BOEKBESPREKINGEN
Herman Paul en Wouter Slob (red.) Zelfontplooiing. Een theologische peiling. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 175 blz.; € 15,90.
Het recht van en de noodzaak voor een mens om zichzelf te ontplooien, is een gedachte die in onze cultuur wordt uitgedragen als volstrekt vanzelfsprekend. De notie van zelfontplooiing is zo sterk verweven in allerlei betogen en verhalen dat ze praktisch onaantastbaar is geworden. Toch voelen theologen en filosofen zich geroepen dit idee kritisch tegen het licht te houden en op verschillende punten te herijken. In de bundel Zelfontplooiing leveren tien auteurs op academisch niveau hun bijdrage aan deze doordenking. De hoofdstukken van dit boek vind ik stuk voor stuk de moeite van het lezen waard.
Geen enkele auteur in de bundel wijst zelfontplooiing als zodanig af. Prof.dr. E. van 't Slot signaleert dat in de christelijke wereld van vandaag ontstellend vaak de oproep klinkt jezelf te aanvaarden. Hij duidt dit als een grote inhaalslag. Het kerkelijke spreken over de zonde had hoognodig een psychologische gezondmaking nodig. Van 't Slot vindt het therapeutisch jargon zoals dat van Max Lucado daarbij behulpzaam. Maar iedere auteur benoemt ook allerlei mitsen en maren. Doordat het verlangen om uniek en bijzonder te zijn van jongs af aan wordt aangewakkerd, krijgt het verschil met anderen veel nadruk. Dit berokkent schade aan de onderlinge verbondenheid, terwijl in het christelijk mensbeeld het relationele aspect zo fundamenteel is.
De morele leidraad in het huidige zelfontplooiingsideaal is dat we authentiek moeten zijn, in de zin van trouw aan onszelf. Prof.dr. C. Jedan noemt dit een cultureel dwaalspoor en afgoderij. Hij pleit voor terugkeer naar een ouder idee van zelfontplooiing, zoals dat is te vinden in christelijke troostliteratuur.
Prof.dr. H. van den Belt benadrukt het missionaire belang van een positieve duiding van zelfontplooiing. Hij zoekt die in het veld van schepping en herschepping. Prof.dr. R. Roukema wijst erop dat bij de apostelen de nieuwe mens zich ontplooit naar het beeld van Christus. Het oude ‘zelf’ moet daarvoor worden afgelegd. Dr. J. Schaap-Jonker levert wat mij betreft de meest waardevolle bouwstenen voor een christelijke visie op de thematiek. Wie weet van de genadige aanvaarding door God, hoeft niet zo veel met zichzelf bezig te zijn. Laat de theologie de vraag mogen inbrengen wat nu werkelijk nodig is voor het welzijn van een mens. Veel psychologische benaderingen veronderstellen dat het ontwikkelen van een eigen identiteit en de bijbehorende zelfwaardering fundamenteel zijn voor de psychische gezondheid. Is dat wel juist? In de christelijke antropologie draait het eerder om erkenning. Voor erkenning ben je afhankelijk van anderen die jou aanvaarden en waarderen. Je kunt daarom niet individueel je eigen welzijn bewerkstelligen. De ene mens mag hier veel voor de andere betekenen. Maar de aanvaarding door God geeft pas echt stevige grond onder de voeten.
De incongruentie tussen het spreken van theologen en van psychologen levert in het pastoraat lastige situaties op. Je focust als pastor wel op geestelijke aspecten, maar het betreft toch diezelfde mens. Wat doe je als gemeenteleden bij de (christelijke) hulpverlening lessen meekrijgen waarin de nuances van een bijbelse levensvisie ontbreken? Het zou dienstig zijn wanneer we ons spreken vanuit de verschillende disciplines beter op elkaar af konden stemmen.
A.N. VAN DER WIND, HOLLANDSCHEVELD
Mgr. Gerard de Korte Geroepen tot hoop. Bouwen aan een barmhartige kerk. Uitg. Kok, Utrecht; 159 blz.; € 16,50.
Dit voorjaar werd mgr. Gerard de Korte geïnstalleerd tot nieuwe bisschop van Den Bosch. Juist in die periode verscheen zijn boek Geroepen tot hoop, waarin hij de vraag naar God in onze tijd belicht. De Brabantse bisschop hoopt dat deze publicatie dienstbaar is aan het werken aan een cultuur van barmhartigheid, sociaal en moreel. De bron daartoe is Christus, ‘gelaat van Gods barmhartigheid’. Het eerste deel van dit boek bevat de in afgelopen jaren gehouden lezingen op de terreinen van ‘Geloof en theologie’ en van ‘Kerk en samenleving’. Daarna volgen elf ‘bijbelse sleutelwoorden’, eerder verschenen in het Friesch Dagblad. De insteek van de verschillende bijdragen vinden we goed verwoord in de lezing ‘De vraag naar God in deze tijd’, waarin De Korte aanpassing als geloofsgemeenschap aan de dominante cultuur afwijst en tegelijk verwoordt dat isolationisme en een strenge toepassing van regels evenmin een katholiek antwoord op de crisis zijn. Hij pleit voor helderheid en hartelijkheid. Dat is een goede insteek, omdat de boodschap en de gemeenschap in onze tijd mensen aan elkaar kunnen verbinden.
Uiteraard vinden we in deze bundel kenmerkend rooms-katholiek gedachtegoed, namelijk dat het college van paus en bisschoppen op herderlijke wijze over het geloofsgoed waken, het leergezag bewaken. Uit een volgende bijdrage leer ik dat een rooms-katholiek de Heilige Schrift leest en interpreteert in het licht van de kerkelijke traditie. Dat belijdt onze Nederlands Geloofsbelijdenis anders: ‘Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat zij van God zijn.’ Ook inzake godsbeeld en mensbeeld blijft het gesprek met Rome nodig, waar De Korte zich als ‘heilsoptimist’ bekendmaakt, ‘niet omdat ik het kwaad en de duisternis van mensen wil bagatelliseren maar omdat ik Gods onuitputtelijke liefde niet wil onderschatten’. Waar de bisschop spreekt over ‘mensen van goede wil’ en de bijbelse boodschap in een universeel perspectief plaatst, doet hij onvoldoende recht aan de notie van Johannes dat ‘deze wereld in het boze’ ligt.
De Korte schuwt in zijn opstellen zelfkritiek niet. Hij erkent dat geringe deelname aan de eredienst versneld geleid heeft tot een neergang in fundamentele geloofskennis, waardoor veel rooms-katholieken feitelijk geworden zijn tot religieuze humanisten.
Tot slot, wie een bundel met diverse lezingen redigeert, moet waken voor storende overlappingen. Als je op de pagina's 18 en 30, 14 en 37, 32 en 41 en 60 en 86 precies dezelfde alinea's leest, ben je even geneigd niet verder te lezen.
P.J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's