DE KLOOF TE LIJF
Christelijke traditie wist geen raad met de Thora
Ik hoor het een van mijn docenten in Jeruzalem, prof. Israel Yuval, nog zeggen: Vanaf een gegeven moment betekende Jood-zijn dat je geen christen was en christen-zijn dat je geen Jood was.
Het was een nogal onthutsende uitspraak uit de mond van een wetenschapper, die in zijn publicaties laat zien hoezeer Joden en christenen elkaar voortdurend hebben beïnvloed.
Anders dan ik in eerste instantie dacht, bedoelde prof. Yuval niet dat tussen Joden en christenen een onoverbrugbare kloof was ontstaan, maar juist dat ze elkaar nodig hadden om duidelijk te maken wie ze zelf waren. Ze konden niet over zichzelf spreken zonder het over de ander te hebben. De beide geloofsgemeenschappen waren niet van elkaar verwijderd geraakt, maar leefden juist zo in elkaars nabijheid dat die voortdurend spanningen opriep en hen ertoe bracht om zich tegen elkaar af te zetten.
Onderzoek als van Yuval heeft ons beeld van de zogenaamde parting of the ways (scheiding van de wegen) tussen Joden en christenen sterk bijgesteld. In dit artikel zal ik enkele uitkomsten uit dat onderzoek schetsen en laten zien wat dit betekent voor de lezing van een cruciale tekst uit het bijbelboek Handelingen.
SCHEIDING
De scheiding van de wegen tussen Joden en christenen is een onderwerp dat nogal wat aandacht heeft gekregen in de afgelopen decennia. Bij de gangbare gedachte dat deze scheiding zich gedurende een korte periode radicaal heeft voltrokken aan het eind van de eerste of het begin van de tweede eeuw, worden steeds meer kanttekeningen geplaatst. Publiceerde prof.dr. James D.G. Dunn (hoogleraar Nieuwe Testament in Durham) in 2006 nog zijn The Parting of the Ways, in 2007 kozen Adam H. Becker en Annette Yoshiko Reed voor de veelzeggende titel The Ways that Never Parted. De nieuwe inzichten dwingen ons het beeld van de scheiding der wegen bij te stellen. Deze scheiding is een langdurig proces geweest en verliep niet overal op dezelfde manier. Het is daarom nodig te spreken van scheidingen der wegen. Jodendom en christendom hebben zich steeds meer los van elkaar ontwikkeld en op allerlei punten afstand genomen van elkaars overtuigingen en levenswijze. Toch is er altijd en op allerlei plaatsen grensverkeer geweest tussen leden van beide gemeenschappen en legden velen zich niet neer bij de keuze dat je ofwel een Jood ofwel een christen was.
De eerste christenen maakten deel uit van de Joodse gemeenschap
SCHOKKEND
Illustratief zijn de beruchte teksten van kerkvaders zoals Chrysostomus die zijn gehoor voorhield dat het afstand moest nemen van Joodse praktijken: ‘Wat is dit voor ziekte? De feesten van de beklagenswaardige en miserabele Joden komen spoedig weer over ons, het feest van de bazuinen, het feest van de loofhutten, de vastendagen. Er zijn velen onder ons die zeggen dat zij denken zoals wij. En sommigen van hen zijn toeschouwers bij deze feesten en anderen doen met de Joden mee aan hun feesten en houden hun vastendagen. Ik zou dit slechte gebruik onmiddellijk uit de kerk willen uitdrijven.’
Zulke uitspraken zijn schokkend om te lezen, zeker voor wie weet hoe ze zijn misbruikt om het Jodendom te verguizen en om geweld tegen Joden te gebruiken. Als de teksten iets duidelijk maken, is het wel dat de kerk blijkbaar afstand wilde nemen van alles wat Joods was. Toch is er meer aan de hand. Deze teksten maken namelijk vooral duidelijk dat er contact was tussen Joden en christenen en grensgangers tussen kerk en synagoge zich weinig aantrokken van de waarschuwingen van hogerhand. Wat ons parten speelt bij de reconstructie van de geschiedenis tussen Joden en christenen, is de manier waarop we gewend zijn geraakt om te denken vanuit de twee categorieën ‘Joods’ en ‘christelijk’.
Daarmee doen we geen recht aan de diffuse werkelijkheid van de eerste eeuwen, waarin het onderscheid niet altijd duidelijk was.
IN DE MARGE
In de vierde eeuw fulmineerden kerkvaders tegen Joden en niet- Joden die in Jezus geloofden en de Joodse praktijken wilden vasthouden of erdoor werden aangetrokken. In diezelfde eeuw waren er nog steeds groeperingen van Joden die leefden met de Thora en die Jezus zagen als de beloofde Messias. Dergelijke groepen werden in de marge gedrukt door vertegenwoordigers van kerk en synagoge, ze pasten niet in de gewenste tweedeling. Prof. Daniel Boyarin heeft in zijn baanbrekende werk Border Lines laten zien hoe begrippen als ‘dogma’ en ‘ketterij’ aan belang wonnen en gebruikt werden om de eigen identiteit af te grenzen van die van de ander. Zolang wij niet genuanceerder leren kijken naar de geschiedenis, bevestigen we min of meer de kloof die leiders wilden creëren.
DIFFUSE WERKELIJKHEID
In Handelingen komen we de diffuse werkelijkheid tegen. De kring van volgelingen van Jezus beleed Jezus als Messias en Heere en maakte volop deel uit van de Joodse gemeenschap. Waren deze gelovigen nu Joden, christenen, Joodse christenen of messiaanse Joden? Het is maar hoe je kijkt en datzelfde geldt voor de godvrezenden die werden toegevoegd. Deze niet-Joden werden aangetrokken tot het Jodendom en vonden blijkbaar gemakkelijk aansluiting bij de gemeente van Jezus. Als de term ‘christenen’ in Handelingen 11:26 valt, dan is dat om aan te geven dat de gelovigen in Antiochië volgelingen waren van Jezus Christus en niet om hen te onderscheiden van de ‘Joden’.
APOSTELCONVENT
In Handelingen komt wel het onderscheid tussen Joden en niet- Joden naar voren als tijdens het zogenaamde Apostelconvent wordt besproken of de niet-Joodse volgelingen van Jezus de Thora hebben na te leven. De kwestie is lastig omdat ze draait om de vraag of deze gelovigen opgenomen moeten worden in het Joodse volk en dus het juk van de Thora op zich moeten nemen. Op voordracht van Jakobus wordt besloten dat dit niet nodig is, maar dat zij zich wel moeten houden aan enkele basale voorschriften: onthouding van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees met bloed erin en van bloed zelf. Of de vier regels een variant vormen van de zogenaamde noachitische geboden die al te vinden zijn in Genesis, staat ter discussie. Wellicht zijn het voorschriften die de tafelgemeenschap tussen Joden en niet-Joden mogelijk maakten.
Hoe dan ook, deze beslissing legitimeert twee vormen van levenspraxis binnen de ene gemeente van de Heere. Terwijl voor de Joodse gelovigen naleving van de Thora niet ter discussie stond, werden aan nieuwe gelovigen ‘geen zware lasten’ opgelegd.
MINIMALE OPDRACHT
Het viertal voorschriften was blijkbaar toch nog te zwaar voor de kerk die gaandeweg grotendeels uit niet-Joden zou bestaan. De christelijke traditie ging er goeddeels aan voorbij, misschien omdat zij zich geen raad wist met een Thora naast het evangelie van de vrijheid. Is het ook de reden dat de vier leefregels doorgaans worden gezien als een maximale eis die van de niet-Joden werd gevraagd? Met Joseph Shulam, schrijver van The Jewish Roots of Acts, ben ik van mening dat de vier regels eerder een minimale opdracht aanduiden en ze niet-Joden aanzetten tot een vorm van leven met de Thora.
Een eerste argument daarvoor is, dat de regels van Jakobus vergelijkbaar zijn met die uit Leviticus 17 en 18, waar ze nadrukkelijk gelden voor Israëlieten en voor de vreemdelingen in hun midden. De boeken van Mozes bevatten nog veel meer voorschriften die ook voor de vreemdelingen gelden.
KAPSTOK
Het tweede argument heeft te maken met de merkwaardige opmerking van Jakobus die volgt op de opsomming van de vier verboden. Schijnbaar terloops zegt hij dat in bijna elke stad de wet van Mozes wordt voorgelezen en verkondigd in de synagoge (Hand 15:21). Dit is geen zakelijke constatering, maar een aansporing aan de niet- Joden om zich te verdiepen in de Thora en daarnaar te gaan leven. De tekst maakt overigens tegelijk duidelijk dat de synagoge daarvoor de geëigende plaats was. Vergelijking met een bekende anekdote uit de Talmoed kan dit punt verhelderen. Als een niet- Jood bij de beroemde geleerde Sjammai komt met de vraag of hij hem de Thora kan leren zolang hij op één been staat, stuurt deze hem weg. Dat is namelijk onmogelijk. De man gaat met dezelfde vraag naar Hillel. Deze neemt de vraag serieus en geeft de man vervolgens als samenvatting van de Thora het volgende mee: ‘Wat jij niet wilt dat jou wordt aangedaan, doe dat ook je naaste niet.’ ‘Ga en leer’, zegt Hillel als besluit.
In de eerste eeuwen was het onderscheid tussen Joden en christenen niet altijd duidelijk
Hillels variant van de bekende gulden regel verwijst naar het gebod om je naaste lief te hebben uit Leviticus 19:18, iets dat Jezus later ook zou doen. Wat we hier zien, is dat een samenvatting van de Thora het aantal voorschriften niet zozeer terugbrengt en alle andere opzij zet, maar juist richting geeft en duidelijk maakt wat de essentie van het geheel is. Vergelijk het met een kapstok die orde aanbrengt. Zo zijn de noachitische geboden ordeningsprincipes waar andere geboden en verboden aan opgehangen kunnen worden. Op dezelfde manier maakt het dubbele liefdesgebod dat Jezus Zijn leerlingen meegaf ons opmerkzaam of we beiden, God en de naaste, dienen uit liefde. Het gebod moet echter waargemaakt worden in het concrete leven van alledag. ‘Ga en leer’, zo moeten Jezus en Jakobus hebben bedoeld.
BESCHEIDENHEID
De wegen tussen Jodendom en christendom zijn gaandeweg uiteengegaan. Het is verleidelijk om terug te willen keren naar de eerste eeuw en opnieuw te beginnen. Om ons heen ontstaan messiaanse gemeenten die dit nastreven. Hoewel ik hun verlangen begrijp, geloof ik dat de geschiedenis te diepe sporen heeft getrokken om overheen te stappen. De kloof die tussen kerk en Israël ontstaan is door theologische verschillen, maar vooral door anti-judaïsme en antisemitisme, kunnen we alleen overwinnen door van beide kanten toenadering te zoeken en het gesprek aan te gaan. Er is niets op tegen dat niet-Joden het ‘ga en leer’ serieus nemen. Ze moeten dat echter doen in bescheidenheid en zonder elkaar lasten op te leggen. Bovenal moeten zij ervoor waken dat ze in hun enthousiasme de eigen plaats van het Joodse volk blijven respecteren.
Drs. C.J. Rodenburg is krijgsmachtpredikant. Van 2003 tot 2010 was hij vanuit de Protestantse Kerk verbonden aan het Centrum voor Israëlstudies met als standplaats Jeruzalem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's