BEWAREN OF WEGDOEN?
Het is nog niet zo vreselijk lang geleden dat er binnen hervormd-gereformeerde kring – nog voor de vorming van de Protestantse Kerk – duchtig werd gedebatteerd over verbond en verkiezing.
De ene dominee werd beoordeeld – soms ook veroordeeld – als meer ‘onderwerpelijk’ een ander als te ‘voorwerpelijk’ in de prediking. Vandaag de dag hoor je daar niet zo veel meer over. Voor veel lezers zijn het misschien woorden van voorbije tijden. Nu gaat het meer om woorden als ‘discipelschap’ en ‘karaktervorming’ die centraal staan. Het accent ligt meer op de individuele gelovige. Ds. C.C. den Hertog, christelijk gereformeerd predikant en enige tijd geleden bevestigd in Nijmegen, begrijpt dat wel, maar hij houdt in het themanummer van De Wekker ook een pleidooi om het verbond niet te vergeten.
DE WEKKER
De familie Den Hertog is pas verhuisd en de grote vraag was: spullen bewaren of wegdoen? Het is een proces dat zich ook in de kerken voordoet, dan gaat het om zo te zeggen over geestelijke huisraad die al of niet in de kraakwagen belandt.
Het lijkt wel alsof het spreken en denken over het verbond ook iets is dat al enige tijd in een doos op zolder staat. Zo fel als er over gestreden is in de vorige eeuw, zo weinig horen we het vandaag. Discussies over de reikwijdte van het verbond, de verhouding van verbond en verkiezing – ze lijken verstomd. Maar ook in de beoefening van het geloof (in onze gebeden en in de bijbelstudieboekjes) speelt het denken vanuit het verbond een minder prominente rol. Vandaag gaat het over discipelschap en een gemeente als een contrastgemeenschap; in zo'n manier van denken ligt als vanzelf de nadruk op de keuze van de gemeenteleden. We kunnen daar een bezorgd gezicht bij trekken. Daar zijn dominees wel goed in, zo ken ik ook mezelf voldoende. We kunnen dan op verhoogde toon zeggen dat het spreken over het verbond onopgeefbaar is. Maar het volume waarmee we iets zeggen heeft over het algemeen weinig gevolgen voor het waarheidsgehalte.
Wanneer we inderdaad menen dat deze doos mee moet en niet bij de straat kan worden gezet – en voor de duidelijkheid: ik meen dat –, zullen we de vraag onder ogen moeten zien waarom die doos op zolder terecht is gekomen. Waarom wordt er minder over gesproken? Volgens mij zijn onder andere twee ontwikkelingen van belang om te bedenken.
Ds. den Hertog wijst dan op twee ontwikkelingen: ieder mens wordt al van jongs af aan aangemoedigd zichzelf te zien als individu. ‘Het leven ligt niet meer voor ons ‘klaar’ als we geboren worden.’ Met een voorgegeven, min of meer verbondsmatige structuur. Nee, alles staat vandaag in het teken van mijn persoonlijke keuze. Daarnaast kon je voor de jaren zestig Nederland nog wel typeren als een christelijke natie. ‘Ook je socialistische buren waren vaak nog wel gedoopt en waren op zijn hoogst één generatie bij de kerk vandaan’. Maar dat is nu allemaal voorbij. En juist dáárom is het hard nodig de verhuisdoos met ‘verbond’ toch mee te nemen, ook al klinkt dat tegenstrijdig.
Dat klinkt vreemd en daarom wil ik proberen uit te leggen wat ik daarmee bedoel.
Om te beginnen bij dat eerste. Inderdaad zijn we tegenwoordig gewend ons leven voor een groot deel zelf vorm te geven. Dat geldt – ik zeg het maar even – ook in de volle breedte van kerkelijk Nederland. Maar ik zie steeds meer mensen bezwijken onder de druk van altijd maar moeten kiezen. Het valt mij de laatste jaren op dat jongeren hun grote keuzes steeds meer uitstellen: de leeftijd waarop ze trouwen, de leeftijd waarop belijdenis gedaan wordt. Kennelijk maakt het enorme scala aan keuzes onzeker. En volgens mij zie ik jongeren vandaag vaker dan vroeger van opleiding wisselen. Wat ik in ieder geval zie, is toegenomen psychische nood bij jongeren. Depressie en angst nemen toe. Volgens mij is daar een samenhang – en hoe die samenhang is moet nader (en genuanceerd!) bezien worden. Maar het kan niet anders of het is heilzaam voor onze jongeren om veel over het verbond en dus over hun doop te horen. Zo worden ze er bij bepaald, dat er dingen zijn die zij niet hoeven, zelfs niet kunnen kiezen, maar die al genadig over hen besloten zijn. Aan al hun keuzes en vragen gaat de zekerheid vooraf dat de Here gedachten van vrede over hen koestert. Dat hoeven wij niet te verdienen, dat kunnen wij niet met onze keuzes meer waar maken. Het verbond leert ons naar onszelf te kijken als mensen die door de Here gezocht worden. Te midden van alle onzekerheid over je identiteit geeft dit houvast.
Maar hoe zit dat dan met mensen die nog nooit van God hebben gehoord? In hoeverre heeft een woord als ‘verbond’ voor hen betekenis?
Maar jongeren buiten de kerk dan? Of ouderen? Kunnen we hen aanspreken op grond van het verbond? Hoe zit dat met de generaties die buiten de kerk opgegroeid zijn, met moslims? Kunnen we hen aanspreken als ‘bondelingen’? Niet op de manier waarop we in de gemeente elkaar op die troost en verantwoordelijkheid kunnen wijzen. Maar toch geldt dat ieder mens die leeft, leeft binnen de ruimte van Gods sparende goedheid. Of anders gezegd: binnen de ruimte van het Noachitisch verbond. Als ik in de trein zit of door de stad loop en de mensen om mij heen aanspreek met het Evangelie, mag ik weten dat de Here God deze mensen zoekt en dat mijn woorden tot hen juist daarvan een teken zijn. Wanneer wij evangeliseren betreden wij niet een lege wereld en richten we ons niet tot mensen van wie het nog maar helemaal te bezien staat of de Here hun God wil zijn. Hij is op velerlei wijzen bezig met al die mensen om ons heen – zonder dat zij dat weten. Zoals Augustinus ontdekte toen hij tot geloof kwam: U was bij mij, maar ik was niet bij U.
GERUCHTEN
Geruchten heet het blad van ‘Op Goed Gerucht’, de beweging van theologen die op zoek zijn naar ‘meer creativiteit, lef, spiritualiteit en humor’ in de Protestantse Kerk. Eind juni was de Geruchtdag gewijd aan het boek Liberaal christendom, dat geschreven werd door theologen uit het eigen achterland. Ds. Rian Veldman, predikant in protestants Kralingen, bespreekt wat het woord liberaal bij hem oproept, nog voordat hij het boek heeft gelezen. Op de een of andere manier heeft hij er een zekere allergie voor en brengt hij de kritiek van Karl Barth op de liberale theologie ter sprake.
Zodra het gaat over liberale theologie, dan kan ik niet anders dan aan Karl Barth denken. Tot zijn ontzetting wordt de Eerste Wereldoorlog aangeprezen in een manifest dat is ondertekend door vrijwel alle Duitse hoogleraren, ook door zijn vereerde leermeesters Harnack en Hermann, twee liberale grootgewichten. Hoe is het mogelijk dat deze zeer beschaafde en christelijke intellectuelen zich kritiekloos door de oorlogsroes laten meeslepen?
Het is bekend hoe het verder is gegaan. Barth neemt zijn toevlucht tot de Bijbel en begint zijn studie van Paulus’ brief aan de Romeinen, waarin, aldus Barth, niet vanuit de mens over God wordt gedacht, maar vanuit God over de mens. Hier ontdekt Barth dat God niet te reduceren is tot een idee van het menselijke bewustzijn of een functie van het menselijk samenleven. God is God, zoals Barth het kernachtig uitdrukt. (…)
Karl Barth – schrijft ds. Veldman – was beducht voor de liberale benadering, bang dat onder het mom van ‘over God te spreken’, ‘op iets verhoogde toon over de mens gesproken werd’. Net als hierboven bij het verbond is dat een inzicht dat dieper afsteekt dan de theologische modes die komen en gaan. Niet de mens staat centraal, maar God. En als de focus toch op de mens komt te liggen (bijv. in Ps.8), dan binnen het raamwerk van de glorie van de Schepper. Niet wegdoen dus dat inzicht, maar bewaren. En ook al zou het niet meeverhuizen, via de kringloopwinkel zal het altijd wel in omloop blijven. Dat heeft de kerkgeschiedenis de eeuwen door laten zien.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's