De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE JOOD ALS ZONDEBOK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE JOOD ALS ZONDEBOK

Het geheimenis van antisemitisme

7 minuten leestijd

Weinig Nederlanders zijn zo tekeer gegaan tegen de Joden als Bolland, schrijft dr. G.C. Quispel in een vuistdik boek over antisemitisme in West-Europa.

De Leidse hoogleraar in de godsdienstwijsbegeerte G.J.P.J. Bolland (1854- 1922) typeerde de Jood als ‘humorloos, druk, onbescheiden en opzichtig en als geboren splijtzwam, spelbreker, vredesverstoorder, omwentelaar en anarchist’.

AANVAL

In een lezing die prof. Bolland een jaar voor zijn dood in Leiden, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hield, onder de titel ‘De teekenen des tijds’, deed hij een woeste aanval op ‘onze vermolmde, oppervlakkige en verkankerde samenleving’, met parlementsleden als ‘onbekwame en beunhazende praatjesmakers’ en met zelfs de fiets ‘als trillend en schokkend verderver vooral van de vrouwelijke onderbuik’.

De Joden krijgen van de verloedering de schuld. Zij veroorzaken ‘een ziekelijkheid van gevoel en onwelzijn tot verettering toe’. Zo'n citaat lijkt uitzonderlijk. Maar dr. Quispel laat in zijn boek – samenvatting van twintig jaar colleges in Leiden – zien dat de Joden de tijden door als schuldigen werden aangewezen bij rampen, oorlogen en dramatische ontwikkelingen in de wereld. Bovendien werden ze getekend als (machts)wellustelingen. Op de omslag van het boek prijkt ‘een zeer arisch uitziende vrouw’ die in het web van een Jood dreigt terecht te komen.

BOTSINGEN

Bij de presentatie van het boek zei dr. E.E. Gans, hoogleraar hedendaags Jodendom aan de Universiteit van Amsterdam, dat de schrijver de kunst van het laveren goed beheerst. Hij ziet niet achter elke boom een antisemiet, maar hij legt antisemitisme wel helder bloot waar het zich in allerlei verschillende vormen voordoet. Al in de voorchristelijke oudheid waren er ‘concrete, heftige conflicten tussen Joden en heidenen’. Vooral in de eerste eeuwen van het christendom was er sprake van wrijving en botsingen. Waar anderen het antisemitisme al bij Paulus laten beginnen, wijst dr. Quispel erop dat Paulus weliswaar de Joden verwijt dat ze blind zijn voor de waarheid, maar dat hij anderzijds in de Romeinenbrief erop wijst dat God ‘Zijn vroegere uitverkoren volk niet in de steek heeft gelaten’. Hier luistert het naar mijn oordeel overigens nauw. Is er bij Paulus sprake van een vroeger uitverkoren volk? Of is het nog steeds een verkoren volk?

Antisemitisme richt zich nooit alleen op individuele Joden

RODE DRAAD

Feit is dat er een fundamenteel geding was tussen Paulus en zijn eigen volk inzake Christus als de gekomen Messias. Een geding dat bij Jezus Zelf was begonnen in zijn felle kritiek op de Farizeeërs. Dit conflict leidde in het begin van het christendom bij de kerkvaders tot scherpe reacties op het religieuze Jodendom en soms ook tot niet mis te verstane bejegeningen van Joden op zich. Joden zijn ‘bitter als gal en zuur als azijn (…) aards en zinnelijk, wellustig en verdorven’, volgens Augustinus. Nochtans zegt dr. Quispel dat men schrijvers uit het begin van onze jaartelling niet al te gemakkelijk het etiket antisemiet moet opplakken. ‘Ze laten wel de grote onenigheid zien over de wijze van interpretatie van het Nieuwe Testament.’ Het ging om een godsdienstig conflict.

In latere jaren zijn christelijke vooroordelen nooit meer verdwenen, ze lopen als een rode draad door de geschiedenis van het antisemitisme. ‘De woede van christelijke theologen is in de loop van de geschiedenis alleen maar toegenomen’, kopt een paragraaf. Daarvan levert dit boek een onmiskenbaar bewijs.

ABRAHAM KUYPER

In het hoofdstuk ‘Nederland tot 1945’ krijgt Abraham Kuyper het volle pond. Kuyper heeft zelf altijd ontkend een antisemiet te zijn, hij keerde zich vooral tegen Joden die heulden met zijn grote politieke vijanden, de liberalen. Hij liet wel zijn waardering blijken voor ‘de kennis en de intelligentie’ van de Joden. ‘Maar’, zegt Quispel, ‘wie vanuit de eenentwintigste eeuw de geschriften van Kuyper over de Joden leest en ziet dat hij bijna alle gangbare anti-Joodse vooroordelen onderschreef, kan niet anders concluderen dan dat Kuyper wel degelijk een antisemiet was.’ Alleen ‘het racistische element’ ontbreekt bij Kuyper. Dat element was trouwens, meer dan in Nederland, sterk aanwezig in Oostenrijk en Duitsland. ‘Was der Jude glaubt ist einerlei, in der Rasse liegt die Schweinerei’, kopt een hoofdstuk over ‘Oostenrijk tot 1914’.

ANDERE GELUIDEN

Quispel laat niet na ook de andere kant te tonen. Een conferentie in Nederland over zending onder de Joden in 1932 veroordeelde het antisemitisme als ‘grove zonde’ en riep op ‘tot hartelijke liefde tot de Joden om Christus’ wil’. Toen al begonnen de dominees K.H. Miskotte, J.H. Grolle en anderen afstand te nemen van de ideeën van Kuyper over de Joden. In dit kader wordt melding gemaakt van het boek van ds. T.W. van Bennekom, De wachters op de muren. Hier hadden overigens de puriteinen en nadere-reformatoren ten voorbeeld moeten worden gesteld.

De schrijver laat niet ongenoemd het antisemitisme in niet-religieuze kringen, zoals in het socialisme van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. In een serie antisemitische pamfletten Achter de schermen werden effectenhandelaren omschreven als ‘Joodjes met hun bleeke schoeljeachtige tronies’.

VERVALSING

Uit dit fundamentele en rijk geschakeerde boek tip ik nog twee zaken aan. In de eerste plaats De Protocollen van de Wijzen van Zion. De eerste uitgave daarvan verscheen in 1905. In de geschiedenis van het antisemitisme zijn weinig publicaties zo invloedrijk geweest als deze Protocollen. Het zou een verslag bevatten van een lezing, die gehouden werd tijdens een bijeenkomst van ‘de twaalf stammen van Israël’. Daarin zouden Joden ‘met grote zelfgenoegzaamheid’ betuigen dat hun overwinning, hun machtsovername op de hele wereld, aanstaande was. In de nazitijd werd het vele malen in vele talen gedrukt. De hervormde dominee Francis van Gheel Gildemeester (1855-1929) riep de christenen op de rijen te sluiten om het Joodse gevaar af te wenden.

In 1921 publiceerde echter de Times een drietal artikelen waarin ‘onomstotelijk’ werd aangetoond dat het om een Russische vervalsing ging, de ernstigste in de geschiedenis. Intussen werd het antisemitisme er krachtig door gevoed. Quispel besluit dit hoofdstuk dan met de volgende zinnen: ‘Ook tegenwoordig worden de Protocollen nog veel gelezen. Opvallend is de grote populariteit in de Arabische wereld en bij islamitische jongeren in West-Europa.’

POLITIEK

Dat brengt me op het tweede, hiermee samenhangende punt. Citaat: ‘Na de stichting van de staat Israël zijn de Palestijnen en hun aanhangers dankbaar gebruik gaan maken van de in Europa gegroeide anti-Joodse vooroordelen en op dit moment is antisemitisme waarschijnlijk nergens zo sterk aanwezig als in de Arabische wereld.’ Dr. Quispel verklaart dit uit het conflict om de legitimiteit van de staat Israël en het geding om een Palestijnse staat. Hij onderscheidt dit dus van alle andere vormen van antisemitisme. Is dat zo? De auteur zelf laat telkens weten dat antisemitisme zich nooit louter richtte op individuele Joden, maar in hen direct het hele Joodse volk omvatte. Welnu, in de staat Israël is dat hele volk toch het collectief, dat gemakkelijk een prooi is van politiek antisemitisme? Links antisemitisme noemde Martin van Amerongen dat.

Overigens komt ook de zorgelijke ontwikkeling inzake toenemend antisemitisme in Oost Europa aan de orde, zoals in Hongarije met de Jobbikpartij.

GEHEIMENIS

De eeuwen door zijn groepen mensen of volkeren in een bepaald tijdstraject soms voorwerp geweest van discriminatie, beschimping of vervolging. Er is echter geen enkel volk in de wereld, dat dit gedurende alle eeuwen in de geschiedenis en in alle hoeken van de wereld waar ze zich ophielden, heeft moeten doormaken. Daarachter schuilt een geheimenis. Het is naar mijn oordeel een geheimenis dat te maken heeft met de God van Israël. Dit element roert dr. Quispel niet aan. Zijn boek is louter historisch. Maar zijn historische doorkijk in het altijd en overal weer opduikende antisemitisme is er wel een overtuigende illustratie van.

Tijdens de presentatie van zijn boek zei dr. Quispel: ‘Dat al die eeuwen in West-Europa het antisemitisme zo hevig was, vind ik vreemd. De Joden waren klein in aantal en er waren geen concrete conflicten waarom zij vervolgd zouden kunnen worden.’ Vreemd? Noem het een geheimenis.

Dr.ir. J. van der Graaf is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.

N.a.v. Chris Quispel, Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat. De geschiedenis van het antisemitisme in West-Europa, Uitg. Verloren, Hilversum; 336 blz.; € 32,00.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE JOOD ALS ZONDEBOK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's