GLOBAAL BEKEKEN
Op vrijdag 16 december hoopt ds. A.J. van den Herik uit Moerkapelle aan de Vrije Universiteit te Amsterdam te promoveren bij de hoogleraren G. van den Brink en H.G.L. Peels op een lijvig proefschrift met de titel Een woonplaats voor de Heilige. Onderzoek naar de strekking en relevantie van Ezechiël 40-48 vanuit een christelijk-theologische optiek. In de literatuurlijst treft men veel ‘Israëltheologen’ aan. De auteur trekt enkele conclusies ten aanzien van het volk en het land.
Het volk
Israël is en blijft het bijzondere volk van God (Rom.9:1-5). Dit aspect is bij de interpretatie van Ezechiël 40-48 van belang. (...) De beloften van Gods verbond zijn ook voor de volken bestemd (o.a. 1 Petr.2:10). Israël is Gods ‘eerstgeborene’ (Ex.4:22), maar God richt Zich ook tot de heidenen. Het was reeds vanaf het begin Israëls roeping om een zegen voor de volken te zijn (Gen.12:2). We moeten dit dubbele perspectief in de hermeneutiek van het visioen verdisconteren. Het is een visioen voor Israël, maar wij mogen het ook op de volken betrekken (al blijft Israël daarbij een bijzondere plaats houden). Dit visioen biedt Israël hoop en verwachting. Ook Israël zal eens zijn bestemming bereiken: volk van God te zijn én volk van het Lam. Voor die toekomst staat de belofte van God uit Romeinen 11:25-32 garant. Hoe deze toekomst er in concreto uitziet, weten we niet. Deze ligt in Gods hand. En bij Hem is zij veilig.
Het land
Het land Israël is teken van Gods verbond. Tegelijk herinnert het aan Eden en wijst het vooruit naar de nieuwe schepping. In het Nieuwe Testament zien we een perspectiefverbreding, waarbij vooral de volkerenwereld in het vizier komt. Tegelijk blijft de eigen plaats van Israël in het heilsplan van God belangrijk. Ezechiël 40-48 onderstreept de actualiteit van de landbelofte. God heeft immers geen spijt of berouw van Zijn ooit aan Israël gegeven beloften (Rom.11:29). Anderzijds is de vormgeving van het nieuwe land typerend voor Ezechiël: een realistische beschrijving binnen een surrealistisch kader. Zij is aards en tegelijk onwerkelijk. De grootte van het land roept vragen op, maar dat geldt temeer van de idealistische manier waarop de grenzen getrokken zijn. Daardoor krijgt de beschrijving een hoog symboolkarakter. Dit wordt nog onderstreept doordat Ezechiël de grenzen anders trekt dan andere profeten. We hebben hier te maken met een theologische beschrijving; die niet zomaar politiek geduid mag worden of verabsoluteerd. Kortom, de landbelofte mag in de theologische discussie niet vervluchtigd maar evenmin verhard worden (dr. G. van den Brink en dr. C van der Kooi in de Christelijke Dogmatiek.
***
Al eerder gaven we een citaat uit een preek van Luther op 5 januari 1526 over de doop van Jezus, ‘de geliefde Zoon’. Uit een tweede fragment dat de heer H.C. van Woerden mailde:
Nu, hoe kon God meer weggeven en Zich lieflijker of zoeter openbaren? Hij zegt immers dat het Hem zeer welgevallig is, dat Zijn Zoon Christus zo vriendelijk met mij spreekt, het zo goed met mij bedoelt, en met zo’n grote liefde voor mij lijdt en sterft, ja alles doet!
Denkt u niet dat als een mensenhart dit welgevallen van de Vader in Christus – ook in het dienen van ons – eens op de goede manier zou voelen, dat dan zo’n hart van pure vreugde in honderdduizend stukken moest breken? Want daar zou het [mogen] kijken in de afgrond van het hart van de Vader, ja in de grondeloze en eeuwige goedheid en liefde van God, die Hij voor ons heeft en van eeuwigheid gehad heeft (vgl. Joh.3:16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's