INGEZONDEN
VROUW EN AMBT
Dr. C.A. van der Sluijs geeft in De Waarheidsvriend van 2 december een recensie van ons boek Zonen & dochters profeteren. Wij zijn niet gewoon, uit respect voor de recensent, om daarop te reageren. Dit keer doen we het wel. Uit de hele bespreking blijkt dat ds. Van der Sluijs geen voorstander is van de vrouw in het ambt. Dat is prima. Maar het is jammer dat zijn eigen mening een welwillende bespreking lijkt te domineren.
Hij vliegt echter uit de bocht als hij schrijft: ‘Heel subtiel tast dit boek het gezag van de Bijbel aan.’ Ds. Van der Sluijs gebruikt deze grote woorden in relatie tot onze exegese van Genesis 3:16, waarin wij op exegetische gronden kiezen voor de uitleg dat hier sprake is van een vloek over de vrouw – ‘Hij zal over u heersen’ – en niet van een ‘heilzame regeermacht ten goede’. Opvallend is dat ds. Van der Sluijs onze uitleg afwijst zonder ook maar één argument te noemen. En ook niet aangeeft dat wij onze opvatting uitvoerig onderbouwd hebben. Nog opvallender is dat ds. Van der Sluijs kennelijk niet op de hoogte is van publicaties uit eigen kring. In 1985 verdedigde ds. C. den Boer in Man en vrouw in bijbels perspectief – een uitgave vanwege de Gereformeerde Bond – ook de opvatting dat hier sprake is van een vloek. Betekent dit dat het gezag van de Bijbel op ‘subtiele’ wijze door de Gereformeerde Bond wordt aangetast? Ds. Van der Sluijs meent zelfs dat ‘als het erop aankomt’ onze publicatie de weg baant voor het heersen van de vrouw over de man. Als ds. Van der Sluijs recht gedaan had aan onze interpretatie van de bekende ‘zwijgtekst’ uit 1 Timoteüs 2, dan had hij dit niet geschreven.
HENK FOLKERS, MAAIKE HARMSEN, ALMATINE LEENE EN MAARTEN VERKERK, REDACTIE VAN ‘ZONEN & DOCHTERS ZULLEN PROFETEREN’
VROUW EN AMBT (REACTIE)
Een en ander ligt toch genuanceerder dan u het voorstelt. Ik sprak niet van directe Schriftkritiek, maar van een vrije en daarmee onjuiste exegese, die navenante hermeneutische gevolgen heeft voor de hele publicatie. Naast dit argument noemde ik ook het zich afvragen van de auteurs of de voorstelling van God als mannelijk wel terecht is. Die vraag is blijkens het hele boek een antwoord. Dit nadert inderdaad Schriftkritiek. Dit liet ik niet eens zo zeer wegen, al hangt hier wezenlijk alles met alles samen.
De tekst Genesis 3:16 (‘en hij zal over u heersen’) mogen de auteurs een vloek noemen. Daar heb ik op zichzelf geen bezwaar tegen, als zij dit met mij maar willen zien als een corrigerende of therapeutische handeling van God, waardoor de man opnieuw hoofd van de vrouw wordt, volgens de scheppingsorde (zo ook onder andere Calvijn en de Pulpit Commentary). Ds. C. den Boer had in 1985 een front naar theologen die aangaven het gezag van het Woord niet te erkennen; nu zijn er blijkbaar theologen die zichzelf orthodox blijven noemen en toch tot heel andere conclusies komen. Als men ds. Den Boer nu gebruikt, moet men ook zijn conclusies overnemen.
Het verwijt van aantasting van het Schriftgezag met het beroep op de vrijheid van exegese is precies het punt waartegen dr. P.F. Bouter schreef in de door het bestuur van de Gereformeerde Bond uitgebrachte brochure Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Want dit ‘heersen’ of deze heilzame regeermacht ten goede is namelijk latent en consistent aanwezig in de prediking als vertolking van het ‘alzo spreekt de HEERE’. Het nieuwtestamentische gegeven ‘in Christus is noch man noch vrouw’ is geen bevrijding van de vloek van Genesis 3:16 – zoals de auteurs zich dit voorstellen – maar vervulling en bevestiging van de zegen van de scheppingsorde in Christus. Op dit punt divergeren wij en staan onze meningen diametraal tegenover elkaar. Christus blijft het Hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw. Om deze reden onderwerpt de vrouw zich ook aan het feit dat God spreekt door het profetische ambt, zoals dit gestalte krijgt door een mannelijke ambtsdrager als dienaar van het Woord. Daarom stelde ik dat, naar mijn mening, heel subtiel het gezag van de Bijbel wordt aangetast, als in de betrokken publicatie systematisch gepleit wordt voor openstelling van kerkelijke ambten voor de vrouw. De zeggingskracht of het gezag van het ‘alzo spreekt de HEERE’ is in de bediening van het Woord, naar mijn inzicht en dat van de kerk der eeuwen, wezenlijk verbonden met een mannelijke dienaar van het Woord. En als ik in uw publicatie een doorvertaling zie van het feminisme, waarbij, als het erop aan komt, de vrouw over de man heerst, dan kan men blijkbaar over een en ander van mening verschillen. Maar de auteurs staan mij wel toe mijn visie, en die van de catholica, tegenover de hunne te plaatsen.
DR. C.A. VAN DER SLUIJS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's