BOEKBESPREKINGEN
Anna Bikont
De misdaad en het zwijgen. Jedwabne 1941, de levende herinnering aan een pogrom in Polen.
uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam; 640 blz.; € 39,99.
Dezer dagen – op 27 januari 1945 werd concentratiekamp Auschwitz bevrijd – wordt herdacht dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zes miljoen Joden zijn vermoord. Nog altijd verschijnen er nieuwe publicaties rond dit thema. Elie Wiesel, de Joods-Amerikaanse schrijver die Auschwitz overleefde, vroeg zich af: Waarom blijven schrijven over de Holocaust? Zijn antwoord: ‘Ik voel me moreel verplicht te voorkomen dat de vijand op het laatst nog eens wint, namelijk door alle herinnering aan de misdaden uit te wissen.’ De Pools/Joodse journalist Anna Bikont heeft met haar boek De misdaad en het zwijgen een bijdrage geleverd aan het bewaren van die herinnering. Zij heeft onderzocht wat zich in de jaren dertig en veertig in de regio rond het stadje Jedwabne, in Noord-Oost Polen, precies heeft afgespeeld.
Eeuwenlang was Polen voor Joden een aantrekkelijk land, omdat het klimaat daar toleranter was dan in andere Europese landen. Gevolg was dat in de loop van de tijd een omvangrijke Joodse populatie in Polen ontstond: in de jaren dertig ongeveer drie miljoen mensen. Vele dorpen en steden bestonden voor de helft of meer uit Joden.
Ook in Jedwabne en de omringende plaatsen Radziłów en Wąsosz was dat het geval. Mede als gevolg van de anti-Joodse politiek in Duitsland maken zich in de jaren dertig in deze regio heftige anti-Joodse sentimenten breed. Bikont heeft honderden personen ondervraagd over hoe dat in Jedwabne en de plaatsen in de omgeving is gegaan. De lezer krijgt een gedetailleerd beeld van hoe de Joden in Jedwabne in enkele jaren economisch en sociaal volledig werden geisoleerd van hun Poolse medeburgers. Joden werden zeer negatief geetiketteerd, waarbij de plaatselijke pastoors een belangrijke rol speelden. Polen hoorden wekelijks vanaf de kansel dat Joden profiteurs zijn en vijanden van God, want ze hebben Jezus vermoord. In de gebeden in de kerk werd gevraagd: ‘Heere, wilt U ons toch alstublieft verlossen van de Joden!’ Joden werden steeds meer belaagd, uitgescholden, gemolesteerd en af en toe vond er een lynchpartij plaats waarbij Joden op klaarlichte dag werden vermoord en beroofd. Het eindigde met de gebeurtenissen in juli 1941. Toen werden pogroms georganiseerd in de verschillende plaatsen in de regio, waarbij deze definitief werden ‘gezuiverd’ van de Joden, door hen allemaal te vermoorden – met knuppels, bijlen en messen of door hen levend te verbranden.
Na de oorlog werd in Jedwabne een monument geplaatst waarop te lezen was dat de nazi’s de Joden van Jedwabne hadden vermoord. Bikont toont in haar boek aan dat de nazi’s hooguit op de achtergrond aanwezig waren. De Polen zélf hebben hun Joodse buren vermoord en al hun bezittingen geroofd. Slechts enkele Joden hebben kunnen ontkomen. Een van hen is Marianna Ramotowska, geboren als Rachel Finkielsztejn. De Pool Stanisław Ramotowski wilde met haar trouwen en hoewel haar ouders er op tegen waren, is ze toch met hem getrouwd. Ze moest worden gedoopt en ze kreeg een andere naam. Na de huwelijksdienst schoof haar moeder haar gouden ring om Rachels vinger met de woorden: ‘Jij alleen zult overleven.’ Dat klopte, maar ook voor Marianna en haar man was het levensgevaarlijk om in de streek te blijven. Gemengde huwelijken waren een ergernis voor fanatieke antisemieten. We lezen hoe het echtpaar er in slaagt om onder enorme dreiging en ontberingen de oorlogstijd door te komen. Na de oorlog vestigden ze zich weer in Radziłów, waar geen Jood meer woonde en waar in elk Pools huis spullen stonden die afkomstig waren van Joden. Marianna ontdekt dat een buffetkast van haar ouders bij een Poolse familie staat en ze benadert hen of ze de kast van hen mag kopen. De volgende dag hangt er een briefje aan de deur: We komen jullie vermoorden!
Bikont probeert niet alleen te reconstrueren wat er destijds is gebeurd. Het gaat er ook om hoe nu in deze streek wordt omgegaan met deze waarheid. Dan blijkt dat de meeste mensen kiezen voor ontkenning, opnieuw onder aanvoering van de geestelijkheid, die waarschuwt voor geldzuchtige Joden die verhaal willen halen. Bikont wordt vijandig bejegend: ‘U spuwt op ons en op onze kinderen!’ Slechts enkelen blijken bereid tot erkenning van de misdaden, onder andere burgemeester Godlewski. Hij moet afstand doen van zijn ambt en emigreert naar Amerika.
Anna Bikont schreef een adembenemend en schokkend boek, knap opgebouwd. Interviews en gesprekken worden afgewisseld met hoofdstukken die inzoomen op bepaalde personen. Mijn ervaring bij het lezen van dit boek: het is niet te bevatten wat de Joden in de vorige eeuw aangedaan is. Dit boek helpt ons om iets ervan te begrijpen aan de hand van het alledaagse leven in de microkosmos van een paar stadjes in Polen.
J.R.J. VAN GELDEROP, VAASSEN
Henk Veltkamp
Vreemde vogels. Dominees en priesters in de wereldliteratuur.
Uitg. Kok, Utrecht; 223 blz.; € 17,99.
‘Hoe gezegend in dit land, is het vak van predikant’, dichtte ooit Cornelis Paradijs (Frederik van Eeden). De dominee is dan ook een gewild, al dan niet geliefd personage in literatuur van allerlei slag en soort. Soms gaat achter zijn naam een echte predikant schuil, soms worden ze bij name genoemd. De typeringen variëren van bespotting (inclusief hun boodschap), rancune, sarcasme of ironie tot sympathie of empathie.
De auteur van dit boek brengt honderd portretten van dominees en priesters uit romans bijeen. Hij maakte daarbij een indeling in tien thema’s: Roeping en vorming, Theologie en geloof, Op de kansel, Pastorale zorg, Over de schreef, Twijfels, Liefde en seksualiteit, Familie, Collega’s en superieuren, en Valkuilen. Van de Nederlandse schrijvers noem ik Maarten ’t Hart en J.M.A. Biesheuvel, beiden afvallige gereformeerden die in het water spuwen waarvan hun vaderen hebben gedronken; daartegenover C.E. van Koetsveld, met zijn bekende Schetsen uit de Pastorie van Mastland en de vandaag spraakmakende Willem Jan Otten; verder Harry Mulisch en Jan Siebelink en niet te vergeten Multatuli met zijn bijtende bewoordingen over dominee Wawelaar in zijn Max Havelaar. Uit de literatuur over de grens, met meer of minder bekende auteurs, noem ik met name de christelijke schrijfster Marilynne Robinson, die wereldwijd bekendheid kreeg met haar boek Gilead.
Een ‘literaire volière’ is een goede typering van dit boek, maar dan wel met vogels die krijsen tussen vogels die liefelijk zingen.
J. VAN DER GRAAF, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's