De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HUIS VAN GOD IN VERVAL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HUIS VAN GOD IN VERVAL

Bijbelse steden met een boodschap [2, slot, Bethel]

7 minuten leestijd

Wie de naam Bethel hoort, denkt aan de droom van Jakob. Engelen van God klimmen omhoog en omlaag langs een ladder, die op de aarde staat en waarvan de top de hemel raakt. Bethel betekent huis van God. Menig kerkgebouw is met deze naam gesierd.

In de beschrijving van de geschiedenissen van Elisa komen we deze stad ook tegen. De plaats staat in schril contrast met een andere stad, Jericho. In Jericho brengt God door middel van Zijn profeet leven op een plek waar de dood heerst. In Bethel, huis van God, is het andersom. Wat ‘huis van God’ heet, wordt een plaats des doods.

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. We verkennen daarom de prediking die van de stad Bethel uitgaat. Ons ankerpunt ligt bij de geschiedenis die beschreven wordt in 2 Koningen 2:19-25.

HUIS VAN GOD

De naam Bethel komen we in het Nieuwe Testament niet tegen. Je zou het toch wel verwachten, wanneer je het eerste bijbelboek op Bethel naleest. Een rijkere plaats dan de plaats die ‘huis van God’ genoemd wordt, is nauwelijks denkbaar. Abram bouwt voor de HEERE een altaar; de schrijver van het boek Genesis lokaliseert die plek achteraf tussen Bethel en tussen Ai (Gen.12:8). Later, tijdens zijn vlucht voor Ezau, komt de HEERE Jakob tegemoet in een droom, en belooft hem en zijn nageslacht het land waarop hij ligt te slapen, te zullen geven. Krachtige beloften klinken: de HEERE zal overal met Jakob zijn, Hij zal hem beschermen, waar hij ook heen gaat. Het is een Godsontmoeting die Jakob, als hij wakker geworden is, brengt tot de uitroep: ‘De HEERE is werkelijk op deze plaats (…). Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel.’ (28:16-17) En zo is het. Zo diep is de HEERE neergedaald. Jakob is door eigen schuld op de vlucht, maar de God van Abraham en Izak zoekt hem op. Dat is een reden om de plaats te markeren met een gedenkteken, en ‘hij gaf die plaats de naam Bethel’; voorheen heette die plek Luz.

ONTMOETING

Die betekenis van Bethel blijft gaandeweg het eerste bijbelboek klinken. In 31:13 zegt de HEERE tegen Jakob: ‘Ik ben de God van Bethel…’ Later, in Genesis 35, zien we Jakob op Gods bevel teruggaan naar Bethel. God zegt tegen Jakob: ‘Maak daar een altaar voor de God Die aan u verschenen is, toen u vluchtte voor uw broer Ezau.’ (35:1) Ook Jakob zelf refereert met nadruk aan de gebeurtenissen die daar hebben plaatsgevonden: ‘Laten wij opstaan en naar Bethel gaan. Ik zal daar een altaar maken voor de God Die mij antwoordde op de dag toen ik in nood was, en Die met mij geweest is op de weg die ik gegaan ben.’ (35:3) Het is de plek waar God opnieuw aan Jakob verschijnt en hem noemt met zijn nieuwe naam, Israël (35:10).

Bethel blijkt nog steeds ‘huis van God’. Gedurende langere tijd blijft die klank behouden. De profeet Samuel heeft het over drie mannen, ‘die op weg zijn naar God, in Bethel’ (1 Sam.10:3). Blijkbaar functioneert Bethel als een plaats waar God Zich laat ontmoeten.

OMSLAG

Tijdens de koningentijd vindt er een omslag plaats. De schrijver van het boek Koningen, die het doen en laten van de koningen van Israël en Juda profetisch doorlicht, schetst ons hoe Jerobeam in zijn rivaliteit met Rehabeam twee gouden kalveren laat maken. ‘En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. Dit werd aanleiding tot zonde….’ (1 Kon.12:29-30)

Wanneer Jerobeam in eigen persoon offers brengt bij het altaar in Bethel, komt er ‘een man Gods door het woord van de HEERE uit Juda naar Bethel’. Een ernstig oordeelswoord klinkt en Jerobeam, die in zijn woede met zijn hand wijst om de profeet te grijpen, krijgt zijn arm aanvankelijk niet meer terug.


Bethel functioneert als een plaats waar God Zich laat ontmoeten


Vervolgens is Bethel het decor van de niet eenvoudig te duiden geschiedenis over een ‘oude en jonge profeet’. De jonge profeet, die tot het altaar in Bethel gesproken had, is ongehoorzaam aan het Woord van God en hij sterft; daarna begraaft de oude profeet de jonge profeet in het graf dat voor hemzelf bestemd was, en zegt: ‘De woorden die hij door het woord van de HEERE geroepen heeft tegen het altaar dat te Bethel is (…), zullen zeker uitkomen.’ (13:32)

VERHARD

Een latere fase in de geschiedenis van de koningen schetst ons hoe de situatie in Bethel niet verbeterd is, hoewel God Zelf Zich niet onbetuigd laat. Na de wegvoering van het tienstammenrijk lezen we over een priester die men uit Samaria weggevoerd had. Hij gaat in Bethel wonen. ‘Hij leerde hun hoe zij de HEERE moesten vrezen.’ (2 Kon.17:28) Een hoopvol moment, zo lijkt het. Maar het onderwijs van deze priester vindt geen gehoor. ‘Ieder volk bleef zijn eigen goden maken….’ (17:29) Harten blijken verhard.

CONTRAST

Het is binnen deze context dat we de geschiedenis van Elisa bij Bethel lezen. Na de wegneming van Elia en na het wonder in Jericho, gaat Elisa op weg naar Bethel (2 Kon.2:23). De inwoners van Bethel kenden Elia, en zijn opvolger Elisa evenzeer. Dat blijkt al in het begin van het hoofdstuk, als leerling-profeten uit Bethel nog buiten de stad aan Elisa komen vertellen dat Elia zal worden weggenomen (2:2-3). Of Elisa zelf ooit in de stad geweest is, weten we niet. Van Jericho lezen we het wel, van Bethel niet.

Deze keer bereikt Elisa Bethel in ieder geval niet. Want terwijl hij langs de weg omhooggaat, komen er jongens uit de stad. ‘Kleine jongens’, zeggen sommige vertalingen, maar het Hebreeuwse grondwoord is een rekbaar begrip. Er is reden om deze groep jongeren te beschouwen als ‘opgeschoten jeugd’, als jongvolwassenen die heel goed wisten wat ze deden.

Ze komen vanuit de stad, uit Bethel. En wat is het contrast dan groot. Terwijl Elisa in Jericho, ‘de vloekstad’, wordt binnengehaald en de nood van de stad aan hem wordt voorgelegd, blijkt hij als gezondene van de HEERE hier in Bethel, ‘huis van God’, niet welkom. Spottend en uitdagend klinkt de roep uit tientallen monden: ‘Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!’ (2:23). De geest van Bethel blijkt vergiftigd. De dienst van God is vermengd met de afgodendienst. De vrees voor God is ver geweken.

BITTERE WERKELIJKHEID

Het ‘opgaan’ kan betrekking hebben op het ‘omhoog gaan’ naar Bethel, maar in de spotwoorden is onmiskenbaar ook een verwijzing aanwezig naar wat deze jongens gehoord zullen hebben over de profeet Elia. Die ging ‘met vurige wagens en vurige paarden’ op naar de hemel. Spottend en smalend klinkt het: Ga op! Elia is opgevaren. Wat ons betreft ga jij ook. Ga op, kaalkop!

Niet Elisa, maar God Zelf wordt hier aangetast. En dat vertaalt zich in een vloek ‘in de Naam van de HEERE’ (2:24).

Waar het ‘huis van God’ de gezondene van God veracht, blijft niets anders over dan ‘een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden’

(Hebr.10:27). Hier bij Bethel zijn het twee beren, die 42 jongens verscheuren. Bethel, huis van God, beladen met de zegeningen van Gods verbond, ontvangt de vloek. Bittere werkelijkheid in Bethel: 42 namen, 42 graven die gedolven moeten worden, 42 jonge mensen voor wie het eeuwigheid werd. De geschiedenis is huiveringwekkend. Vragen en raadsels blijven over.

In de tijd van Jerobeam, die opdracht gaf tot de kalverdienst in Bethel, heeft ook Gods profeet Amos geprofeteerd. Bethel heet bij hem soms ‘Beth-Aven’: huis van ijdelheid, huis van leegheid. Amos verhaalt van een priester uit Bethel, die hem de mond wil snoeren. Het tekent de valse priesterdienst die in Bethel gevonden wordt. Een verschrikkelijk oordeelswoord dat Amos over Bethel uitspreekt, is het gevolg (Amos 7:17).

HOOP

Is er nog hoop? Jawel, maar niet vanuit Bethel. ‘Zo zegt de HEERE tegen het huis van Israël: Zoek Mij en leef! Maar zoek niet in Bethel (…); Bethel zal tot niets worden. Zoek de HEERE en leef.’ (Amos 5:4- 6)

Is er verwachting voor wie deze God zoekt? Lijkt Zijn spreken niet eerder een sprake des doods dan van leven? Toch niet. Want al klinkt de naam Bethel in het Nieuwe Testament niet, wel is er sprake van Eén Die met Zijn naam gelinkt is aan Elisa (‘God redt’).

In de laatste dagen heeft God gesproken door Zijn Zoon. Hij wordt bespot, gehoond, gesard, óók buiten de stad. Hij is een vloek geworden, opdat Hij ons met Zijn zegen vervullen zou. Hij is niet gekomen om de zielen van mensen te verderven, maar om die te behouden. ‘Zoek de HEERE, en leef!’ ‘De leeuw heeft gebruld. Wie zou niet bevreesd zijn? De Heere HEERE heeft gesproken. Wie zou niet profeteren?’ (Amos 3:8)

Ds. J.J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Stolwijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HUIS VAN GOD IN VERVAL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's