DERTIGERS IN HET VIZIER
Ds. J. van het Goor: Reik drukke generatie de hand
De aanwezigheid van dertigers in de kerk is geen vanzelfsprekende zaak, schrijft ds. J. van het Goor in Zien we de dertigers? Deze generatie dreigt steeds minder met kerk en geloof bezig te zijn. Een gesprek met de auteur hoe kerken dertigers aan boord kunnen houden.
W at was uw motief om dit boekje te schrijven?
‘De aanleiding dat dit boekje door mij geschreven is, is bijzonder en heeft een zwarte rand. In eerste instantie was door de redactie van de Artiosreeks hiervoor mijn vriend en collega ds. J. Flikweert gevraagd. Helaas overleed hij plotseling, in januari 2014. Geruime tijd daarna kwam de vraag bij mij te liggen. Het feit dat de wijkgemeente die ik in Rijssen mag dienen voor een groot gedeelte uit dertigers bestaat en ik de zorg over dit deel van de gemeente herken, gaf mij moed om aan het schrijven van dit boekje te beginnen. Niet om negatieve dingen over deze doelgroep naar voren te kunnen brengen, maar juist met het doel wegen te zoeken om de dertigers meer te betrekken bij kerk en geloof.’
GAT IN DE KERK
‘Ik heb ontdekt dat zij helemaal niet onwillig zijn maar dat er zo ontzettend veel van hen gevraagd wordt, waardoor het geloof, maar zeker de kerk en haar activiteiten op zondag en door de week, er gemakkelijk bij inschieten. Als dit boekje aanleiding mag zijn en handreiking mag bieden tot verandering, ben ik daarvoor dankbaar.’
Hoe verklaart u het dat de laatste vijf jaar er meer dan voorheen over ‘de dertigers’ gesproken wordt?
‘Dertigers zijn er uiteraard altijd geweest. Uit onderzoeken blijkt dat dertigers niet steeds hetzelfde zijn geweest. Wie de dertigers van nu vergelijkt met de generatie van hun ouders toen zij dertigers waren, ziet dat de generaties nogal verschillen. Overigens hebben we het over een vrij brede leeftijdscategorie van 28 tot 42 jaar, te onderscheiden in vroege en late dertigers. Voor deze gemeenteleden is niets vanzelfsprekend; ze maken bewuste keuzes.
Lang hebben we in de kerk gedacht dat we voor iedereen gewoon één lijn kunnen trekken; het Woord moet het immers doen. Ik ben het er van harte mee eens dat de Geest Zich vooral aan het Woord verbindt. Maar je moet dan wel de mensen tot wie dat Woord van God gericht is ‘onder het Woord’ hebben. En de categorie van de dertigers van nu missen we daar meer en meer. Omdat we hen minder zien op zondag en door de week bij allerlei kerkelijke activiteiten, is er gelukkig aandacht voor hen, maar nog lang niet overal. Het feit er een ‘gat in de kerk’ dreigt te ontstaan en de dunheid die tot dat gat leidt, zichtbaar wordt, maakt dat we in beeld krijgen door wie dat gat veroorzaakt wordt – dertigers.’
Waarom moeten we dertigers als aparte doelgroep zien?
‘Er wordt verschillend over gedacht of je moet spreken over allerlei groepen en of je je wel apart tot hen moet richten: kinderen, jongeren en ouderen. Toch gebeurt het wel. We hebben binnen de gemeente het jeugdwerk en aan de andere kant kennen we het ouderenpastoraat met soms zelfs ouderenpastores. De rest van de gemeente wordt over één kam geschoren. Voor de gemeente hebben we allerlei vormen van toerusting, vooral huisbijbelkringen en centrale bijbelkringen. Iedereen is overal welkom. En het ís van groot belang dat de generaties elkaar binnen de gemeente op gezette tijden ook ontmoeten naast de samenkomsten van de gemeente.’
RUIMTE GEVEN
‘Dertigers hebben een vol en druk bestaan waarin er veel druk op hen gelegd wordt om overal aan mee te doen. Ook de kerk zal hierin een weg moeten vinden. Kom hen tegemoet, zodat ze inzien dat de kerk hen kent en begrip voor hun situatie heeft. Dit wil niet zeggen dat de kerk hen de ruimte geeft om langzaam maar zeker af te haken. Laat de kerk de dertigers de hand reiken. Het gaat erom dat ze betrokken worden, opnieuw en meer, op God en op geloof, en dat hun leven getekend wordt door hun doop.’
Ziet u een spanningsveld tussen aandacht voor en ruimte geven aan dertigers, aan hun vraag naar beleving én het feit dat de Tien Geboden voor elke christen gelden?
‘We geven een verkeerd signaal af wanneer we menen dat dertigers een leven kunnen leiden waarin er met Gods geboden een loopje genomen kan worden. Aandacht voor dertigers is er juist op gericht om hen alle ruimte te bieden voor de omgang met de Heere en hen daarbij de hand te reiken. Door hen geen aandacht te geven komen dertigers buiten de gemeente te staan, en de ondertitel van het boek is juist Samen in de gemeente. De leefwereld van de dertiger is breed, mede door vriendenkringen die niet altijd bestaan uit medechristenen. Ruimte geven aan dertigers is dus niet een kwestie van ‘doen waar je je goed bij voelt’, maar juist dat je met hen hun vragen bespreekt en zo samen luistert naar de Bijbel. Bespreek met hen de zaken van geloofsopvoeding en Wie de Heere voor hen wil zijn en wat de Heere van daaruit juist van ons vraagt. Het feit dat de wereld waarin dertigers (met hun gezin) leven, steeds meer een wereld zonder God is, maakt de noodzaak om met hen mee te sturen steeds urgenter.’
AANSPREKENDE DIENSTEN
In uw boek stelt u dat het ‘opleuken’ van diensten geen zin heeft, maar dat er in de kerk wel wat te beleven moet zijn. Waar denkt u dan concreet aan?
‘Er zijn voorbeelden te over waaruit blijkt dat het zogenaamde opleuken van de diensten geen enkele zode aan de dijk zet. Voor even lijkt het te lukken. Daarmee is niet gezegd dat alles moet blijven zoals het altijd was, omdat elke vernieuwing geen verbetering is. We moeten het ook niet omkeren en zeggen dat geen enkele verandering een verbetering is. Soms is het goed dat zaken veranderd zijn in de kerk. Maar als we allerlei dingen doen omdat ‘men’ het leuk vindt, gaat het mis. Als er veranderingen van de erediensten plaatsvinden, moeten die de zaak van de Heere dienen. Ze moeten de betrokkenheid op God en geloof vergroten.
Dat er wat te beleven moet zijn, is niet in eerste instantie – en ook niet in laatste instantie – met het doel om zoveel mogelijk afwisseling te hebben in de diensten. De dertiger zit daar helemaal niet op te wachten. Laat er rust en regelmaat zijn. Dat er wat te beleven moet zijn in de kerk, heeft vooral betrekking op de inhoud. In de diensten zal het, met name in de verkondiging, over hen moeten gaan, over hun leven met de Heere. Het is duidelijk dat het lied dat we zingen daarin een rol speelt, hoewel de kerkenraad daarin niet elk verzoek zal kunnen en willen honoreren. De dominee heeft hier samen met de kerkenraad een grote verantwoordelijkheid. We proberen toch onze tijd een beetje te kennen, de tijd waarin de dertiger leeft. In die tijd wil de Geest ons leiden en neemt Hij ons bij de hand. Dan valt er wat te beleven aan de woorden van God.’
VERANTWOORDELIJKHEID GEVEN
Wat kan een kerkenraad doen om de dertigers op een goede manier bij de gemeente te bewaren, verantwoordelijkheid te laten nemen?
‘Wijk niet van het Woord! Wie van Woord en Evangelie een aantrekkelijk iets maakt, zal binnen de kortste keren een tegengesteld effect bereiken. Laat de haaksheid van het Evangelie maar klinken en gevoeld worden. Zo bewaart God Zijn gemeente en mag de kerk ook de dertigers bewaren bij het Evangelie. Daar zal dus ook het speerpunt moeten liggen: niet in de hoeveelheid activiteiten maar in welke activiteiten worden belegd.
Geef dertigers ook verantwoordelijkheid. Laten kerkenraden dat lef hebben. Lef, niet in de zin van durf, maar vertrouwen. Meerdere kerkenraden zullen hopelijk ervaren hebben dat er ook dertigers zijn die de Heere vrezen, al zijn ze misschien niet zo heel traditioneel. Zij mogen vertegenwoordigd zijn in kerkenraden. Nodig hen uit voor de voorbereiding van een aantal preken. Dan snijdt het mes aan twee kanten: zij leren van de dominee en de dominee leert van hen over hun leefwereld. Bovendien kan de kerk hen inschakelen via de sociale media: een machtig middel om het Woord in huis te brengen voor elke dertiger, en vaak ook voor hun gezin. Er is geen middel zo dicht bij de hand dan mobiel of tablet.
Door hen verantwoordelijkheid te geven, ervaart de dertiger dat hij er werkelijk toe doet.’
N.a.v. Ds. J. van het Goor, ’Zien we de dertigers? Samen in de gemeente’; uitg. Royal Jongbloed, Heerenveen; 124 blz.; € 13,50.
WAT VINDT DE DERTIGER ZELF? (1)
Persoonlijk vind ik de vraag boeiend die in hoofdstuk 4, ‘Boodschap van een Dertiger aan dertigers’, wordt gesteld: hoe ontvang je zelf het zaad van het Evangelie? Dat is essentieel voor je plek in de gemeente. Twee vragen blijven hangen na het lezen:
Is het echt noodzakelijk om op een bepaalde doelgroep (zoals nu de dertigers) gericht te zijn of moet alles volledig gericht zijn op ‘Jezus Christus en vanuit Hem de uitwerking naar de wereld om ons heen’? (Citaat pagina 38)
De tweede vraag gaat met name over de onderwerpen die in het laatste hoofdstuk, ‘De kerk en de toekomst’, worden besproken inzake de verschillen en overeenkomsten tussen conservatief en behoudend. Durven wij als kerk vast te houden (behoudend te zijn) aan enkel het Evangelie, maar niet vast te houden (conservatief te zijn) aan ‘dingen die belangrijk zijn geweest voor voorgaande generaties, maar nu van beduidend minder belang zijn’, (citaat pagina 113)? Denk hierbij aan wat Paulus zegt in Kolossenzen 2: 8, 16-23.
KEES THOUTENHOOFD, VEENENDAAL
WAT VINDT DE DERTIGER ZELF? (2)
Ds. Van het Goor constateert helder waar dertigers anno 2017 mee te maken hebben. Hij noemt vanuit de gelijkenis van de zaaier dat we door de drukte gevaar lopen minder ontvankelijk te zijn voor het Woord van God. Dat raakt me. Het lijkt erop dat wij dertigers onze overvolle agenda’s vaak goedpraten doordat we zoveel goede dingen denken te moéten doen; dat raakt me nog meer. Wordt er van ons, christendertigers, gevraagd om vanuit de Bijbel kritisch naar onze cultuur te kijken en te zoeken naar Zijn wil met ons gezin, carrière en andere verantwoordelijkheden? Moeten we niet terug naar de pure basis in plaats van laagdrempelig te willen zijn richting de dertigers? Deze groep wil een eerlijke boodschap zoals de auteur verwoordt, en dat mag óók gaan om hun levensstijl, als dat met bijbelse argumenten onderbouwd is. Dat is misschien even heilzaam als de aanbevelingen die de auteur op liturgisch vlak doet.
HANNY DEN HOED, DORDRECHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's