De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN DUISTERNIS NAAR LICHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN DUISTERNIS NAAR LICHT

Kerstliederen van Jochen Klepper

6 minuten leestijd

Poëziebundels kunnen een neutrale titel hebben zoals Gedichten of Verzen. Maar het kan ook anders. Beslist niet neutraal is de titel Kyrie van een Duitse liedbundel uit 1938. Deze is nadrukkelijk bedoeld als een belijdenis en stellingname.

Hoewel de titel niet voor iedereen direct begrijpelijk zal zijn, is het Griekse woord kyrie niet helemaal vreemd in ons taalgebied. Ik denk aan het kerstlied ‘Nu syt wellecome’, dat uit de Middeleeuwen stamt – de spelling maakt dit al zichtbaar – en nog steeds rond Kerst veel wordt gezongen.
Elk couplet daarvan eindigt met de korte refreinregel: Kyrieleys, een verkorting van het Griekse kyrie-eleison (= ‘Heere, ontferm U’), een gebruikelijke smeekbede in de middeleeuwse liturgie. Hiervan afgeleid ontstond ook de term ‘leis’ als benaming voor een godsdienstig lied, in het bijzonder een kerstlied met een refrein.
Ook de titel Kyrie zou heel goed kunnen samenhangen met de smeekbede kyrie-eleison.

TROOST

De dichter van Kyrie is Jochen Klepper (1903-1942), over wie reeds eerder in dit blad is geschreven, met name over zijn dagboek. Omdat hij getrouwd was met een Joodse vrouw, heeft hij met zijn gezin de beklemming, gruwelen en vrijheidsbeperkingen van het naziregime aan den lijve ondervonden.
In die moeilijke tijd, waarin naar zijn mening ook de Evangelische Kirche te weinig afstand nam van het nationaalsocialisme, viel hij terug op de Bijbel. In zijn dagboek schreef hij: de belofte is dat ‘God ons te midden van de angst van de wereld bij het geloof wil houden en dat Hij ons in het geloof verlost van het oordeel’. Sola fide! Die troost wilde hij vertolken in poëzievorm en deze kant van zijn schrijverschap zag hij als ‘een soort predikantschap’.
In de duistere tijd van het naziregime wilde hij deze principiële boodschap doorgeven: terug naar het onvervalste evangelie, vasthouden aan ‘het kruis, het sacrament en het Woord’. Te midden van kwelling en vertwijfeling niet geloven in Hitler als ware leider, maar in God als Leidsman, in Christus als de ware Redder. Zo ontstonden zijn gedichten, kerkelijke liederen, verzameld in de bundel ‘Kyrie’.

KERSTNACHT

‘Kyrie’ bevat geestelijke liederen gerelateerd aan het kerkelijk jaar: Kerst, Oudjaar, Nieuwjaar, Pasen, Pinksteren, Doop, Avondmaal.
Een van de kerstgedichten daarin is ‘Lied in de Kerstnacht’, dat ik citeer uit de uitgave Het licht breekt door de wolken, een bundel vertalingen door Titia Lindeboom, die ondersteund werd door de dichteres Ria Borkent.

LIED IN DE KERSTNACHT

Wie was U, Heer, voor deze nacht?
Door engelen werd U lof gebracht.
Bij God was U, vóór alle tijd:
afstraling van zijn heerlijkheid.
Heer, U formeerde al wat leeft,
U maakte al wat adem heeft.
Hemel en aarde schiep U door uw kracht,
God zélf was U, voor deze nacht.

Wie was ik, Heer, voor deze nacht?
Ik was een worm, vertrapt, veracht.
De zonde had mij in haar ban,
ik hield mij steevast verre van
uw heil en uw vergevend licht,
ik was vervallen aan ’t gericht.
God had mij heil en liefde toebedacht,
maar ik was duisternis en nacht.

Wie werd U, Heer, in deze nacht?
U werd de Redder, langverwacht.
Gods Zoon, die in de wereld kwam
en onze schulden op Zich nam.
U werd een kind in arme stal,
U boette voor de zondeval.
U, hoogste Heer, bekleed met macht en pracht,
kwam naast mij staan in deze nacht!

Wie werd ik, Heer, in deze nacht?
Geen mensenhart heeft dit bedacht:
de Vader was mij welgezind,
in Christus werd ik tot zijn kind.
Nog weet ik niet wat ik zal zijn;
ik volg alleen uw ster die schijnt,
uw klare licht dat mij verlossing bracht,
ik zing uw lof in deze nacht!

Boven het gedicht drukte Klepper als bijbeltekst 1 Johannes 3:2 af. Hierin spreekt de apostel over ‘nog niet geopenbaard’, maar ook over eenmaal zien ‘zoals Hij is’.
Klepper schreef niet primair voor hooggeschoolden, maar ter bemoediging van het gewone gemeentelid. Daarom heeft het gedicht een heldere opbouw, gebaseerd op tegenstellingen: ‘Wie was U?’ tegenover ‘Wie was ik?’, ‘Wie werd U?’ tegenover ‘Wie werd ik?’. En ook: ‘voor deze nacht’ tegenover ‘in deze nacht’. Kerngedachte is de cruciale wending in de wereldgeschiedenis: Christus verliet de hemelse heerlijkheid die Hij bij de Vader had en werd langs deze weg de Redder van zondaren. Hij boette voor onze ‘zondeval’. Zonder Zijn komst in deze wereld zouden ‘duisternis en nacht’ blijven heersen. En daarom kan de dichter eindigen met de regel:
ik zing uw lof in deze nacht!

NACHT

Klepper gebruikt frequent het woord ‘nacht’. Zo ook in het gedicht ‘De nacht is ver gevorderd’, waarin ‘nacht’ niet alleen verwijst naar de kerstnacht, maar ook naar de nacht van de zonde en de nacht van de wereldgeschiedenis: Christus’ wederkomst zal een eind maken aan die nacht van ‘duister’ en ‘donker’. Tegenover het duister van ons zondige bestaan is bij Hem ‘licht’ en ‘heil’ te vinden.

Boven dit gedicht drukte de dichter Romeinen 13:12 af, met als kern: ‘De nacht is ver gevorderd en de dag is nabijgekomen’.

DE NACHT IS VER GEVORDERD

De nacht is ver gevorderd,
de dag is niet meer ver.
Laat nu je lofstem horen
en prijs de Morgenster!
Zo helder als Hij flonkert,
er gloort een nieuw begin.
Wie pijn leed in het donker,
die stemt nu vrolijk in.

Een Kind is ons geboren!
De Koning wordt een knecht!
God zoekt, wat was verloren,
brengt ons voorgoed terecht.
Wie schuldig was bevonden,
verheft nu blij het hoofd,
want God vergeeft de zonden
van wie in ’t Kind gelooft.

De nacht zal snel verdwijnen.
Kom, haast je naar de stal
en zie de ster verschijnen,
die richting geven zal.
Je zult het heil daar vinden,
al eeuwenlang verwacht.
God zélf wil Zich verbinden,
met mensen van de nacht.

Nóg is het dikwijls duister,
nóg dreigt de bange dood.
Maar Christus in zijn luister
schijnt over angst en nood.
Al lijkt het donker machtig,
zijn liefde licht ons bij.
Gods redding is waarachtig,
zijn goedheid maakt ons vrij.

God wil in zwarte nachten
verlichtend naast ons staan.
Ons leed zal Hij verzachten,
ons lot trok Hij Zich aan.
De Schepper van de aarde,
is zondaars goedgezind.
Al wie de Zoon aanvaardde,
aanvaardt Hij als zijn kind.

De centrale boodschap is: God trok Zich ‘ons lot’ aan. Onze redding komt van Boven: ‘God zélf wil Zich verbinden, met mensen van de nacht.’ Ons heil is onlosmakelijk verbonden met het Kind in de kribbe. Er is vergeving voor wie geloven. In de woorden van het gedicht:
God vergeeft de zonden
van wie in ’t Kind gelooft.

En de slotregels zeggen het kernachtig:
Al wie de Zoon aanvaardde,
aanvaardt Hij als zijn kind.

Dr. J. de Gier uit Ede is neerlandicus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VAN DUISTERNIS NAAR LICHT

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 december 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's