De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LEEGTE EN VERLANGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEEGTE EN VERLANGEN

7 minuten leestijd

De verrassende verkiezingsoverwinning van Donald Trump brengt een lawine aan reacties teweeg, ook vanuit kerk en theologie.
In de wekelijkse digitale nieuwsbrief van de Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) wordt bijvoorbeeld Calvijns uitleg bij Deuteronomium 17 geciteerd over de macht van de koning die nadrukkelijk wordt begrensd. ‘Want zijn begeerten zijn onverzadigbaar en koningen beelden zich eenvoudig in dat hun alles is toegestaan.’
Dat is beslist een passende tekst al zal die net zo goed voor Obama en Rutte gelden als voor de vastgoedmagnaat die nu voorsorteert op het Witte Huis. In het Nederlands Dagblad stond een bijdrage die wat dat betreft dieper graaft. De oudtestamenticus dr. Koert van Bekkum (Theologische Universiteit Kampen) is bij de uitvoering geweest van Händels oratorium Jephtha (1751) uit het boek Richteren. Voor het eerst wordt dit stuk echter als een opera uitgevoerd door de Nationale Opera in Amsterdam. Van Bekkum analyseert de wisselwerking tussen tekst en enscenering in een uitvoering die een verpletterende indruk op hem maakte:

NEDERLANDS DAGBLAD

(...) Dat komt natuurlijk door het verhaal zelf, over de charismatische Jefta, de verstoten zoon van een prostituee, die leider wordt van het volk Israël, de Ammonieten verslaat, maar zijn dochter offert. De schitterende wijze waarop Händel de emoties in en rondom het verhaal in klank heeft vertaald, de formidabele solisten en de topmusici van Concerto Köln droegen er ook aan bij.
Wat mij in deze uitvoering echter vooral verbijsterde, was de verbeelding van het verhaal in kleding, decors en acteerwerk, en hoe die de zoetige uitleg van het verhaal in het oratorium onder kritiek plaatst. ‘Vertrouw je toe aan Gods leiding, en alles komt goed! Alleluia, Amen’, klinkt het aan het slot. Ik keek ernaar met een knoop in de maag. Het overtuigt namelijk voor geen meter. Er staan vier gebroken mensen op het toneel. Is dit werkelijk Gods leiding?
En het stuk roept nog een indringende vraag op: wat is uiteindelijk de prijs die we betalen, als we met goede bedoelingen of onder vrome voorwendselen kiezen voor een sterke, charismatische leider?
Het antwoord op die vraag ligt in een vergelijking tussen de boodschap van Händels oratorium, de enscenering en het bijbelverhaal zelf
.
Voor Händels tekstschrijver, de anglicaanse priester Thomas Morell, is Jefta een deugdzame held. In zijn tijd lag het bijbelverhaal al onder vuur. Hij past daarom dezelfde truc toe als de Kanttekeningen in de Statenvertaling en gebruikt een uitleg die in de Middeleeuwen – in een tijd van ernstige Jodenvervolging – werd bedacht door rabbijnen: Jefta’s dochter is niet geofferd, maar heeft zich de rest van haar leven als maagd gewijd aan God. Volgens Morell is Jefta’s gelofte om zijn dochter te offeren weliswaar een domme fout, maar tegelijk geïnspireerd door de Heilige Geest.
Net als bij het offer van Abraham grijpt daarom een engel op het moment suprême in. De moraal van het verhaal: hoe erg alles ook lijkt, geef je over, want Gods leiding maakt alles goed. Heel christelijk bedoeld allemaal. Maar dat is het niet.

Dr. Van Bekkum zinspeelt en passant op de uitleg dat Jefta zijn dochter niet werkelijk als brandoffer geofferd heeft zoals hij in een gelofte had uitgesproken (Richt.11:31). De statenvertalers zeggen in de Kanttekeningen dat Jefta zijn gelofte aan haar voltrok; dat wil zeggen: ‘Doende haar blijven in haar maagdelijken stand, en haar den Heere heiligende, en afzonderende volgens zijn belofte’. In plaats van haar te offeren wordt Jeftha’s dochter aan God geheiligd.

Regisseur Claus Guth geeft aan deze uitleg een heel eigen draai. Hij stelt de kleurrijk verklankte emoties, de dreiging en het geweld in het verhaal centraal. Als de helden zingen van grootse triomfen, herinneren scènes op de achtergrond aan het slagveld in Syrië. De strijders dragen bebloede kleren en lijken ontgoocheld. Is dit Gods bevrijding? Is het echt de wil van de hemel dat Jefta zijn dochter offert? ‘Ja, dit is de weg van de Voorzienigheid!’, zingt het koor een gebroken Jefta vanuit een kerkbank toe. En als die dochter uiteindelijk is gered en zich als maagd aan God heeft gewijd, moet dat haar blij maken. Maar wie haar op haar non-nenbrits ziet zitten, weet beter. Dit verhaal kent alleen maar verliezers.
Claus Guth lijkt met zijn diep donkere interpretatie veel dichter bij het bijbelverhaal te komen dan Thomas Morell.

En dan volgt een uitleg van Richteren 11 door Van Bekkum:

In het boek Richteren heeft God het helemaal gehad met Israël. Desondanks schenkt Hij, zonder dat Israël tot Hem roept en zich bekeert, in Jefta toch weer redding. Door een buitenstaander. Een man met een minderwaardigheidscomplex en een onstilbare honger naar erkenning. Begiftigd met ‘power’ en retorisch talent. Twee keer weet hij zo de macht naar zich toe te trekken. De derde keer gaat het gruwelijk mis. Hij dacht Gods bijstand te kunnen kopen met een mensenoffer, maar valt in zijn eigen zwaard.
Een dode dochter, geen nakomelingen, geen naam in Israël en uiteindelijk zelfs burgeroorlog.
De Jephtha van de Nationale Opera verbeeldt als geen ander de dreiging en wanhoop die het bijbelverhaal de lezer als een spiegel voorhoudt. Wie, gelovig of niet, eigenbelang vooropstelt, allereerst doet wat goed is in eigen ogen en vervolgens roept om een sterke leider om de problemen op te lossen, kan daar lang, heel lang, prima bij leven. Het is zelfs niet uitgesloten dat God narcistisch ingestelde-figuren gebruikt om tijdelijk verlichting te geven. Omdat Hij de ellende niet meer kan aanzien. Maar wie de kwalijke kanten daarvan vroom wegpraat, vergist zich. Want deze weg loopt dood. Uiteindelijk volgen er uitsluiting en geweld en vallen er slachtoffers. God kan zelfs beslissen mensen aan hun eigen kwaad over te laten.

Donald J. Trump zal komende maanden vast erg meevallen. Zoals misschien Marine le Pen, Frauke Petry en Geert Wilders dat komend jaar ook zullen doen na klinkende verkiezingsoverwinningen. Maar dat neemt de onderliggende culturele en morele leegte niet weg die hen heeft gebaard, laat staan de dreiging en het geweld die narcistisch ingestelde leiders in zich meedragen.
Zeker, het mooie aan geloof in God is dat, wat er ook gebeurt, Hij regeert en de wereld in Zijn hand houdt. Maar dat betekent niet altijd dat het wel goedkomt. Kijk maar naar Jefta.

AREOPAGUS

Naast de culturele en morele leegte is er in onze wereld ook verlangen. Onlangs – ik noemde het al eerder – hield de IZB een studiedag over prediking. De persoonlijk getinte lezingen staan nu in het (gratis) digitale magazine Areopagus. Ds. Pieterse uit de Paaskerk in Amstelveen ziet niet alleen leegte; hier in een – te – kort fragment:

We onderschatten de inhoudelijke erosie in de gemeente. Te vaak nog zien we secularisatie als iets van buiten. De gemeente zelf is diep geseculariseerd. Zondag aan zondag moeten velen opnieuw worden ingewijd in de Schrift. Preken veronderstellen Schrift en traditie als bekend en zijn gericht op hen die al weten, maar wie zijn dat? (...) Jarenlange erosie van catechese en leerhuis hebben de grond van het verstaan tot in de kern van de gemeente doen verdampen. We zullen ons meer en meer moeten richten op de Schrift zelf. Verkondiging begint toch niet pas in het woord dat wij er overheen roepen? We miskennen het verlangen. Heeft het einde van de kerk en het verdampen van haar taal werkelijk het verlangen naar het Evangelie doen verdwijnen? Overal om me heen hoor en zie ik verlangen naar diepgang, betekenis, zin – of het nu Bas Heijne [columnist NRC] is die iedere week roept om een verhaal; de booming yoga cursus; de zingeving op de Zuidas; of de burgemeester die een goeroe uitnodigt ter inspiratie... Er woont veel verlangen rondom het lege plein van onze stad. Veel te lang heb ik en velen met me dat afgedaan als inferieure religieuze modes. Weggehoond als oppervlakkige zweverige weet-ik-veel-wat. Maar kennen we het verlangen dat om ons heen woont en sijpelt daarvan iets door in onze prediking?

Ds. Pieterse citeert dan uit een preek van de mysticus Meister Eckhart:

Hij schrijft: ‘Als wij God alleen op bepaalde plaatsen kunnen vinden is het onze gebrekkigheid. God is op alle plaatsen Dezelfde en is, als het aan Hem is, overal bereid Zich te geven. God is ons nabij; wij zijn Hem ver’. preekt hij naar aanleiding van Lukas 21:31.

Er is leegte, er is verlangen. En de levende God is er die ons verlangen wekt en stilt.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

LEEGTE EN VERLANGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's