DE STUWKRACHT VAN GEBED
Geestelijke opwekking in Holland [2, slot]
Een samenwerkingsverband van 22 mannen besluit om in 1905 opwekkingsconferenties door heel Nederland te organiseren. Ds. M. ten Broek legt uit waarom: Ons land wemelt van die arme tobbers die altijd om het Evangelienet heen zwemmen en er nooit inkomen.
Tussen april en december 1905 hebben er ten minste 78 conferenties plaats. Meer dan vijftig ooggetuigenverslagen hiervan zijn gepubliceerd in dagblad De Nederlander en in de tijdschriften Maranatha en Jeruël. Een aantal ervan heeft Johannes de Heer later gebundeld in zijn boekje Enige herinneringen aan de opwekking in Holland in 1905.
ORGANISATIE
Een kerngroep van drie personen, de muzikant-evangelisten De Heer en Van Essen en ds. Van Heest, reist het land door. Dit op verzoek van lokale kerkelijke gemeenten, die ook de kosten dragen van het evenement. Archiefonderzoek in Dordrecht en Stadskanaal vertelt ons precies hoeveel guldens er telkens nodig zijn voor eten, drinken en onderdak.
Voor het onder de aandacht brengen van de samenkomsten maakt men gebruik van moderne media: de krant. De samenkomsten worden, na toestemming van kerkenraden, afgekondigd in de verschillende kerken, aldus handgeschreven notulen van kerkenraadsvergaderingen.
Opvallend is dat de conferenties niet op zondag plaatsvinden. Men wil reguliere erediensten niet verdringen. Plaatselijke predikanten zijn daarnaast als sprekers actief tijdens conferenties.
Naast de kerngroep zijn ook twee Utrechtse professoren uit de ethisch-irenische stroming, Is. van Dijk en J.J.P. Valeton, veelgehoorde sprekers. Ondanks de landelijke organisatie wordt er in de uitvoering samengewerkt met lokale kerkgemeenschappen. De opwekkingsbeweging is hierdoor geen concurrent van de kerk, maar kerk en opwekkingsbeweging stimuleren elkaar.
Wekelijks verschijnen er berichten over de opwekking in landelijke media. Dagblad De Nederlander schrijft op 1 mei 1905: ‘De geestelijke opwekking, die zich vanuit Wales over de gehele wereld begint te verbreiden, breekt ook machtig door in ons vaderland!’
CONFERENTIES
Wat gebeurt er precies tijdens deze opwekkingsconferenties? Elke samenkomst heeft een vast programma. ’s Morgens is er een bidstond. ’s Middags en ’s avonds is er een afwisselend programma, dat bestaat uit appèllerende prediking (met daarin aandacht voor het profetische Woord en de spoedige wederkomst van de Heere Jezus), openbare schuldbelijdenissen, openbare getuigenissen, opwekkingsverhalen uit Wales en er wordt veel gezongen. De dan net gepubliceerde zangbundel van Johannes de Heer, met daarin veel vertaalde opwekkingsliederen uit Wales, is zeer populair.
UTRECHT
Op 11, 12 en 13 april vindt de ‘bestorming van Utrecht’ plaats, zo lezen we in een opwekkingsverhaal. ‘Over de hele breedte van het front woedde de strijd. De tegenpartij werd aangevoerd door de oversten Twijfelman, Sleurgang, Kerkist, Uitsteller, Zwartkijker – voorwaar, een geduchte schare! Maar die bij ons waren, waren meer dan die bij hen waren, ook waren wij veel beter gewapend en uitnemender gevoed. Onze Koning leidde ons tot een heerlijke overwinning. Schans na schans werd binnengedrongen en overmeesterd en de Kruisvaandel werd erop geplant.’ Er kwamen er zo veel ‘tot erkenning van onze Koning als hun Heere’.
BIDSTOND
‘Predikanten, evangelisten, voorgangers van verschillende nuance en kleur verkondigden de blijde boodschap van heil in Jezus Christus.’ Verder lezen we: ‘Een vader, een dronkaard van de ergste soort, een man die in geen 20 jaar in de kerk geweest was, is zo woedend op zijn kind, dat hij rondloopt met het plan zijn dochter en zichzelf te doden. Een van de voorgangers van de conferentie bezocht de man en nodigde hem uit voor de avondsamenkomst. Eer die samenkomst gehouden werd, werd de man in een bidstond aan God opgedragen en er werd om zijn bekering gebeden. Aan het einde van de avondsamenkomst stond deze man op en gaf zich aan Jezus.’ Naast vele bekeringen gebeurt er ook dit: ‘Veel van Gods kinderen waren in slaap gevallen, zoals de bruiloftsmaagden uit de bekende gelijkenis van Christus. Maar op de roep in de prediking: ‘De Bruidegom komt!’ worden zij wakker, aanvaarden de zegen, die de Heere schenkt en laten zich bereiden voor de komst van de Bruidegom. Het eigenaardige is dat men in deze samenkomsten zo volkomen nuchter is. Opwinding is er een onbekende zaak. Er wordt veel gezongen, maar er wordt vooral veel gebeden. Het gebed is de grootste stuwkracht van deze beweging.’
DOR DORP
Een predikant uit Meppel vertelt over de grote gevolgen in zijn stad: ‘Mensen gaan niet betaalde rekeningen bij de dokter betalen, gewone bidstonden worden beter bezocht, de kerkgang neemt toe en ook het aantal avondmaalgangers groeit.’
‘Zo was Alkmaar een echte Hollandse stad, type van Noord-Hollandse zindelijkheid en kalme rust en ook op geestelijk gebied is het er zeer rustig en erg precies. Een platform in de kerk, het mogelijk zingen van ‘vlugge liedjes’, het gevaar dat in de samenkomsten mensen zouden opstaan’, het maakte de organisatie er niet gerust op. Maar in de praktijk bleek het een geslaagde conferentie waar de drie plaatselijke hervormde predikanten goed op terugkeken.
Een opwekking gebeurt niet op onze tijd
Er is ook een ‘samenkomst tot opwekking van het geestelijk leven’ in het ‘dorre Veluwse dorp Harderwijk’. De leer had jaren het geestelijk leven ‘verstijft, versteent en vermoordt’ en de schrijver van dit verhaal, de burgemeester, ervaart dat de Harderwijkers, zelfs de Gereformeerden, nu los komen ‘van de letter die doodt, om te ervaren dat het de Geest is Die levend maakt’.
KRITISCHE GELUIDEN
Gevaar ligt op de loer. ‘Want’, zo schrijft de hervormde ds. C.L. van de Broek, die terecht bang is voor fanatisme, ‘een houding als deze kan leiden tot ‘separatisme en methodisme’. Immers als geestelijke ervaringen gaan heersen over het Woord, dan gaat het mis. Er was ook angst voor het overstijgen van kerkelijke muren. Een ouderling in de evangelischlutherse kerk in Stadskanaal wil mensen van andere kerken de toegang ontzeggen tot een conferentie die in hun kerkgebouw wordt georganiseerd. Ook is hij kritisch op zijn predikant die ‘niet alleen hart moet hebben voor mensen die op conferenties komen, maar vooral ook voor zijn eigen gemeenteleden’.
TOETSEN
Er waren dus ook spanningen. Kritische vragen klonken. Dr. W. van Vlastuin wijst erop, vanuit de geschriften van Jonathan Edwards, dat de duivel juist in tijden van opwekking tekeergaat. Hij zal aan de ene kant proberen om mensen vast te houden in een ongeestelijk leven. Als men echter oog krijgt voor het geestelijke, probeert hij de slinger te laten doorslaan naar het overgeestelijke. Opwekking dient altijd getoetst te worden aan de Bijbel (zie kader op pag. 8). In die zin in de opwekking in 1905 werk van de Geest. De rechtzinnige secretaris van de ‘Bonds-Evangelisaties’ in Martenshoek en Heiligerlee, de hervormde ds. E. Sijperda uit Tjamsweer, schrijft: ‘Angstvalligheid heeft haar grenzen. Wij menen op te merken dat ook de meer kritisch gestemde geesten hierin steeds meer het werk des HEEREN gaan zien, dat onze dankbare erkenning vraagt.’ Juist in tijden van opwekking moeten we ons echter niet laten meeslepen in fanatisme. Whitefield schrijft: ‘Sla de bewegingen van Gods gezegende Geest in uw ziel met waakzaamheid gade, en beproef altijd de veronderstelling of indrukken die u te eniger tijd voelt, aan de onfeilbare regel van Gods allerheiligst Woord. Als ze daarvoor niet worden bevonden welbehaaglijk te zijn, verwerp ze dan als duivels en bedrieglijk.’
VERLANGEN
Achter het onderzoek naar dit stukje vergeten Nederlandse kerkgeschiedenis ligt ten diepste een verlangen naar een opwekking. De Heere mag erom gebeden worden, maar een opwekking gebeurt niet op onze tijd.
Van Iain Murray leren we dit: ‘Opwekking moeten we niet onderschatten, maar ook niet overschatten. De gemeente van Christus aanvaardt de bestendigheid van de aanwezigheid van de Geest en zodoende onderwaardeert zij niet het ‘normale’. Zij gedenkt: ‘Zie Ik ben met u al de dagen’, en laat zich daarom niet ontmoedigen voort te gaan op het pad van de gewone christelijke arbeid. Toch gelooft zij tegelijkertijd in ‘de machtige uitstorting van de Heilige Geest’.
Ds. G.H. Molenaar is predikant van de hervormde gemeente te Doornspijk.
BIJBELSE KENMERKEN
De puritein Edwards beschrijft vanuit 1 Johannes 4 vijf bijbelse kenmerken van een ware opwekking. Dr. W. van Vlastuin heeft ze kernachtig samengevat:
1. De historische Christus staat centraal in de geestelijke beleving. Er is geloof in, liefde tot en belijdenis van de Naam van de Heere Jezus.
2. De belangen van het rijk van de satan worden ondergraven. De liefde tot de wereld wordt gedood, er komt zondebesef en er komt een reformatie van het leven.
3. Het Woord van God krijgt en heeft gezag. Het wordt het richtsnoer in alle dingen van het geestelijk leven.
4. Nauw aan het voorgaande verbonden is dat de Geest altijd leidt in de waarheid.
5. Ten slotte kenmerkt een beweging van de Heilige Geest zich door een geest van liefde tot God en mensen.
Als deze kenmerken er zijn, is Edwards ervan overtuigd dat de Heilige Geest werkzaam is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's