De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EERBIEDIG LEZEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EERBIEDIG LEZEN

De evangeliën als portret van Christus [2, slot]

11 minuten leestijd

Wanneer iemand de poorten van de evangeliën wil binnengaan, krijgt hij of zij te maken met vijandelijke aanvallen. Het zijn aanvallen die erom vragen dat we een schild bij ons hebben, het schild van het geloof.

Ik geef drie voorbeelden van situaties waarin zulke vijandelijke aanvallen plaatshebben.

OOGGETUIGEN

De eerste is dat iemand de evangeliën wil binnengaan, omdat ze de boeken zijn van oor- en ooggetuigen.
Van alle kanten worden nu pijlen op hem afgeschoten. Met een beroep op de moderne nieuwtestamentische wetenschap wordt je verteld dat de evangeliën vrome boeken zijn die grotendeels ontstaan zijn vanuit het geloof van de oudste christenen, maar die absoluut niet de geschiedenis beschrijven zoals die gebeurd zou zijn. Het gaat erom wat mensen wilden geloven van Jezus, niet wie Hij was. Jezus was een rolmodel, maar zeker niet de Zoon van God zoals men later is gaan denken.
Op dit moment moeten we ons schild nemen (Ef.6). We lezen boven de evangeliën de namen van oor- en ooggetuigen. Mattheüs en Johannes: apostelen, Markus, de zegsman van de apostel Petrus, en Lukas die alles zelf als historicus is nagegaan. Deze namen staan in alle handschriften, ook de alleroudste, boven de boeken. We moeten ons niet bang laten maken. Deze mensen wisten waarover zij schreven. Laten we hun woorden vertrouwen. Laten we de vurige pijlen afweren en rustig binnengaan bij deze apostolische boeken.

BEVESTIGING

Het kan ten tweede zo zijn dat iemand de vier evangeliën wil binnengaan om viervoudig bevestigd te worden in zijn of haar geloof. Van alle kanten worden nu opnieuw pijlen afgeschoten. De vier evangeliën vertonen allerlei tegenstrijdigheden in hun beschrijvingen. Ze hebben heel eigen geheime bedoelingen. Je kunt ze niet serieus nemen als getuigen. Op dit moment moeten we ons schild nemen. Is er één evangelie dat niet de godheid van Jezus erkent en beschrijft? Is er één evangelie dat de apostelen voorstelt als mensen die het zelf allemaal bedacht hebben en wilden? Is er één evangelie dat de opstanding ontkent?


Het Evangelie verschijnt in een wereld van mensen die blind zijn voor de waarheid


Soms zijn details niet helemaal duidelijk. Bijvoorbeeld of er op een goed moment één of twee blinden genezen werden. Of welke profeet precies geciteerd wordt bij een bepaalde gelegenheid. Jammer dat we dit niet altijd precies scherp krijgen. Maar niet één evangelist zegt dat een blinde niet genezen werd en niet één evangelist ontkent dat de profeten vervuld werden. We moeten ons niet bang laten maken. Laten we de vurige pijlen afweren, vertrouwend lezen en we zullen rijk beloond worden.

DE ENIGE VIER

Ten derde kan het zo zijn dat iemand de vier evangeliën wil binnengaan, omdat zij samen de enige poorten zijn.
Ook nu worden van alle kanten pijlen op zo iemand afgeschoten. Er zijn immers nog méér evangeliën, zoals het evangelie van Thomas. Waarom zou je de bekende vier geloven? Misschien heeft de kerk die wel naar voren geschoven om andere meningen en stromingen de mond te snoeren. Op dit moment moeten we opnieuw ons schild nemen. Is er naast de vier bekende evangeliën ook maar één ander evangelie uit de eerste eeuw bekend? Waarom zocht men in de tweede eeuw naar verklaringen uit het Oude Testament voor dit viertal? Zoals met het beeld van de vier wielen en van de vier gezichten. Waarom waarschuwen kerkelijke schrijvers voor latere, fantasierijke evangeliën die deze naam niet verdienen? Waarom maakte Tatianus in de tweede eeuw zijn Diatessaron, een samensmelting van de inhoud van víer evangeliën, en niet meer? We moeten ons niet bang laten maken. Laten we vertrouwend lezen en we zullen beloond en beschermd worden.

ONDER VUUR

Het zijn drie voorbeelden. Ze zijn zinvol in deze tijd van mondiale uitwisseling van boekjes en internetinformatie. We moeten op onze hoede zijn en niet argeloos alles opnemen wat links en rechts te vinden is en beweerd wordt. Laten we bedacht zijn op het feit dat de evangeliën onder vuur liggen. En laten we vooral het schild van het geloof aan de linkerarm hebben.
Zullen we nu stem en gelaat van de Heilige in de evangeliën horen en zien wanneer we maar de pijlen van de boze afweren? Zijn wij van onszelf de geschikte mensen om Hem te horen en te zien? Of hebben we niet alleen te maken met bestrijding van buitenaf, maar ook met een probleem in onszelf?

BLINDEN

Wanneer we de evangeliën lezen, kunnen we gewaar worden dat zelfs de welwillende apostelen niet zonder meer open stonden voor de stem en het gezicht van Gods Zoon. Zij moesten bekeerd worden om Hem werkelijk te aanschouwen en te aanbidden.
Het Evangelie verschijnt niet alleen in een wereld waarin mensen de duisternis liever hebben dan het licht. Het verschijnt in een wereld van blinden die niet eens kúnnen zien uit zichzelf.
Hoe blind was Simon Petrus voor de aankondiging van het lijden: hij protesteerde ertegen en werd als een satan naar de achterhoede gestuurd.
Hoe blind bleven de leerlingen na de broodvermeerderingen voor de almacht van de Meester. Hij moest tegen hen zeggen: ‘Hoe is het mogelijk dat jullie Mij niet begrijpen?’ (Matt.16:5-12).
Hoe blind waren zij op de morgen van de verrijzenis, zodat de Heiland hun hun ongeloof en halsstarrigheid moest verwijten. De apostelen kregen te maken met levende getuigen die Hem gezien hadden na Zijn opstanding, maar zij hielden zich doof voor dit evangelie (Mark.16:14).

GEGEVEN

Wij hebben diezelfde getuigen op papier in de evangeliën: zou het ons vanzelf beter afgaan? Wij stuiten hier niet op uitzonderingen, maar het leert ons wie we zijn wanneer we te maken krijgen met de stem en het gezicht van de Heilige op aarde.
De Heiland heeft daarover eens het volgende gezegd (Joh.6:60-65): ‘Velen dan van Zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: Dit woord is hard, wie kan het aanhoren? Maar omdat Jezus bij Zichzelf wist dat Zijn discipelen daarover morden, zei Hij tegen hen: Neemt u hier aanstoot aan? En als u de Zoon des mensen nu eens zou zien opvaren naar de plaats waar Hij eerder was? De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en leven. Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. (Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden.) En Hij zei: Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door mijn Vader gegeven is.’

Alleen wanneer de Vader het ons geeft, zullen we tot Christus kunnen komen. Dit betekent dus dat de vier evangeliën wel de vier poorten zijn en dat ze wijd open staan, maar dat we daarbinnen doof en blind zullen blijven wanneer ons hart en onze ogen niet geopend worden door de Vader en door Zijn Geest.
Het is zoals Psalm 119:18 al bidt: ‘Open mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.’ Met andere woorden: zoals het binnengaan van de tempel vroeg om reinigingen, zo vraagt het binnengaan van de vier poorten van de heilige evangeliën om innerlijke reiniging en voorbereiding.

HEILIG

In nieuwere bijbelvertalingen kun je dit niet zo duidelijk zien, maar in de Herziene Statenvertaling staat het boven alle vier de poorten: hier volgt niet zomaar een gewoon boek dat we kunnen gaan lezen, maar hier treden we een ‘heílig evangelie’ binnen.
Een heilig boek vraagt om eerbied, bescheidenheid en gebed. Eerbied is allereerst een grondhouding in ons hart: het ontzag voor de HEERE, onze Schepper, de Almachtige. Bij deze grondhouding past een bepaald gedrag dat uitkomt in onze aandacht, in ons taalgebruik en ook in onze lichaamshouding.
Bescheidenheid wil zeggen dat ons spreken over de (inhoud van de) evangeliën en de manier waarop wij vragen stellen over deze boeken, wanneer het goed is, terughoudendheid ademen. Wij zijn niet de rechters over de evangeliën: zij zijn juist de poorten van genade voor schuldigen. Gebed betekent dat mensen, ook moderne mensen – net zoals de Israëlieten in de tempel hun handen biddend omhoog hieven naar de hemel – in het heiligdom van deze evangeliën hun blik omhoog mogen richten naar de hemelse Koning. Gebeden zijn hier de sleutels waarmee poorten geopend worden.

HOUDING

Hoe gemakkelijk lijdt deze houding tegenwoordig onder veel protestanten schade door oppervlakkig en oneerbiedig omgaan met de evangeliën en hun inhoud. In liturgieën is vaak weinig aandacht voor het respect dat de Bijbel met de evangeliën van ons vraagt in houding en gebaar. In het verwerken van de inhoud lijkt het soms alsof je er alles mee kunt doen wat je wilt. Toneelspelletjes voor kinderen of voor grote mensen: de evangeliën als materiaal en stof.
Maar dit past niet bij hun heiligheid. We mogen vrij rondkijken in deze boeken, maar niet zonder eerbied en schroom. Dan houden we onze handen thuis en vouwen ze liever.

Een van de liturgische gebeden bij de opening van het evangelieboek is het gebed van 27 december, het feest van de heilige apostel Johannes:

God, Gij hebt door
de heilige apostel Johannes
de geheimen van uw Woord
voor ons ontsloten.
Wij bidden U:
maak ons ontvankelijk
om het mysterie te verstaan
waarvan hij de verkondiger
bij uitstek is geweest.
Door Christus, onze Heer.

Dr. J. van Bruggen uit Apeldoorn is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen.


HET GEHEIM VAN JEZUS’ NAMEN

Dr. Jakob van Bruggen leert ons in zijn nieuwste boek met twee woorden te spreken. Hij behandelt drie paar namen van Jezus op een geheel eigen en sprankelende manier. In het tweede deel spiegelt Van Bruggen deze namen aan drie perioden die hij ziet in het laatste der dagen.
De namen van Jezus klinken vertrouwd in de oren. ‘Toch was er een tijd dat deze namen onbekend waren in de wereld van de mensen. Ze kwamen mee met Maria’s kind. Mensen hebben die niet voor Hem bedacht, zelfs Zijn moeder niet. God Zelf maakte ze bekend. Het zijn hemelse namen. Ze onthullen een verlossend geheim dat eeuwenlang verborgen bleef. Het zijn daarom veelbelovende namen. Ze zijn ook blijvend: op een geheimzinnige manier worden het de grote namen van de toekomst.’
Het bekend zijn met Jezus’ namen brengt ook een gevaar met zich mee. We zijn ons niet bewust van de diepe betekenis van Zijn namen. Van Bruggen weet voor zijn lezers veel op te diepen wat hen kan helpen om de naam weer op waarde te schatten.
Hij behandelt drie paar namen, namelijk: ‘Jezus, de Zoon van de Mens,’ ‘Christus, de Zoon van God’ en ‘Heer der heren, de Zoon van David.’ Bij elk paar namen wordt uitgewerkt hoe ze deze wereld binnenkwamen en wat ze beloven. Persoonlijk ervoer ik dit als het mooiste deel van het boekje. Het geheim van Jezus’ namen wordt op een eenvoudige manier onthuld.
Bij de naam ‘Jezus’ schrijft hij bijvoorbeeld het volgende: ‘Eerst is dus de naam op aarde gekomen en toen pas daalde Gods zoon af in Maria’s schoot. De naam lag niet alleen te wachten op Zijn geboorte, zij lag al te wachten op Zijn ontvangenis. Zij lag te wachten als een hemels geboortegeschenk.’ Na de hemelvaart verandert er iets in het gebruik van Jezus’ naam. Opnieuw een citaat: ‘Meestal wordt die naam nu beleden met eerbiedige toevoegingen als Heer, Christus, Gods Zoon. En Hij wordt aangeroepen als onze Heer Jezus. De tijd van Jezus’ verhoging is aangebroken en dat betekent ook iets voor het gebruik van Zijn naam. De mensennaam Jozua/Jezus wordt nu gekroond!’
Zo staat het boekje vol met diepzinnige onthullingen die stof geven tot verdere doordenking, troost en aanbidding. Van Bruggen wil echter verder. ‘Het geheim van Jezus’ namen is gegeven om de wereld en de mensheid te redden. Zijn namen willen ons vertrouwen en hoop schenken.’
Daarmee is de bedoeling van het tweede deel van het boek getekend. Jezus’ namen worden niet alom gekend en aanvaard. Door velen juist ontkend en afgewezen. Onze tijd is daarom een tijd van ‘verdrukking, ontkenning en hoogmoed.’
Prof. Van Bruggen probeert de lezer te leiden om juist in deze tijden de betekenis van de namen van Jezus te zien om daarop te vertrouwen. Een mooie lijn in dit boekje. Helaas komt, naar mijn idee, juist in dit gedeelte deze bedoeling minder sterk over. De tijd wordt scherp geanalyseerd, maar het verband tussen de tijd en de betekenis van de namen blijft onhelder.
Het boekje is met 144 pagina’s, korte zinnen en ruime bladspiegel goed en vlot leesbaar en bovendien keurig verzorgd.

J.C. BREUGEM, SOMMELSDIJK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EERBIEDIG LEZEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's