De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INFORMELE JEUGDGROEPEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INFORMELE JEUGDGROEPEN

Dr. Harmen van Wijnen: Relatie kerk en jongeren staat onder druk

6 minuten leestijd

De relatie tussen kerk en jongeren staat in Nederland sterk onder druk, blijkt uit onderzoek van Harmen van Wijnen. Nieuwe wegen in het denken, handelen en gedragen zijn nodig om samen tot leven en geloven over de kloof heen te komen.

Van Wijnen spreekt in zijn proefschrift Faith in Small Groups of Adolescents. Being Together as a Basic Given over een ‘mismatch’ tussen de jeugd en de kerk. Op 14 september promoveerde hij aan de PThU op deze Engelstalige studie. Een hartelijke gelukwens met het voltooien van zijn studie is op zijn plaats.

VERBINDING

Dr. Van Wijnen heeft onderzoek gedaan onder vijf (informele) small groups van adolescenten naar hun geloof in praktijk en naar hun verbinding met de kerk. Het proefschrift is opgebouwd uit vijf artikelen voor internationale tijdschriften die een heldere samenhang vormen met de hoofdvraag van het onderzoek. Deze betrof de vraag hoe de praktijk van kleine groepen zich verhoudt tot het geloof van de adolescenten en tot hun relatie met de kerk en hoe deze praktijk theologisch geëvalueerd kan worden.

De focus van het onderzoek spitste zich toe op vier onderzoeksvragen, namelijk kleine groepen, geloof, adolescenten, de kerk en hun onderlinge verbondenheid. De onderzoeker heeft bewust gekozen voor een kwalitatief onderzoek waarin de resultaten van gesprekken, interviews en (video) observaties, gekoppeld aan gedegen literatuurstudie, hebben geleid tot een uitstekende balans tussen theorie en praktijk.

MOEITE

De vijf groepen die Van Wijnen heeft onderzocht, zijn afkomstig uit een schakering van tradities binnen de Protestantse Kerk. Ze werden geselecteerd uit het netwerk van de onderzoeker zelf, de HGJB en JOP. De vijf groepen waren op verschillende manieren tot stand gekomen. Het betrof (kleine) groepen van verschillende omvang.

Alle adolescenten waren bekend met de beginselen van het christelijk geloof. En bij allen bleek dat ze moeite hebben met de kerk waaruit zij komen. Dit betreft met name de kloof die ze ervaren tussen de praktijk van hun leven en de wijze van geloven binnen de geïnstitutionaliseerde verbanden van hun gemeente en kerk.

De reacties uit de gesprekken die genoteerd zijn, liegen er bepaald niet om. ‘De kerk is saai’, ‘kerk is hetzelfde als politiek’, ‘ik zie de kerk als een groot gebouw met slechts oude mensen’, ‘de preken spreken totaal niet aan’, ‘voor mij voelt het echt als een verplichting’.

Tegelijkertijd zijn de reacties met betrekking tot de groepen waartoe ze behoren vrijwel uitsluitend positief van toonzetting. ‘Hier vertrouwen we elkaar’, ‘we leren hier meer dan op andere plaatsen in de kerk’, ‘we komen bij elkaar om over allerlei dingen van het christelijk geloof na te denken’. Bovenstaande reacties schetsen een glashelder beeld. De relatie tussen kerk en jongeren staat onder sterke druk in Nederland. Jeugdwerkers in kerken en in het georganiseerde landelijke jeugdwerk bevestigen dit en ook in de gemeente waarvan ik deel uitmaak is dit beeld herkenbaar. Van

Wijnen spreekt over een ‘mismatch’ tussen de jeugd en de kerk en formuleert de vraag of de kerk en de jongeren nieuwe wegen kunnen vinden in het denken, handelen en gedragen om samen tot leven en geloven ‘over de kloof heen’ te komen.

INFORMELE GROEPEN

Een van de belangrijkste conclusies uit Van Wijnens proefschrift is dat in zijn beleving ‘zijn’ vooraf gaat aan ‘organiseren’. Zijn adagium ‘samen zijn als basisgegeven’ suggereert dat het individu niet kan ‘zijn’ zonder anderen. Voor jongeren blijkt het samen zijn een belangrijke aanjager te zijn voor de manier waarop ze hun leven gestalte geven en inrichten.

Vervolgens stelt Van Wijnen dat informele groepen van adolescenten in de vorm van neo-tribes naast de traditionele vorm van kerk-zijn betekenisvolle plaatsen van geloof kunnen zijn. ‘De ecclesiologie dient het beeld dat de kerk slechts kerk is wanneer deze georganiseerd is, te verleggen naar het beeld dat kerk kerk is wanneer zij verbonden is met de bron en zich overal kan openbaren’.

Eerder zegt hij dat de small groups een open theologisch perspectief (dat niet overschaduwd wordt door theologische discussies) nodig hebben. Zo kunnen zij ‘bijzonder krachtige plaatsen worden voor meer spontane en informele kwaliteiten en manifestaties van kerk zijn’.

VRIJE KERK

Van Wijnen stelt dat een theologische verwerping van informele uitingen vitale initiatieven kan blokkeren. Dat is helder, maar andersom kan een theologisch standpunt als legitimatie voor een ecclesiologie van de vrije kerk ook problematisch zijn. Neem de sociale triniteitsgedachte, waarin de analogie met de Drie-eenheid als sociaal gebeuren gebruikt wordt als motivatie voor een sociale ecclesiologie. De diversiteit van haar leden vormt de eenheid van de kerk en haar leden ontlenen hun identiteit aan de relatie met elkaar. In veel vrije groeperingen vormt juist deze gedachte een grondpatroon.

GEHEEL LOS

Toch komt de vraag op of de waardering voor de ecclesiologie van de neotribes niet te groot is. Terecht stelt Van Wijnen dat ‘kleine groepen zinvolle en krachtige kerkplaatsen kunnen zijn voor mensen die in verscheiden netwerken leven en op plaatsen waar formele verbindingen met de kerk problematisch zijn’. Ook geloof ik met hem dat de natuurlijke verbondenheid die veel van deze small groups kenmerkt naast een organiserend of sociaal zeker ook een geloofsmatig karakter kan hebben.

Tegelijkertijd lijkt het mij echter mogelijk dat de ontstane tribes geheel los komen te staan van de (institutionele) kerk. Immers is het ‘dogmatische vocabulaire van de kerk nauwelijks relevant’ voor adolescenten en ‘je kunt ook goed zonder de kerk’. En hoe goed de sociale cohesie binnen zo’n small group ook is, kan zij echt duurzaam standhouden? En zo niet, waar vallen de leden van de tribe dan op terug? En trouwens, wie geeft de tribes het broodnodige onderwijs uit de Schrift?

WAARDE

Van Wijnen besluit zijn onderzoek met aanbevelingen voor de kerk, het jeugdwerk en het onderwijs. Het is essentieel voor de kerk van vandaag er goed notie van te nemen. De oproep aan de jeugdwerkers onderschrijf ik van harte. ‘Ken ze, zie ze, wees er voor ze, en ondersteun hen met een door geloof ondersteund begrip’.

Ik zou daar iets aan willen toevoegen. Wijs hen op de waarde die zij als neo-tribes de bestaande kerk en het jeugdwerk kunnen bewijzen. Wijs hen ook op de verantwoordelijkheid die zíj hebben voor Gods kerk op aarde. Dat ze een vast gegeven zijn is inmiddels duidelijk. Toch kunnen ook zij uiteindelijk niet zonder de (institutionele) kerk en de kerk is zonder hen incompleet.

Dr. J. van Wijk is docent Engels aan het Driestar College in Gouda.


N.a.v. Harmen van Wijnen, ‘Faith in Small Groups of Adolescents. Being Together as a Basic Given’, uitg. Eburon, Delft; 192 blz.; € 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INFORMELE JEUGDGROEPEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's