De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEER KRIJGEN DAN GEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEER KRIJGEN DAN GEVEN

Missionair verzet lag aan de basis van stichting Hulp Oost-Europa

8 minuten leestijd

Voor menig koerier gold dat de spanning flink toenam in het zicht van controletorens en bewapende grenssoldaten, en een zekere beklemming zich van hem meester maakte. Hoe dichter men bij de Hongaarse grens kwam, hoe stiller men werd.

De heer C. van Groningen beschrijft de ervaring van al die moedige, maar niet overmoedige mensen die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw Bijbels en bijbelse lectuur naar de Oostbloklanden smokkelden. Hij is een van de auteurs die in een onlangs verschenen publicatie een boekje opendoet over een fascinerend stukje recente kerkgeschiedenis. De aanleiding tot de uitgave van Nieuwe moed vormt het veertigjarig bestaan van de stichting Hulp Oost-Europa.

OVER DE GRENS

Herkenbaar, die huiver bij de grens van Hongarije! In de zomer van 1966, al weer vijftig jaar geleden, bezochten we – zij het niet als bijbelsmokkelaars, maar als toeristen – voor het eerst een bevriend gezin in Boedapest. Een belevenis die je levenslang bijblijft. Dat grauwe niemandsland tussen Oostenrijk en Hongarije; die grimmige gezichten van de grenswachten. IJzig. Een gordijn van ijzer. Eenmaal binnen het land waren we verplicht ons dagelijks te melden bij een politiepost. Niet alleen de aanwezigheid van legio Russische soldaten, maar ook de talloze sporen van kogelgaten in de muren vormden een wrange herinnering aan de bloedig neergeslagen opstand van 1956. Maar er was ook dat andere: de beschamende gastvrijheid en goedgeefsheid van ons verarmde gastgezin; de verrassing om op zondagmorgen de vertrouwde Geneefse psalmen te zingen, ieder in zijn eigen taal; en de verwondering over de volharding om de propaganda van het atheïsme te doorstaan en zelfs te weerstaan.

Twintig jaar later kwam ik er weer, door Van Groningen geïntroduceerd bij de families Tóth en Harkai, respectievelijk hoogleraar en predikant. Het gordijn hing er nog, maar er hing ook verandering in de lucht. Eén ding was echter onveranderd gebleven: de gastvrijheid. Wat de Hongaarse broeders en zusters met hun uiterst beperkte middelen op tafel konden toveren, doet aan het wonder van Zarfath denken.

SMOKKELWAAR

De bijbelsmokkelaars kwamen niet om er voedsel te halen, maar voedsel te brengen. Hun smokkelwaar was Levensbrood. Met vaardige pen beschrijft Van Groningen, oud-secretaris van de stichting, hoe schaars het geestelijke voedsel voor de Wende was. Geloven was toegestaan, maar strikt privé, binnenskamers en binnensmonds. Wat in hart en huis en ook in de kerkdienst plaatsvond, mocht geen ruchtbaarheid krijgen in de het openbaar. Vandaar dat alles wat zweemde naar evangelisatie taboe was. Christelijke lectuur stond op de index. De smokkelaars negeerden het verbod. ‘Hoe gezagsgetrouw orthodoxe christenen doorgaans ook zijn, als de zelf ervaren vrijheid bij anderen in het nauw gedreven wordt en overheden zich beijveren om de kerk het zwijgen op te leggen, dan groeit het verzet.’ Het is dit missionaire verzet dat het brongebied uitmaakte van de stichting Hulp Oost-Europa. ‘Dat voor menig koerier bij de bijbelsmokkel ook een ‘avontuurlijke prikkel’ meespeelde, valt niet te betwijfelen. Dat erkennen ze zelf. Veel meer echter werden ze gedreven door een ervaren roepingsbesef om geloofsgenoten in de verdrukking te hulp te komen.’

Ruim tien jaar lang werden er in totaal 475 reizen naar Oost-Europa gemaakt, in de topjaren 1988 en ’89 tot meer dan negentig per jaar! Gedurende de hele periode zijn er zeker vierhonderdduizend Bijbels en uitgaven van geestelijke lectuur de Oostbloklanden binnen gesmokkeld. ‘Dat van al die transporten minder dan een procent de bestemming niet bereikte doordat men betrapt werd en de lectuur vernietigd werd, mag terecht een wonder heten.’ Ooit is er een koerier teruggekeerd, inclusief zijn ingeladen ‘contrabande’. Hij was de code vergeten van de geheime bergplaats waarin de lectuur verborgen zat! Tot zover het hoofdstuk van Van Groningen. Wie zijn complete verhaal – met spannende details – wil lezen, weet het nu te vinden.

OUDE EN NIEUWE CONTACTEN

Er staat nog veel meer lezenswaardigs in Nieuwe Moed. Om daar iets van te noemen, maak ik een keuze. Ds. A.W. van der Plas, jarenlang tweede voorzitter van HOE, biedt een bondig en helder historisch overzicht van de al eeuwenoude relaties tussen Nederland en Hongarije. Met name herinnert hij aan het belangwekkende feit dat jonge hervormde Hongaren in de Habsburgse tijd in eigen land geen theologische studie konden volgen. Dat dwong ze om op reis te gaan naar andere landen in Europa om daar universitair onderwijs te krijgen. Zo hebben tal van Hongaarse studenten Leiden, Franeker, Utrecht en Groningen aangedaan. Teruggekeerd in hun vaderland waren ze vaak voorzien van een voorraadje lectuur. Dat verklaart het op het eerste gezicht wonderlijke verschijnsel dat er in de Hongaarse theologische bibliotheken heel wat Nederlandstalige ‘oude schrijvers’ aan te treffen zijn. Ontroerend is wat hij uit eigen ervaring vertelt over ontmoetingen onderweg. Ooit kwam hij bij geval in contact met een noodlijdende gemeente waar 's zondags tevoren een gebedsdienst was gehouden. De preek ging over Psalm 18: ‘Zij hadden mij bedreigd op de dag van mijn ondergang, maar de Heere was mij tot steun.’ God leidde het zo dat die steun precies op tijd kwam.


Een ding was echter onveranderd gebleven: de gastvrijheid


KERK EN STAAT

Dr.ir. J. van der Graaf, oud-voorzitter van HOE, levert een instructieve bijdrage over ‘Kerk en staat in Hongarije in de twintigste eeuw’. Hij zou Van der Graaf niet zijn als hij die twintigste eeuw niet plaatste tegen het decor van de dramatische voorgeschiedenis van ons Hongaarse broedervolk. Hoe veelbewogen die geschiedenis ook was, ze heeft fasen gekend van betrekkelijke rust en kortstondige kerkelijke bloei. In de zestiende eeuw was Hongarije een protestantse natie, waar al in 1567 de (nog maar vier jaar oude) Heidelbergse Catechismus werd aanvaard, samen met de Tweede Helvetische Confessie. Maar wat kreeg de kerk het ook zwaar te verduren! Achtereenvolgens had ze te lijden onder het regime van Turken, Habsburgers, nazisme en communisme. Buitengewoon aangrijpend is ook de terreur die de Joden trof. Toen Hongarije in april 1945 door het Sovjetleger van het Duitse juk werd ‘bevrijd’, waren er ruim een half miljoen Joden omgebracht, veelal op gruwelijke wijze. Uit de manier waarop Van der Graaf de huidige politieke en kerkelijke situatie schetst, blijkt dat hij dat niet als buitenstaander doet. Als frequente Hongarijeganger heeft hij er talloze contacten opgebouwd en kent hij de situatie van binnenuit. Het deed me weldadig aan dat hij in zijn exposé met genegenheid melding maakt van de overleden predikanten Czöveck Oliver en Harkai Ferenc, alsook van de even erudiete als beminnelijke professor Tóth Kálmán. Wat is er overgebleven van die ‘protestantse natie’? Kwalitatief bepaald niet weinig. Maar kwantitatief? Het percentage protestanten is sinds 1600 van 95 gedaald naar 20.

WEDERKERIGHEID

Een diepteboring treft men aan in de bijdrage van prof.dr. Anne- Marie Kool. Zij kent Oost-Europa van zeer nabij. Ze was er ‘smokkelaar’, werd er student en vervolgens docent, en ze heeft er een uitgebreid netwerk opgebouwd. Als geen ander is het thema waarover ze schrijft haar toevertrouwd: ‘Spirituele verbondenheid én culturele verschillen tussen centraal Europa en Nederland’. Zij werkt dit thema in drieën uit: een korte historische schets van de gemeentecontacten met de kerken in Midden-Europa; nieuwe vormen van samenwerking; missionaire taken en kansen.

Van groot belang lijkt me haar waarneming dat er in het verleden vaak sprake was van een afhankelijkheidsrelatie vanwege het accent op materiële hulpverlening. Bovendien was er soms ook te weinig zicht op de ‘postcommunistische bagage’ die de kerken van Midden- en Oost-Europa met zich meedroegen. Ondanks de oprechte bedoelingen kon de hulpverlening toch de trekken van bevoogding aannemen. De auteur noemt het een houding van: ‘Wij (hier) weten wat goed is voor de zustergemeente (daar).’ Waar zij voor pleit, is dat dit eenrichtingsverkeer wordt omgezet in wederkerigheid. Ze citeert uit de mond van een Hongaarse die in Nederland woont: ‘Hongaren moeten leren de Westerlingen niet als geldschieters te zien. Hier in Nederland moeten we leren geld niet als oplossing voor alle problemen te beschouwen. Anders gezegd: leer elkaars leven te delen voordat je elkaars middelen deelt.’

Intrigerend is ook wat prof. Kool vertelt over het missionaire werk onder de Roma, een geheel eigensoortige schare van tien tot twaalf miljoen (!) zielen, her en der in Oost-Europa verspreid. Ook daarbij komt het erop aan ‘onze Westerse bril af te zetten en te proberen door een Oost-Europese bril naar de werkelijkheid te kijken.’


In het verleden was er vaak sprake van een afhankelijkheidsrelatie


Ik moet het hierbij laten, in het besef dat ik te kort doe aan de overige bijdragen, die stuk voor stuk van waarde zijn en waarvan die van drs. P.J. Vergunst al ten dele een plaats kreeg in De Waarheidsvriend. Ik eindig met twee citaten die me troffen. Het ene is van drs. J. Braaksma, voorzitter van HOE: ‘Uiteindelijk is wederkerigheid het sleutelwoord. Tegelijk ligt daar de zoektocht. Vaak vinden we het gemakkelijker om te geven dan te ontvangen.’ Het andere stamt van A.L. de Boo, vriend en steunpilaar van HOE vanaf het eerste uur: ‘Je ontving meer dan je bracht.’ Zo is het.

Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.

N.a.v. J. Braaksma en P.J. Vergunst (red.), ‘Nieuwe moed. Leven met de kerk in Oost- Europa’, Artiosreeks, uitg. Groen, Heerenveen; 187 blz.; € 13,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

MEER KRIJGEN DAN GEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's