HET DERDE SACRAMENT
Nu vijfhonderd jaar geleden werden er grote veranderingen in gang gezet in kerk en samenleving. Veranderingen die samenhingen met een krachtige verkondiging. Niet eerder vertoonde de prediking zo'n bloei. Wat dat betreft was de Reformatie vooral een preekbeweging.
Bekend werden – later – de woorden van de reformator Heinrich Bullinger (Zürich): ‘de prediking van het woord van God is het woord van God’ (Praedicatio verbi Deï est verbum Deï). In die woorden gaat het over het vertrouwen op de vooronderstelling dat God tot ons heeft gesproken en dat Hij door de verkondiging steeds weer tot ons spreekt. Geen wonder dat de preek wel gezien werd als het derde protestantse sacrament. Geen wonder ook dat de prediking de eeuwen door in de belangstelling staat in de protestantse kerken.
WOORD EN DIENST
In Woord en Dienst staat een bijdrage van ds. A.J. Zoutendijk uit Utrecht waarin hij ingaat op de vraag of de tijd zijn prediking heeft veranderd. Hij zet in met een aantal vragen:
Hoe zouden onze preken de laatste vijfentwintig jaar veranderd zijn: preken we meer narratief [verhalend, red.] en contextueel? Is het wereldgebeuren misschien nadrukkelijker aanwezig in de verkondiging? En natuurlijk: zijn we met zijn allen meer missionair bewust geworden? Dan moet natuurlijk ook de omgekeerde vraag gesteld worden: wat doen we nu minder en wat laten we weg, de bekering misschien? Heeft de focus op het leven als christen nu de eeuwigheid verdrongen, ontbreekt het besef dat we vreemdelingen zijn op aarde (prof. A. van de Beek)? Gaat het nog over zonde en genade of spreken we de gemeente aan als mensen met zorgen en problemen en reiken we het evangelie aan als een medicijn? Vragen genoeg.
Ds. Zoutendijk stipt een aantal thema's aan waarvan ik er een paar uitlicht. Allereerst de gemeenschap die is voorgegeven en die voorafgaat aan het individuele:
(…) Ik merk dat ik nu meer nadruk leg op de heilsbetekenis van de gemeente als het lichaam van Christus. Niet wie jij bent als hoorder staat voorop maar dat je jezelf terugvindt in de kring van de gemeente. Daar worden we op één hoop geveegd en samen gezegend en geroepen. Dit geeft een bepaalde ontspanning die wat mij betreft essentieel is: je bent meer dan je eigen zelf en jouw identiteit en authenticiteit staan in het licht van die gemeenschap. Mijn ervaring is dat er dan ook heel persoonlijk gesproken kan worden zonder dat de prediker voortdurend vraagt: is dat bij jou ook zo? Ben jij ook al zover? De uitnodiging is eerder: je zou jezelf hier kunnen terugvinden, als deel van het ene lichaam, stukje bij beetje en gaandeweg. Dat is wel een verschuiving die zich bij mij heeft voorgedaan.
En als het om de ernst van de prediking gaat schrijft collega Zoutendijk:
De ernst van dood en oordeel zit in mijn ziel, maar ik maak er meestal geen groot punt van in de verkondiging. (…) De ernst van nu is dat wij geloof en gebed niet laten waaien. Dat is de zonde van de vergetelheid. Preken is dus: memoriseren, te binnen brengen. Herinner je, zegt Mozes, waaruit we bevrijd zijn. Bedenk dat je vroeger zonder God en zonder hoop was en dat je nu erfgenamen bent, zegt de Efezebrief tegen jonge christenen. We zitten allemaal in diezelfde geschiedenis van eens duisternis en nu licht. Besef je dat weer, dan laat je het wel uit je hoofd om God vaarwel te zeggen. Maar ‘vroeger’ blijft trekken, dus je moet het steeds weer horen. Een prediking bij daglicht waarin het duister geen plek heeft, doet tekort aan Gods geschiedenis met ons – en dan lijdt de ziel schade. (…) De mensen moeten een hekel krijgen aan dat oude Egyptische leven. Het evangelie schijnt in het donker.
En dan is er het toegenomen verlangen naar praktische en concrete prediking. Gemeenteleden willen weten hoe ze moeten leven, wat ze moeten doen. Al is dat misschien ook wel weer tot op zekere hoogte…
Hoe concreet wil je zijn in vermaningen en voorbeelden van goed of verkeerd gedrag? In dat opzicht is er meer vraag gekomen: wijs ons de weg. Wat kun je als christen doen en wat kun je beter laten? Er is vraag naar concrete aanwijzingen, het dagelijkse leven is belangrijk, hoe breng je je christenzijn op maandag in praktijk? Maar aan de andere kant is er minder behoefte aan duidelijkheid. Ieder wil het voor zichzelf uitzoeken, het moet passen bij jouw leven. Eigenlijk is er geen behoefte aan een gezamenlijke gedragsregel; dat is de paradox van het postmoderne levensgevoel, ook in de kerk. Ik ben nogal terughoudend met concrete aanwijzingen. Wat je anderen aanraadt, moet er echt toe doen. Wat hebben de hoorders aan een opsomming van allemaal verstandige maar ook beperkte adviezen? Er is een hogere kunst: dat je de beweging opspoort waarin God ons wil brengen. En daarnaast: dat je de grenzen toont waarbinnen God ons in vrijheid laat leven. Zo'n grens is bijvoorbeeld dat je van ophouden moet weten, het leven wordt onderbroken door de rustdag. Dat geeft eeuwigheidsbesef in een dynamisch bestaan (Heidelbergse Catechismus).
Het roept de echo's op van een geliefde uitspraak van Luther: ‘Het Woord van God komt om te veranderen.’ De Reformatie vertrouwde erop dat het de levende God Zelf is die present is in het zwakke mensenwoord en daarin speelt de Heilige Geest een belangrijke rol.
ONDERWEG
In Onderweg wordt dr. Jos Douma uit Zwolle geïnterviewd. Hij denkt veel na over ‘het eigen werk van de Geest rondom de Woordverkondiging’. Heleen Sytsma-van Loo vraagt:
Mensen veranderen is het werk van de Geest, terwijl jij als predikant het Woord verkondigt. Hoe werken Woord en Geest samen?
Het werk van de Heilige Geest is een groot mysterie. Als gereformeerden zijn we er daarom in het verleden wat verlegen mee geweest en hebben we de Geest als het ware opgesloten in het Woord, alsof Hij er alleen maar in meekomt. Maar professor Trimp heeft vroeger al eens gezegd: ‘De Geest zit niet opgeslagen in het Woord als energie in een batterij.’ Naar mijn overtuiging moeten we echt een inhaalslag maken om te ontdekken wat het eigen werk van de Heilige Geest is rondom de Woordverkondiging. Ik heb er in dat verband overigens moeite mee om te spreken over het in balans brengen van Woord en Geest, alsof het om twee tegenstrijdige grootheden gaat. De prediking moet totaal vervuld zijn van beide. Een juiste luisterhouding is een belangrijke voorwaarde om de Geest zijn werk te laten doen, en dat houdt meer in dan alleen uitgerust en aandachtig in de kerk zitten. Om open te staan voor de Geest tijdens de Woordverkondiging moeten we ons oefenen in een intens verlangen om door Woord en Geest aangeraakt te worden. Ik denk dat het belangrijk is dat de hoorder luistert in de Geest, in de zin van Romeinen 8:16: de Geest Zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. De menselijke geest is de plek waar God ons leven kan binnenkomen.’
Wat bedoel je concreet met ‘luisteren in de Geest’?
Belangrijk is met welke verlangens je bezig bent als je naar de kerk gaat. Wil je eens kijken hoe de voorganger het vandaag doet? Wil je specifiek iets horen wat jou raakt? Of sta je open voor wat er door Woord en Geest naar je toekomt, vanuit het verlangen om meer op Christus te gaan lijken? Ga bij jezelf na: wat wil ik dat er gebeurt tijdens de preek? Zorg dat er een intens verlangen is om helemaal vol te zijn van de Geest en helemaal vol te zijn van het Woord. Dat kan alleen als er een bedding is van gebed en bijbellezing in heel je leven, dus niet alleen voorafgaand aan de dienst. Je zou kunnen zeggen dat er drie actieve personen zijn tijdens de preek: de predikant, de Geest en de hoorder. De Geest komt wel opdagen, ook al kunnen we Hem doven en tegenstaan. De prediker moet zich laten leiden door de Geest, maar ook gewoon zijn huiswerk gedaan hebben. Maar jij als hoorder moet bij jezelf nagaan met welke verlangens je naar de woordverkondiging luistert. Als er in dat ene uurtje moet gebeuren waar jij in de hele week niet aan toegekomen bent, dan is de kans op mislukking vrij groot.
Het zou er vanuit deze passage op kunnen lijken dat de Geest zich afhankelijk maakt van onze luisterhouding. Maar ik denk dat ds. Douma vooral aandacht vraagt voor de kerkdienst als krachtenveld van de Geest waar ik ‘de Heere door zijn Geest in mij laat werken’ (zondag 38 HC). Of zoals het in dat mooie lied staat:
Hier is de plaats waar God ons wil ontmoeten
waar wij met eerbied en ontzag zijn heiligheid begroeten de eerste dag.
Hier vraagt Hij ons Hem toegewijd te wezen,
het boek des levens op te slaan, zijn heilig woord te lezen en te verstaan.
(Lied 3 uit de bundel Tussentijds)
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's