HERSENDOOD, EN DAN?
Pastoraat - orgaandonatie [2, slot]
Het laat zich verstaan dat orgaandonatie een zeer emotionele kant heeft. Het zal waar zijn dat er ook een troostend aspect is, namelijk de gedachte dat de dood van een dierbare het leven redt van één of meer anderen. Hoe sterk die troost daadwerkelijk is, kan ik niet beoordelen.
Dat in verband met orgaanuitname snel gehandeld moet worden, behoeft geen betoog. Het gebeurt meestal tussen één tot vijf uur na overlijden. Of dat van invloed is op de rouwverwerking van de nabestaanden, lijkt me niet echt. Is iemand op de intensive care (ic) overleden, dan kan men daar ook niet onbeperkt blijven. Trouwens: Joden en moslims begraven hun doden aanmerkelijk sneller dan christenen. Er is bij orgaanuitname zowel ervoor als erna ruim tijd voor afscheid nemen. Dat laat onverlet dat donatie én transplantatie met veel emoties gepaard gaan. Er is verdriet en blijdschap.
De emotionele kant, belangrijk in het proces van rouwverwerking moet niet gebagatelliseerd worden. Er voltrekt zich voor het oog van de verslagen familie een tegennatuurlijk gebeuren. Ons beeld van de dood is dat iemand niet meer ademt, koud, stil en bewegingsloos wordt. Bij een hersendode donor gaat de borstkas echter nog steeds op en neer, door de lucht die de hart-longmachine erin blaast.
WANNEER DOOD?
Bij postmortale donatie geldt niet hartdood, maar hersendood als criterium voor overlijden. De patiënt reageert niet langer op prikkels. Het EEG (elektro-encefalogram) dat de elektrische activiteit van de hersenschors meet, is vlak (een rechte lijn op monitor of papier). Dit in tegenstelling tot wat je ziet bij een diep coma. De hersenstam is onherstelbaar beschadigd. Alle lichamelijke functies die vanuit de hersenen worden aangestuurd, zijn gestopt.
Niet van iedere overledene zijn de organen bruikbaar, alleen die van ‘goede kwaliteit’ zijn. Dat is niet het geval wanneer grote hoeveelheden medicijnen werden gebruikt, of wanneer infecties organen hadden aangetast.
Om organen als hart, longen, lever en nieren vitaal te houden, worden hartslag en ademhaling kunstmatig in stand gehouden na overlijden. Daardoor blijft het bloed door het lichaam stromen. In principe zijn dus alleen organen bruikbaar van mensen die in het ziekenhuis overlijden, meestal op de ic.
In het wettelijk vastgelegde protocol zijn puntsgewijs de criteria beschreven waaraan het ziekenhuis moet voldoen bij het vaststellen van hersendood. Er zijn enkele barrières ingebouwd, bedoeld om ‘orgaanroof’ te voorkomen.
ONTZIELD
Een andere belangrijke vraag is wanneer de ziel zich losmaakt van het lichaam. In zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de kerk, op grond van de Schrift ‘dat mijn ziel terstond na dit leven tot Christus haar Hoofd’ gaat. Daar zit geen moment tussen.
Huist de ziel nog in het lichaam zolang dat kunstmatig ‘in leven’ gehouden wordt, ja of nee? Is het ons trouwens toegestaan om het stervensproces te beïnvloeden ofwel te verlengen? Zijn er grenzen en zo ja, waar liggen die? Als de hersenstam uitvalt, zijn doorgaans de grote hersenen al eerder gestopt met functioneren. Bewustzijn, ademhaling, bloeddruk, temperatuur en andere hersenstamreflexen vallen uit. Er is sprake van totale hersendood. Alleen kunstmatig kunnen de organen nog intact gehouden worden. Het mag hiermee duidelijk zijn dat een mens een organisch geheel is. Mijns inziens is het moment van hersendood dan ook het moment waarop lichaam en ziel uiteengaan. De patiënt is gestorven, ook al wordt dit door de hart-longmachine gemaskeerd en toont de monitor hartslag. Dat het lichaam van een gelovige vanaf dat moment niet langer de tempel van de Heilige Geest (1 Kor.6:19) is, lijkt me evident. Tempeldienst is trouwens dienst aan God én aan de naaste. Dat zou weer uitgelegd kunnen worden als een pro-argument voor donatie in ruime zin.
STRESSVOLLE SITUATIE
Om orgaanuitname mogelijk te maken worden hartslag en ademhaling dus kunstmatig in stand gehouden na overlijden. Het hart blijft kloppen en temperatuur en bloeddruk worden op peil gehouden. Dat kan voor de nabestaanden uiterst verwarrend werken, zeker in een stressvolle situatie. Zeker wanneer men bedenkt dat vooral organen van jonge, gezonde mensen in aanmerking komen voor donatie. Vaak gaat het om verkeersslachtoffers die plotseling op de intensive care van het ziekenhuis belanden. Het is een slecht moment voor nabestaanden om in deze omstandigheid ook nog te moeten nadenken over orgaandonatie. Ruim zeventig procent van hen maakt dan bezwaar. Daarom is het belangrijk zelf tot een beslissing te zijn gekomen en dat ook kenbaar te hebben gemaakt in eigen familiekring. Orgaandonatie betekent niet dat de overledene niet meer ‘te zien’ is of dat diens uitvaart moet worden uitgesteld. Mensen hebben het recht om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen orgaandonatie. Hun redenen gaan anderen uiteindelijk niets aan. In de pers laaide de discussie over het ‘wederkerigheidsprincipe’ weer in alle hevigheid op, nadat de Tweede Kamer akkoord was gegaan met het beoogde donorregistratiesysteem. Wie geen donor wil zijn, moet ook niet willen en zelfs kunnen ontvangen in tijd van nood. Ook een dergelijk standpunt getuigt niet van naastenliefde.
Is degene die aan de overheid laat weten geen donor te willen zijn, een egoïst als hij, zodra de nood aan de man komt, wel een levensreddend orgaan wil ontvangen? Dat lijkt me een boude beschuldiging. Wat is de reden voor zijn afhoudende houding als het gaat over ‘geven’? Maar als hij niettemin toch wil ontvangen, is hij op zijn minst inconsequent.
ZORGVULDIG
Ieder zal voor zichzelf een weloverwogen besluit moeten nemen. De Bijbel reikt ons geen pasklare antwoorden aan op de vraag of orgaan- en weefseldonatie wel of niet geoorloofd is, hooguit antwoorden in afgeleide zin. Daarbij kan het voorbeeld dat Jezus naliet, ons helpen. Ik denk met name aan de liefdevolle wijze waarop Hij met zieken omging. Tegelijkertijd relativeert onze verhouding tot Hem ook het krampachtig streven naar lang en gezond leven, waarbij we alles zetten op de ene kaart van het leven. Christenen en niet-christenen houden er een andere mens- en levensvisie op na en zullen om die reden ook verschillende argumenten hanteren in het komen tot een standpunt inzake orgaandonatie.
Wie leeft vanuit het geloof, kan onmogelijk een materialistisch mensbeeld huldigen. Dat betekent dat we ook rondom en na het sterven van een geliefde zorgvuldig en liefdevol omgaan met diens lichaam. Dit sluit postmortale donatie niet bij voorbaat uit. Wellicht ten overvloede: er is in dat geval geen sprake van lijkschennis.
GOEDE BEGELEIDING
Voor een goede rouwverwerking is belangrijk dat de nabestaanden ervan overtuigd zijn dat de dood zijn werk heeft voltooid en dat de overledene ook echt gestorven is. Het uitnemen van organen uit het lichaam daarna, kan heftige emoties losmaken. Daaraan mag niet worden voorbijgegaan. Goede begeleiding is daarbij van wezenlijk belang. Een goed ziekenhuis zal daar ook al het mogelijke aan doen. De familie moet immers zelf ook gemotiveerd zijn. Binnen een familie kan verschil van mening zijn. Er mag niets geforceerd worden. Men moet ook met elkaar verder kunnen in de toekomst.
Ieder zal zelf een weloverwogen besluit moeten nemen
Is orgaandonatie een principiële kwestie of niet meer dan een middelmatige zaak? Ik neig zelf naar het laatste. Wie het zonde is, die is het zonde. En een ieder zij in zijn eigen geweten ten volle overtuigd. Laten wij elkaar daar dan vooral niet negatief om beoordelen.
Het is belangrijk in alle nuchterheid en vrijheid tot een gerijpt en weloverwogen besluit te komen. Geen betere plaats om dat te doen dan voor het aangezicht van God en in overeenstemming met het eigen geweten (Rom.14:12).
Tot slot is het zinvol onszelf de kritische vraag voor te leggen wat we zouden doen wanneer we zelf in een levensbedreigende situatie zouden verkeren als gevolg van orgaanfalen. Een levensreddende ingreep weigeren? Of toch maar dankbaar gebruikmaken van de mogelijkheden die zich voordoen?
Ver boven heel deze discussie uit gaat de vraag wat onze enige troost is in leven en sterven. Zei Jezus niet dat we voor alles eerst het Koninkrijk van God moeten zoeken? (Matt.6:33)
Ds. J. Belder uit Dordrecht is emeritus predikant (jbelder@kliksafe.nl).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's