De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRIBBE-WIJSHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRIBBE-WIJSHEID

...en legde Hem in de kribbe... LUKAS 2:7m

4 minuten leestijd

Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar. (Jes.1:3) Het is een van de oude kribbe-wijsheden in de Bijbel. Maar dat Gód voor Zichzelf ook zon voederbak heeft gereserveerd, werpt op die kribbe een heel nieuw licht.

De Schrift is nog meer verwijzingen naar de kribbe rijk. ‘Als er geen koeien zijn, blijft de kribbe schoon’, zegt Spreuken 14:4. En Job ziet niet graag ‘een wilde os bij zijn kribbe overnachten.’ (Job 39:12)

VOEDERBAK

God ligt in een voederbak. Meer kan ik er niet van maken. Meer wil God kennelijk ook niet dat wij ervan maken. Want dit is Hij Zelf, ten voeten uit. Al eeuwen geleden had Hij dit plekje voor Zichzelf gereserveerd: En u Bethlehem-Efratha, al bent u klein onder de duizenden van Juda... (Micha 5:1). Nog kleiner, nog nederiger is het uiteindelijk geworden: een kribbe. We zouden er zomaar aan voorbij kunnen lopen. Maar een stem uit de hemel roept ons hierbij stil te staan: ‘En dit zal voor u het teken zijn, u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.’
‘In kribbe’ staat er letterlijk, zonder lidwoord. Dat lijkt mij lastig zoeken. Maar voor die herders was het kennelijk geen probleem. Op het woord van de hemel zijn ze op weg gegaan. Ze hebben het Kindje gevonden, ‘liggende in de kribbe’.
Aandoenlijk vind ik dit. Ieder jaar grijpt het mij weer aan. Eerlijk gezegd storen mij die ‘kribbevragen’. Ik lees al die verklaringen met betrekking tot de kribbe dan ook niet meer. Hoe die er precies heeft uitgezien, maakt mij niet zoveel uit. En als het over de locatie gaat, stel ik mij tevreden met ‘Bethlehems dreven’. Want dat daar ooit een van de stammoeders van Jezus de broodnodige aren raapte op de akker van Boaz, mag bijzonder heten: Ruth, de Moabitische. Komt verwondert u hier mensen, bij deze kribbe, want hier is het langverwachte Brood, neergedaald uit de hemel.

VAN LEVENSBELANG

‘En dit zal voor u het teken zijn’, staat er. We moeten er wel diep voor buigen en goed kijken om het te zien. De lang verwachte Redder van de wereld ligt diep weggestopt, in doeken gewikkeld. Mijn Heere en mijn God! Een oud kerstlied uit de lage landen zingt:
’t Kwam op de aarde en ’t had er geen huis.
’t Kwam op de aarde en ’t droeg al zijn Kruis.

‘Als God zo klein wilde worden, hoe kunnen wij dan nog groot willen zijn?’ (Augustinus) Over kribbe-wijsheid gesproken. Intussen staat die kribbe haaks op elk gezond verstand. ‘Hoe bespottelijk schijnt het Hem in een kribbe te zien liggen, Die door God als Koning en enige Zaligmaker gezonden is!’ (Calvijn) Maar juist zo is Hij voor ons van levensbelang, nu en voor eeuwig. God koos voor Zich een plek zo laag mogelijk bij de grond. En zelfs dat was Hem nog niet laag genoeg. Zó diep wilde Hij gaan dat Hij geen grond meer onder Zijn voeten overhield. Op Golgotha wordt ons het ‘Kindje in de kribbe’ volledig uit de doeken gedaan, vastgespijkerd aan een hout, naakt.

KRACHT

‘En legde Hem in de kribbe.’ Dat is: God in mijn ellende, God verwikkeld met mijn schuld. Zo verschrikkelijk is onze zonde kennelijk voor God dat Hij zich al in de kribbe laat breken als brood om ons te spijzigen tot het eeuwige leven. Het is om stil van te worden.

Voor mensen die op hun eigen wijsheid prat gaan, is dit de dwaasheid gekroond. Mensen die zichzelf geestelijk nog kunnen bedruipen, ergeren zich eraan. Maar voor wie het Evangelie gelooft, is dit de manifestatie van Gods kracht (vgl. 1 Kor.1), een kracht die zijn uitwerking niet zal missen in het leven van alle dag. Want dit zal voor ons het teken zijn: Ik was hongerig en u hebt Mij gevoed. Ik was dorstig en u gaf Mij te drinken. Ik was die vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed. Ik was ziek en u hebt Mij bezocht. U bent het misschien vergeten, maar toen Ik in de gevangenis was, hebt u Mij bezocht.
Zo wil het Brood, neergelegd in de kribbe, door onze handen worden gedeeld en wordt het vermenigvuldigd.

HERBERG

De Eeuwige doorbreekt een grens.
Van liefde loopt Hij over:
Gods enige Zoon wordt mens.

Breekbaar is het Brood
dat aan de wereld leven geeft,
die Hem geen herberg bood.

Ik herberg Hém
– zo doet Hij mij uit de doeken –
als ik een herberg ben.

Ds. A. Visser uit Harderwijk is predikant van de hervormde gemeenten te Garderen en Bussum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

KRIBBE-WIJSHEID

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's