A.H. van Veluw, voorzitter van de Confessionele Vereniging, verzamelde een twaalftal van dergelijke prikkelende geloofsvragen en presenteert zijn antwoorden als een maaltijd. In zijn boek Aan tafel! nodigt hij de lezer uit de maaltijd die hij bereid heeft, te nuttigen. Elk antwoord wordt gepresenteerd in meerdere gangen, een voorgerecht, het hoofdgerecht, een nagerecht en ter overweging enkele vragen om over ‘na te tafelen’. Niet alleen de insteek is origineel, ook de antwoorden zijn dat geregeld.

Zo biedt het hoofdstuk ‘Waar is de hemel’ een interessante beschouwing waarin ds. Van Veluw aan de hand van het concept van meerdimensionaliteit de werkelijkheid van de hemel probeert te duiden aan de hand van huidige inzichten over meerdere dimensies in de werkelijkheid. Die gedachtegang biedt ook antwoorden op vragen waar Jezus was na de opstanding en wat er gebeurde bij Zijn hemelvaart: Hij stapte achter de wolk Gods werkelijkheid binnen die, hoewel voor ons (nog) onbereikbaar, toch zeer nabij is. Dr. Van Veluw schreef een uitdagend boek dat diepgang paart aan toegankelijkheid en voor elk geïnteresseerd gemeentelid veel biedt. Het boek kent een pastorale toonzetting, zoals bijvoorbeeld in het lezenswaardige hoofdstuk over singles in de kerk en gaat in op actuele thema's (zoals de vraag naar de legitimiteit van de kinderdoop).

Dat neemt niet weg dat ik me af en toe ‘verslikte’ in sommige onderdelen. Zoals de bewering dat ‘niet God verzoend moet worden, maar de mensen’. De notie van het stillen van Gods toorn zou meer een heidense notie zijn dan een bijbelse. Dat is niet juist. Illustratief is de situatie die we in Deuteronomium 21 beschreven vinden. Er is een moord gepleegd waarbij de dader onbekend is. Om te voorkomen dat Gods toorn de hele gemeenschap treft, moeten de oudsten van de stad een koe doden. Het leven van het dier is de losprijs die Gods ongenoegen wegneemt en voor verzoening zorgt. Het Oude Testament biedt meer van dergelijke voorbeelden die laten zien dat het stillen van Gods toorn een belangrijk element is in de verzoening tussen God en mens en die een kader bieden om de kruisdood van Jezus te verstaan. Moeite heb ik ook met Van Veluws verdediging van het annihilationisme, de gedachte dat de hel eindig zou zijn. Een oneindige straf voor zonden van eindige mensen in een eindig leven acht hij niet verenigbaar met Gods rechtvaardigheid en liefde. Nu moeten wij voorzichtig zijn met te oordelen wat al dan niet rechtvaardig voor God zou zijn. Evengoed kan men de redenering van Jonathan Edwards volgen dat hoe groter de persoon is tegen wie men zondigt, des te groter de straf hoort te zijn en dat zonden tegen de eeuwige God dan ook eeuwige straf verdienen. De parallellie tussen het eeuwige leven en de eeuwige straf in Mattheüs 25:46 wijzen eerder in de richting van Edwards gelijk dan dat van Van Veluw. Immers, geen weldenkend christen zal toch beweren dat het ‘eeuwige leven’ niet altijddurend is. Zo'n ‘eeuwig leven’ is van minder kwaliteit dan een eeuwig leven van eindeloos geluk. Als dit echter geldt voor het een, dan ook voor het ander. Daarom lijkt er veel voor te zeggen dat de eeuwige straf, net als het eeuwige leven, ook echt eeuwig is.

Kortom, dr. Van Veluw presenteert ons een maaltijd met veel voedzaams, die wel met onderscheidingsvermogen genuttigd moet worden.

M. KLAASSEN, ARNEMUIDEN


Annelies van Heijst en Marjet Derks Catharina Halkes ‘Ik verwacht iets groots’. Levenswerk van een feministisch theologe 1920-2011.

Uitg. Vantilt, Nijmegen; 608 blz.; e 29,95.

Een biografie beoordeelt men niet op de geportretteerde maar op het werk van de biograaf. Catharina Halkes, de ‘moeder’ van het feminisme, kreeg liefst twee biografen, de ene hoogleraar vrouwenstudies in Leuven en Tilburg, de ander docente geschiedenis aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Een leven lang zette Halkes zich in voor de positie van de vrouw in de samenleving en in de kerk, met name de Rooms-Katholieke Kerk. Een biografie was haar eigen ‘grote wens’, maar dan een ‘met academisch gewicht’. Daarvoor had ze zelf een uitgebreid archief bewaard ‘met zo ongeveer elke snipper papier’. De biografie is derhalve minutieus samengesteld. Ook personen uit haar netwerk werden geïnterviewd, waarbij de biografen opmerken dat degenen die dichterbij haar stonden, ambivalenter waren dan degenen die verder van haar afstonden. Laatstgenoemden hadden een positiever oordeel. Een ik-gerichte karaktertrek wordt eerlijk benoemd. Ze had haar eigen pr-bureau.

Hoewel Halkes zich al vele jaren met de vrouwenemancipatie had bezig gehouden, wordt 1975 geduid als een omslagjaar. Ze was toen hoofdspreker voor een symposium Feminology in Nijmegen. Daar had ze naar eigen oordeel ‘met succes’ de feministische theologie geïntroduceerd. Haar conflicten met leidinggevenden uit haar kerk in theologisch opzicht komen in dit verband uitvoerig aan de orde, hoewel ook haar sympathisanten de volle aandacht krijgen. Nadat ze in 1982 een eredoctoraat had ontvangen aan de Berkeley Divinity School aan de Yale Universiteit, ontving ze op 1 oktober 1983 een benoeming als bijzonder hoogleraar Feminisme en Christendom in Nijmegen. Zo kreeg ze een erkend podium voor een progressieve elite in de Rooms-Katholieke Kerk. Maar de paus mocht ze niet toespreken bij diens bezoek aan Nederland in 1985.

In de voorbije decennia is er veel ten goede veranderd in de positie van de vrouw. De feministische beweging, waarbinnen Halkes een centrale positie had, is niet ten onrechte ook scherp bestreden. Een aparte feministische theologie is vergelijkbaar met ideologisch gemarkeerde bevrijdingstheologieën. Kenmerkend voor de theologie van Halkes was bijvoorbeeld dat ze Christus’ opstanding uit de dood duidde als ‘opstandigheid’. Het gezin noemde zij de gevangenis van de vrouw. Haar zicht op haar eigen gezin vervaagde, hetgeen leidde tot een echtscheiding.

De auteurs concluderen dat Halkes qua levensinstelling en dagvulling meer een activist en kerkpolitica was dan een wetenschapper. Dat gold dus ook voor haar theologie. Maar het vak feministische theologie, zoals het door Halkes op de kaart is gezet, heeft in dit derde millennium ‘zijn stevige positie’ verloren, besluiten de biografen. De belangstelling voor vrouwenstudies is ook sterk afgenomen, zeggen zij. Een opvallende conclusie.

J. VAN DER GRAAF, HUIZEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 2016

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's