DE STILTE DOORBROKEN
Gods verlossend spreken in Zijn Zoon maakt sprakeloos
Wat een wonder dat God het grote stilzwijgen doorbreekt. God had de mens immers het gevolg van moedwillige ongehoorzaamheid duidelijk gemaakt. Hij zou sterven. Toch spreekt God door de komst van Zijn Zoon.
Adam en Eva zwijgen in alle talen. Ze komen niet met hun zonden voor de dag. Er is geen belijdenis, geen schuldbesef. Ze zijn dood voor God. Toch hult de Heere Zich niet in een eeuwig stilzwijgen, in een doodse stilte. Hij herneemt het woord.
In de schepping klinkt Zijn spreken als een bevel. Als Hij zegt: ‘Er zij licht’, dan is er licht. ‘Zijn wil gebiedt en het wordt terstond.’ In de herschepping – als God ons ontdekt aan de zonde, aan wie we zijn – horen wij in eerste instantie geen bevel maar een vraag. Mens, waar ben je? Dat is een confronterende vraag.
Die vraag moeten ook wij beantwoorden. Waar ben je? Waar zit je geestelijk gezien? Waar ben je mee bezig? Wat is je drijfveer? Wat is je hoofddoel? Maak de balans eens op. Is koerswijziging misschien noodzakelijk? Om niet te zeggen: bekering?
INITIATIEF
Het initiatief om de stilte te doorbreken gaat dus van God uit. Dat is opvallend. Adam en Eva gaan met hun ellende niet tot God. Het is net andersom: God komt tot Adam en Eva in hun ellende.
Volgens een oud catechisatieboekje is dit misschien wel onze grootste ellende: dat wij onze ellende helemaal niet kennen en er ook helemaal niet mee zitten. Zou de apostel Paulus dat misschien bedoelen als hij in Efeze 2 schrijft dat ‘wij dood waren door de misdaden’? Dat is duidelijke taal. Een dode heeft niets, een dode kan niets en zit feitelijk ook nergens mee.
GEHEIM
Wat is het toch wonderlijk dat de Heere omziet naar de mens. De apostel Paulus gaat namelijk verder met: ‘Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons mede levend gemaakt met Christus. (Uit genade zijt gij zalig geworden).’ Hij maakt de gevallen mens levend met Christus en in Christus.
Dat laatste is het cruciale geheim, al vergeten sommigen dat wel eens. Het betekent dat buiten de gezonden Zoon in ons menselijk vlees geen zaligheid is te vinden. Hoe kan dat? Door Zijn almacht. De Heere Jezus zegt: ‘Doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven.’ Zijn spreken is een levenwekkend spreken, een heilzaam spreken.
De eeuwen door heeft God dat spreken doen horen, zelfs op de momenten dat de mens het er allerminst naar maakte. Zelfs aan de vooravond van de ballingschap, op het ogenblik dat er voor God alle reden is om er eeuwig het zwijgen toe te doen, laat God Zijn volk wegvoeren met het Evangelie in hun oren: ‘Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot Licht zien.’ Het ondankbare en het ongehoorzame volk ontvangt de Messiasbelofte! Te midden van het oordeel geeft God toch nog uitzicht. Hoe groot en liefdevol is Hij.
CLIMAX
Dat liefdevolle spreken van de Heere vindt zijn climax in de komst van de Zaligmaker naar deze wereld. De Hebreeënbriefschrijver zegt het zo: ‘God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.’
De komst van de Zoon als Mens in deze wereld is het meest duidelijke spreken van God in deze wereld. De Heere Jezus zegt het Zelf: ‘Al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekendgemaakt.’ En ook: ‘Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.’ Geen enkele profeet vóór Jezus heeft dat ooit durven en kunnen zeggen. ‘Het Woord is vlees geworden’, schrijft Johannes in zijn evangelie. In Jezus heeft God op de meest duidelijke wijze tot ons gesproken.
Zijn spreken is zo heilzaam. Wat heeft God er veel voor over gehad om ons hart te bereiken. Zijn spreken leidt immers tot massaal tegenspreken. Het bekendmaken van Zijn Naam opent de mogelijkheid tot het lasteren van Zijn Naam.
De Heere heeft het er allemaal voor over gehad! Sterker nog: Hij zendt het Woord, in hoogsteigen Persoon, vleesgeworden en al, naar de aarde. En dat Woord wordt gekruisigd. Opnieuw wordt Hij tot zwijgen gebracht. Zijn mond moet dicht, Zijn boodschap verdraaid.
RAUWE BOODSCHAP
Wat doen wij met deze boodschap, met het Kind in de kribbe? Wat doen wij met het door God geschonken Woord? Gaan wij misschien opnieuw aan het spreken van God voorbij? En dat terwijl de van God gegeven Messias moest komen in de diepste vernedering. Die vernedering was niet voor niets. Gods Eniggeboren Zoon werd neergelegd in een voerbak voor de beesten. Hij kwam niet hoog te paard tot ons, maar gezeten op het veulen van een ezelin. Deze rauwe boodschap herinnert ons aan onze hulpeloosheid en ellende. Daar zouden we wat meer bij moeten stilstaan. Dat zou ons meer tot verwondering moeten strekken: Heere, wat is het toch dat U naar mij hebt willen omzien?
Wij kunnen immers zomaar onze eigen accenten aanbrengen in het kerstevangelie. Daarbij heb ik het niet over de manier waarop de seculiere wereld aan het kerstfeest invulling geeft. Daarbij heb ik het over de vraag of wij in onze gemeenten, in onze gezinnen, de kern van de Boodschap helder hebben. Daarbij heb ik het over de vraag of ik vanuit die kern de vreugde en de verwondering ken. Wat is de kern? Dit: God is in Zijn spreken zo ver gegaan dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gezonden heeft. Je zou kunnen zeggen dat God niet verder kon gaan. Jezus zei het als volgt in de gelijkenis van de boze wijngaardeniers: ‘En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.’ Niet dus. Daarmee komen we bij de diepe, onbegrijpelijke liefde van God.
Komst van de Zaligmaker is de climax van Gods liefdevolle spreken
SPRAKELOOS
Ondanks alles, ondanks voortgaande ongehoorzaamheid in de geschiedenis heeft God Zijn Zoon gezonden naar deze wereld. Wat een liefde voor u en mij. Zo lief heeft God de wereld gehad, zo onuitsprekelijk lief, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon aan deze wereld gegeven heeft. Nee, inderdaad niet de ‘uitverkoren wereld’, zoals sommigen dat willen lezen, verre van dat. God heeft Zijn Zoon overgegeven, prijsgegeven, ja zelfs uitgeleverd, zoals je dat doet met een misdadiger, ‘opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe’.
Daar worden we stil van. Maar dan is er sprake van een ander zwijgen dan het zwijgen van de mens waar ik zojuist mee begon. Dat is geen doodzwijgen of een ontkennen van onze zonden, maar een zwijgen vanwege een beschaamd erkennen van onze zonden. Dat is ook een zwijgen in verwondering. God had het niet behoeven te doen. Jezus had niet voor de dood behoeven te kiezen. De Heilige Geest had ons in de dood kunnen laten. Het is cruciaal dat die verwondering doorbreekt in ons hart. Of is alles vanzelfsprekend geworden?
Net als in het paradijs komt de Heere ons met het kerstfeest heilig ‘lastigvallen’. Misschien moet ons kerstfeest – met alles wat wij ervan gemaakt hebben – er wel voor sneuvelen. Laten we bidden om een kerstfeest vol van verstilling, overdenking en verwondering. Een kerstfeest vol van Christus Zelf. Deze God spreekt nog in de prediking. Dit verlossend spreken van God in Zijn Zoon maakt sprakeloos.
Ds. G. van Wijk is predikant van de hervormde gemeente te Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's