De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BLIJVENDE OPDRACHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BLIJVENDE OPDRACHT

J. Braaksma: Hulp Oost-Europa ondersteunt lokale kerken

10 minuten leestijd

De veertigjarige stichting Hulp Oost-Europa gaat terug op het werk van de hervormde predikant ds. J. van Rootselaar, die in de laatste jaren van zijn actieve predikantsleven over verdrukte christenen in Hongarije hoorde.

Ds. Van Rootselaar, die toen in IJsselmuiden stond, maakte in 1974 voor het eerst kennis met de situatie in Oost-Europa. De nood daar greep hem aan en hij legde veel momenten vast op dia's. Met zijn dialezingen ging hij de gemeenten langs en bracht hij veel geld op. Het vormde de aanloop tot de oprichting van de hervormd- gereformeerde stichting Hulp Oost-Europa (HOE) die op 29 januari 1976 als stichting notarieel werd vastgelegd. Voorzitter J. Braaksma blikt terug.

BIJBELSMOKKEL

‘Toen HOE werd opgericht, was het de spannende periode van het smokkelen van Bijbels (meestal in speciaal daartoe verbouwde campers), het produceren en vertalen van christelijke lectuur en diaconale ondersteuning van gemeenten en predikanten, zodat zij in de communistische tijd staande konden blijven. Tijdens reizen werden christenen bezocht. Bijbels en boeken werden gebracht en door gebed en gesprek werden broeders en zusters bemoedigd. Dat gebeurde wederkerig. Voor Nederlandse christenen was het bemoedigend om te zien hoe de kerk in stand gehouden werd en voor de Oost-Europese gelovigen was het bemoedigend om te ervaren dat er aan hen gedacht werd, dat er gebeden werd en dat er in het Westen oog was voor hun situatie.

Veel van de huidige predikanten waren toen kind en ze vertellen ons soms wat het voor hen betekende als ze bezoek uit het Westen kregen. Enerzijds bemoedigend, anderzijds soms ook bedreigend, omdat kort na het vertrek van de Hollandse gasten de geheime dienst navraag kwam doen.’

Welke invloed hebben de val van de Muur en de toetreding van veel Oost- Europese landen tot de Europese Unie gehad op het werk van HOE?

‘Na de Wende, de val van het IJzeren Gordijn (1989), brak een intensieve periode van opbouw aan. Voor onze prioriteiten betekende dat veel ondersteuning in kerk- en gemeentebouw, met nadrukkelijk aandacht voor materiële hulpverlening.

Zo rond de tijd dat veel landen toetraden tot de Europese Unie, verschoof voor ons de prioriteit naar vorming en toerusting op het gebied van kinder- en jeugdwerk, onderwijs en lectuurwerk.’

MISSIE

‘Op dit moment hebben we in onze missie vastgelegd dat we een bijdrage leveren aan het werk van kerken en verwante christelijke organisaties in Oost-Europa, zodat zij op hun beurt werk kunnen maken van hun bijbelse roeping betreffende gemeenteopbouw en missionaire, evangelisatorische, diaconale en onderwijskundige toerusting.

We streven naar gedeelde verantwoordelijkheid met onze partners. Daarnaast willen we voorlichting en informatie geven over de situatie en de problematiek van de christenen in Oost-Europa en de hulpverlening aan hen. Vanouds is het werk van de stichting verweven met allerlei lokale werkgroepen in de gemeenten in Nederland.’

VERBREDING

‘Wat blijft, is de diaconale spits in de vorm van aandacht voor kwetsbare groepen. We richten ons daarbij met name op arme gezinnen, kinderen, ouderen, Roma, daklozen en verslaafden. De hulp wordt zoveel mogelijk via de kerken geboden aan hen die hulp nodig hebben, onafhankelijk van ras of godsdienst. We zien het als onze opdracht om de gemeenten daar bewust te maken van de diversiteit van Gods schepselen. De hulp is er uiteindelijk op gericht dat de plaatselijke kerkelijke gemeente de taak zelfstandig oppakt.

Een belangrijke wijziging door de jaren heen is de verbreding van het arbeidsterrein. Zaten we vroeger vooral in Hongarije, nu zijn we ook actief in Oekraïne, Roemenië, Polen, Slowakije, Servië, Bosnië/Kroatië en sinds kort in Moldavië.’

Welke betekenis heeft de hulp gehad voor de kerken en de gelovigen in Oost- Europa?

‘De hulp heeft bijgedragen aan de instandhouding en opbouw van de kerken op allerlei manieren. Er zijn veel voorbeelden te noemen waarin ons werk een verschil gemaakt heeft. Dat verschil kan heel concreet op individueel niveau zijn maar wordt ook gezien op macroniveau en dan denk ik aan visie op kerk en gemeente. Het communisme heeft nog een grote impact op de levens van mensen die in de communistische tijd zijn opgegroeid. Zij zijn de invloedrijke veertigers en vijftigers van nu. Afnemend verantwoordelijkheidsbesef en het gelijkheidsdenken leidden ertoe dat het diaconaal bewustzijn van kerkelijke gemeenten afnam. Nu horen wij dat men de contacten met organisaties als HOE nodig heeft om het diaconaal bewustzijn te activeren en om te leren dit concreet handen en voeten te geven.’

ONDERWIJS

‘Op heel concreet niveau doen wij dit in de Oekraïne voor Roma kinderen. Door hen in een preschool voor te bereiden op hun schoolloopbaan en door extra begeleiding, proberen we hen met succes hun schoolloopbaan af te laten ronden, omdat we weten dat je door onderwijs het verschil kunt maken in het leven van deze kinderen. Bij onze laatste bezoeken constateerden we dat enkele onderwijsassistenten zelf als kind op een van onze schooltjes hadden gezeten. Dan zie je dat hun leven toch anders is gelopen dan dat van velen van hun leeftijdgenoten.’

In hoeverre is de kerkelijke context zowel in Nederland als in Oost-Europa bepalend geweest voor het werk van de HOE?

‘De kerkelijke context is voor de HOE belangrijk, omdat we een kerkelijke achterban hebben. Die achterban is behoorlijk breed geworden in de loop der jaren en we ontvangen inmiddels ook bijdragen uit niet-kerkelijke bronnen.

We zijn dankbaar voor onze trouwe achterban, maar het blijft een lastige opdracht om die achterban blijvend vast te houden, ook financieel. We ervaren dat het voor hervormd-gereformeerde diaconieën lang niet altijd vanzelfsprekend is om te collecteren voor een stichting als HOE. Men gaat op zoek naar aansprekende projecten en komt dan bij allerlei organisaties terecht, ook al staan ze qua identiteit wat verder van ons vandaan. Of men zoekt zelf incidentele projecten in het buitenland op, waardoor het nog maar de vraag is of de continuïteit en duurzaamheid goed gewaarborgd zijn.’


Het blijft lastig om de achterban vast te houden


GEMEENTECONTACTEN

‘Voor ons betekent dit dat we blijven investeren in de relatie met onze achterban en dat we aansprekende projecten aan moeten bieden aan diaconieën die daar om vragen. Voor diaconieën die zich realiseren dat diaconaal bewustzijn meer is dan geld geven, zou het de moeite waard zijn om te werken aan gemeentecontacten. De praktijk is dat de echte verbinding in de relatie ontstaat.’

Waar liggen de grootste uitdagingen volgens u voor de kerken in Oost-Europa en voor de kerken in Nederland?

‘Op basis van veertig jaar HOE kijk ik met vertrouwen naar de toekomst, in de hoop dat onze achterban de nood over de grenzen onverminderd blijft voelen. Daar reken ik wel op. Nog steeds zijn er veel christenen in Nederland die hun broeders en zusters elders in de wereld willen steunen.’

VAN ELKAAR LEREN

‘Tegelijk zie ik dat in deze tijd de ontwikkelingen ‘daar’ en ‘hier’ steeds dichter bij elkaar komen. Vragen als: hoe zorg je voor een goede geloofsoverdracht in catechese, hoe zorg je voor voldoende actieve en betrokken ambtsdragers en hoe houd je de jeugd vast in een open en globaliserende wereld waarin het materialisme hoogtij viert, zijn vragen die we met elkaar delen en waarin we over en weer van elkaar kunnen leren. De predikantenconferenties die we samen met de Gereformeerde Bond organiseren zijn daarvoor een prachtig platform.

Als HOE hopen we in de komende jaren in te spelen op concrete noden die er zijn en tegelijk te werken aan versterking van relaties tussen christenen in Centraal en Oost-Europa en in Nederland. Om samen iets te ervaren van de waarde van de geloofsgemeenschap over grenzen heen.’

ANNEKE VAN MAANEN


WINST VOOR ALLEN

Je verstaat minder dan een handvol woorden Hongaars. Met je beheersing van het Roemeens, Oekraïens of welke Oost-Europese taal dan ook, is het al niet beter gesteld. En toch, ondanks die taalkundig onoverbrugbare barrières, ervaar je tijdens de kerkdiensten in Oost-Europa een ‘woordeloze gemeenschap der heiligen’. Bijeengebracht en verankerd in die ene Naam: Jezus Christus. Die Naam versta je, Die ervaar je en dat is, gegeven de omstandigheden, genoeg. Je vangt een glimp op van het komende Koninkrijk, en je beseft als in een flits wat het zeggen wil: alle naties, talen en volken in Gods Rijk verenigd, in een veelstemmige en niet door taalgrenzen gehinderde lofzang.

Zo hebben zonder twijfel velen uit onze kerkelijke gemeenten hun kennismaking met Oost-Europa ervaren. In het nederige besef dat Gods wereldwijde gemeente méér omspant dan het eigen kerkelijke tehuis. Als de vraag beantwoord moet worden wat veertig jaar dienstbetoon van stichting Hulp Oost-Europa voor de hervormde gemeenten in eigen land heeft betekend, dan steekt die ervaring, dat besef, voor mij ruimschoots boven al het andere uit. Maar ‘al het andere’ mag er ook wezen. Veertig jaar werken in de Hongaarstalige gebieden van Oost-Europa had (en heeft) een heilzame invloed op mensen en gemeenten. Daar en hier. Actief op het grondvlak van de kerk zijn vele en velerlei duurzame contacten ontstaan. Tussen mensen en gemeenten in Oost-Europa, tussen mensen en gemeenten in eigen land. We leerden en leren over eigen grenzen en kerkmuren heen te kijken, andere vormen te waarderen en te respecteren en het ‘gekoesterde eigene’ te behouden. Een gemeenschappelijk doel brengt mensen bij elkaar, een gemeenschappelijke Naam verbindt en verankert. Veertig jaar helpen in Oost-Europa is winst voor allen en winstgevende zaken moet je behouden!

Cor van Groningen was jarenlang lid en secretaris van het bestuur van de stichting Hulp Oost-Europa en is nu lid van de raad van toezicht.


VERNIEUWENDE INVLOED

De kerk in Oost-Europa is veelkleurig, en verschilt van plaats tot plaats, van land tot land en zelfs binnen een kerkgenootschap. Het is een grote verleiding om stereotype beelden te hanteren. Daarom is het goed om eerst naar elkaar te luisteren en elkaar vragen te stellen.

Het opbouwen van een relatie kost tijd, temeer omdat we geneigd zijn door onze eigen bril naar de ander te kijken en voor de ander in te vullen wat ‘de nood’ is. Het pragmatische probleem- en oplossingsgerichte denken leidde in het verleden vaak tot teleurstellingen en jaloersheid, omdat de voorgestelde ‘westerse’ oplossing niet aansloot op de Oost-Europese situatie.

In deze gesprekken kan een theologisch bezinningsproces op gang gebracht worden, waarin zegeningen, maar ook moeiten en zorgen van het gemeenteleven aan de orde komen: wat betekent het in woord en daad getuige van Christus te zijn in de wereld van vandaag? Wat drijft ons in ons christen-zijn? Waar worstelen we mee? Hoe kunnen we het Evangelie verbinden met de leefwereld van onze jongeren?

Deze praktisch-theologische vragen raken aan de belangrijke vragen van kadervorming en toerusting in de gemeente, maar ook aan die van de opleiding en bijscholing van predikanten. Daarin gaat het uiteindelijk om het leren luisteren met twee oren: naar de vragen van de mensen om ons heen, en naar de bijbelse boodschap. Daar is studie voor nodig.

Al spoedig zal blijken, dat niemand ‘de waarheid in pacht heeft’, en dat we samen op zoek zijn naar wat het betekent een zoutend zout en lichtend licht te zijn in het Europa van vandaag, ieder in de eigen situatie. Zo kunnen contacten ‘over de grens’ ook een vernieuwende invloed hebben op het gemeenteleven in Nederland. Zijn we bereid te leren, te luisteren en vragen te stellen?

Prof.dr. Anne-Marie Kool is als hoogleraar Missiologie verbonden aan het Evangelical Theological Seminary (ETS) te Osijek in Kroatië.


VERBONDEN MET DE HOE

Drs. Jaap Braaksma (1961) maakte in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn eerste reis in HOE-verband naar Hongarije en Roemenië. In 2002 kwam hij als secretaris in het bestuur van HOE en vanaf 2008 is hij voorzitter. Hij is lid van de hervormde gemeente Sliedrecht, waar hij preses is van de kerkenraad (wijkgemeente 4). Hij is gehuwd en heeft zeven kinderen.


N.a.v. J. Braaksma en P.J. Vergunst (red.), ‘Nieuwe moed. Leven met de kerk in Oost-Europa’, Royal Jongbloed, Heerenveen; 190 blz.; € 13,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BLIJVENDE OPDRACHT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's