De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STRIJD TEGEN RATIONALISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STRIJD TEGEN RATIONALISME

Luther inspireert Claus Harms tot 95 ‘nieuwe’ stellingen

7 minuten leestijd

In 1817 verzorgt de Duitse theoloog Claus Harms een heruitgave van Luthers 95 stellingen met daarnaast evenveel stellingen van hemzelf. Harms wil met deze daad het rationalisme, dat als een zuurdesem de kerk had doortrokken, een halt toe te roepen.

‘Men moet de Christenen leren, dat zij geen blind vertrouwen stellen op hun predikanten, maar zelf uit eigen ogen leren zien en de Schriften onderzoeken als die van Beréa, of deze dingen alzo zijn.’ Het is een gewaagde stelling van een molenaarszoon die later predikant werd.

Aan het woord is Claus Harms. Als een herboren Luther werkt hij in 1817, op het derde eeuwfeest van de Hervorming, 95 nieuwe stellingen uit met de bedoeling daarmee het protestantisme van zijn dagen te toetsen en kritisch te bezien.

VERLANGEN

Claus Harms wordt op 25 mei 1778 geboren te Fahrstedt in Ditmarschen als zoon van Christiaan Harms en Margaretha Jochims. Zijn vader is molenaar van beroep. Lager onderwijs geniet Claus op de dorpsschool, waar hij tot de beste leerlingen behoort. Thuis werkt hij op de molen en wanneer hij een vrij uur heeft, studeert hij Latijn bij de dorpspredikant. In die tijd groeit het verlangen om predikant te worden. Zijn vader staat hier niet positief tegenover; zijn financiën laten dit niet toe. Als Claus achttien jaar is, sterft zijn vader en binnen een jaar wordt de molen verkocht. Een erfdeel van tweeduizend mark is voor Claus bestemd. Dit bedrag is toereikend om te gaan studeren. De inmiddels negentienjarige boerenknecht wordt leerling aan de Latijnse school te Meldorf en na twee jaar wordt Harms theologisch student aan de universiteit van Kiel.

SCHLEIERMACHER

Claus krijgt van zijn professoren de opdracht zelf de bronnen te onderzoeken. Hij heeft hier zo zijn bedenkingen over; in zijn biografie schrijft hij het volgende: ‘Dat onderzoeken der bronnen is uw werk, niet het mijne, daarvoor betaal ik u mijn collegegeld, later te gelegener tijd, zal ik het ook doen, nu ben ik hier om van uw lessen te profiteren en van uw onderzoek de resultaten mij eigen te maken…’. Tijdens een college maakt een vriend hem attent op het boek van Schleiermacher Reden über die Religion. Hij krijgt dit boek van hem op voorwaarde dat hij zijn mening hierover zal geven. Harms raakt door het boek geboeid. ‘Het lezen van dat boek gaf mij de eerste stoot tot een eeuwige beweging, dat boek gaf mijn geest een richting, waarin ik altijd voortgaan zou.’ Toch zal Harms niet geboeid blijven door deze theoloog. Wanneer hij kennisneemt van diens preken raakt hij teleurgesteld: ‘De man die in mij het levensbeginsel had opgewekt, heeft geen brood voor mij om het leven te voeden.’ Het onderzoek van Gods Woord brengt uiteindelijk een doorbraak in zijn leven. In juli 1802 legt Harms zijn kandidaatsexamen af en in 1806 wordt hij als tweede predikant verbonden aan de gemeente Lunden. In deze periode treedt hij in het huwelijk met Margaretha Jurgens. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren.

MEESLEPEND OPTREDEN

In 1816 wisselt Harms van standplaats en wordt hij predikant van de Nikolaïkerk te Kiel. Een collega spreekt na de intrededienst hem weinig hoopvol toe: ‘Ik hoop van harte dat gij ingang zult vinden bij de gemeente, maar stel u dat niet te licht voor…’. Een koopman uit zijn blijdschap omdat het oude geloof weer van de kansel verkondigd wordt. Harms heeft niet te klagen over het kerkbezoek. Hoewel hij geen kanselredenaar is, heeft zijn optreden iets meeslepends. Over zichzelf zegt hij: ‘Davids harp kan ik niet bespelen, maar wel zijn slinger hanteren.’ Hotels houden er zelfs rekening mee wanneer Harms preekt. Zij verplaatsen dan de tijd van de middagmaaltijd naar drie uur, na afloop van de kerkdienst.

STRIJD TEGEN RATIONALISME

De jaren 1817-1819 zijn voor hem de ‘allermerkwaardigste’ jaren van zijn leven: ‘Nooit was, voor of na die tijd, mijn uitwendig leven zo bewogen, mijn innerlijk leven zo vervuld als toen.’ Bij Harms rijpt in die jaren de gedachte om het rationalisme een halt toe te roepen. ‘Alles in de kerk is van het zuurdesem van het rationalisme doortrokken. Ieder woord bij doop, bij bevestiging, bij avondmaalsviering, bij huwelijksinzegening, bij begrafenisplechtigheden…’ Harms meent dat er nu gesproken moet worden en denkt aan wat God driehonderd jaar geleden door middel van Luther in de kerk tot stand heeft gebracht. Hij voelt zich gedrongen om tot daden over te gaan. Als tegenbeweging verzorgt Harms op het derde eeuwfeest van de Reformatie een heruitgave van Luthers 95 stellingen met daarnaast evenveel stellingen van hemzelf. Hij geeft ze uit ‘ter ere Gods, tot welzijn der kerk en ter dankbare gedachtenis aan Luther’. Harms wil de Lutherse Kerk herinneren aan haar grondslag en laten zien welke dwalingen er nu heersen.


De reacties op Harms’ stellingen zijn fel en scherp


FELLE REACTIES

Harms krijgt al snel reacties op zijn stellingen, de meeste zijn fel en scherp getoonzet. Niet alleen volwassenen, maar ook schoolkinderen kiezen partij door zich Harmsianen en Antiharmsianen te noemen. Harms wordt zelfs gewaarschuwd om 's avonds niet alleen op straat te lopen. In plaats van Archidiakonus noemt men hem Archidiabolus. ‘Nooit ben ik zo voor het voetlicht getreden als in die twee jaar’, schrijft Harms. Een professor uit Hamburg waarschuwt zijn studenten voor Harms, hij typeert hem als verwaand en dom. De theoloog Schleiermacher noemt de stellingen ‘raadsels die de moeite van het oplossen niet lonen’. Er zijn ook anderen, bij wie de ogen opengaan voor de vele dwalingen die in de kerk geslopen zijn. Harms legt al deze beschuldigingen naast zich neer. ‘God geeft mij rust in mijn gemoed, ik leef onbevreesd.’

GEESTELIJKE VADER

Op zijn vijfentwintigjarig predikantschap krijgt Harms van alle kanten gelukwensen, zelfs van de koning en koningin. Een student spreekt: ‘Gij zijt de kerkvader van onze tijd en de geestelijke vader van uw gemeente.’ Spontaan zingt men het Lutherlied: Ein feste Burg ist unser Gott.

Tijdens dit jubileum wordt Harms toegesproken door een hoogleraar: ‘Wij erkennen, dat de godgeleerde wetenschap haar naam onwaardig is, als zij niet rust op de enige waarachtige grondslag van het christelijk geloof.’ Woorden die vandaag nog even actueel zijn als in de negentiende eeuw. In 1843 wordt Harms’ gezondheidstoestand minder. Zijn ogen worden zwakker en na verloop van tijd is hij nagenoeg blind. Pasen 1849 houdt hij zijn laatste preek en op 1 februari 1855 overlijdt Harms.

CHARISMA

Een tijdgenoot typeert Harms als ‘een man, die nevens talrijke andere gaven ook het charisma der profetie in hoge mate bezat, een kerkvorst van zijn tijd, die in onze dagen zijns gelijke niet heeft’. De volgende gebeurtenis illustreert dit. Het gebeurde eens dat Harms tijdens een aanhoudende droogte bad om regen. Iedereen, zelfs Harms, was verrast toen plotseling grote regendruppels tegen de oude hoge kerkvensters aansloegen. Diep onder de indruk zweeg Harms enige seconden, met aandacht luisterde hij naar de regen. Met gesmoorde stem stamelde hij: ‘Luistert lieve gemeente! De Heere heeft u verhoord, de Heere gaat over u heen en Zijne voeten druipen van zegen.’

Harms was een oorspronkelijke geest; hij preekte het aloude Evangelie. Wat hij verkondigde, leefde, omdat hij het innerlijk zelf had doorleefd.

De betekenis van Harms is dat hij op een originele wijze de rijke boodschap van de Reformatie heeft doorgegeven aan zijn eigen tijd. Hij deed dit op een bezielende en betrokken wijze en zo wilde hij de kerk dienen. In de tijd waarin wij leven kunnen we hier een voorbeeld aan nemen.

H. Boele uit Hendrik-Ido-Ambacht is werkzaam in de gezondheidszorg en publiceert regelmatig kerkhistorische artikelen.


HARMS’ STELLINGEN

De eerste stelling is vrijwel identiek aan die van Luther en luidt: ‘Wanneer onze Meester en Heere Jezus Christus zegt: ‘Bekeert u!’, dan wil Hij dat de mensen hun leven zullen richten naar Zijn leer, en niet dat de leer zich aanpast aan de mensen, zoals men dit tegenwoordig doet, geheel overeenkomstig de tijdgeest.’ Stelling 11 gaat over het geweten: ‘Het geweten kan geen zonden vergeven, met andere woorden: niemand kan zichzelf zijn zonden vergeven. De vergeving komt van God.’
Stelling 21: ‘In de zestiende eeuw kostte de vergeving van de zonden geld; in de negentiende eeuw geschiedt zij gratis, want men vergeeft zichzelf de zonden.’
Stelling 24: ‘Sidderen en beven moet men als men bedenkt hoe goddeloos, dat is zonder God en godvrezendheid, de mensen zijn.’
Stelling 27: ‘Volgens het oude geloof heeft God de mens geschapen; volgens het nieuwe geloof schept de mens zijn God.’
Een actuele stelling is nummer 52: ‘Een vertaling in een levende taal moet elke honderd jaar herzien worden, om levend te blijven.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

STRIJD TEGEN RATIONALISME

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's